Hoofdstuk 7


Vers 1

Kirjath-Jearim.

Hier bleef de ark 60 tot 70 jaar, totdat koning David de ark ophaalde.


De dienst aan God.

De dienst aan God zal ook op een laag pitje hebben gestaan.



Vers 2

Twintig jaren.

Er zitten 20 jaren tussen het moment dat de Filistijnen de ark terug sturen naar Beth-Semes en het moment dat Israël zich gaat bekeren.



Vers 3

HEERE.

Richt je hart.

Richt je hart op God.

Zoek de dingen die boven zijn, waar Christus is.


Afgoden wegdoen.

De leegte van God wordt opgevuld met afgoden.

U moet zich bekeren, zegt Samuël.

De inwendige terugkeer tot God moet ook zichtbaar worden. De afgoden moeten verdwijnen.

Wat moet er weg in jouw leven om goed met God te leven?


Bekering.

Het is een levenslang proces. Het is het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe mens.

Het is na een val steeds weer opstaan.



Vers 4

Een uitweg.

Deze bekering was de uitweg uit de ellende.

Bekering is een keus.

Een afgod kan alles zijn wat géén God is.

Is er ergens iets in je leven dat weg moet?

Geef Mij jouw hart!



Vers 5

Mizpa.

8 km NW van Jeruzalem, in het gebied van Benjamin.



Vers 6

Water uitgieten.

Een reinigingsritueel.


Vasten.

Iets tijdelijk nalaten wat je normaliter wel doet.



Vers 9

Melklam.

Minstens 8 dagen oud.

Zo'n diertje is alléén maar lief en teer. Dat diertje offeren doet pijn voor de offeraar.

Jezus is "Het Lam van God".


Offeren.

Vreemd, Samuël was wel Leviet, maar geen priester. Toch offert hij.

Of gaf hij een priester de opdracht?


Voorbidder.

Samuël bidt.

God verhoort.

Wat een goede God!



Vers 10

God strijdt vóór Israël.

Het volk bekeerde zich.

God wendt Zich dan tot hen en ze ontvangen Zijn hulp.



Vers 12

Sen.

= tand.

Dit is waarschijnlijk een puntige rots.


Eben-Haëzer.

= steen van de hulp.

Dit is een ander Eben-Haëzer dan in 1 Samuel 4:1.



Vers 14

Amorieten.

Dat was het belangrijkste volk onder de Kanaänieten.



Vers 15

Leiding aan Israël.

Het woord " eth", vóór het woord Israël werd niet vertaald.

Het bestaat uit de eerste en de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet, de alef en de tav.

VdW: Samuël gaf leiding aan de bestemming (=eth) van Israël.

1 Koningen 16:31.



Vers 16

3 plaatsen.

Deze 3 plaatsen liggen dicht bij elkaar. Toch was Samuël richter van héél Israël.

Mogelijk trad hij als rechter op in een klein gebied.



Vers 17

Hij bouwde in Rama een altaar.

Silo was waarschijnlijk verwoest.

De tabernakeldienst functioneerde niet meer.

Jeremia 7:12.



<