Zonen als richters.
Dat was niet om het richterschap erfelijk te maken, maar om de taken van Samuël te verlichten.
Joël.
In 1 Kronieken 6:28 heet Joël: Vasni.
Uw zonen gaan niet in uw wegen.
Dat zal Samuël heel erg gevonden hebben.
Bestrafte hij ze?
Was hij als Eli?
Geef ons een koning.
Er was een dreiging van koning Nahas, de Ammoniet.
1 Samuel 12:12.
De koning in de Thora.
Mozes had al over de toekomstige koning geschreven in Deuteronomium 17:14-20.
God, als Koning, verworpen.
Ook God was er kwaad om. Hosea 13:11
Ze hebben God verworpen.
Dat deden ze al vanaf het begin. Deuteronomium 32:15-17.
De handelswijze van de koning.
1 Samuel 10:25.
Samuël moet vooral wijzen op het gevaar van despotisme.
Deuteronomium 17:16-17.
Het woord "nemen" komt daar voor.
Dienaren vóór zijn wagen.
Dwangarbeid.
Dwangarbeid voor vrije burgers. Dat waren ze ná Salomo goed zat.
1 Koningen 12:18.
Het beste geven aan hoge ambtenaren.
Dat deed Saul ook al.
1 Samuel 22:7-8.
Het tiende deel.
De koning zal er zichzelf en zijn vriendjes mee verrijken.
Deze 10% komt bovenop de 10% voor de dienst van God.
De HEERE antwoordt niet.
Dat is een heftige tegenstelling met 1 Samuel 7:8-9.
Hier staan de eigenlijke redenen van de wens om een koning te hebben.
In Deuteronomium 17 is de koning alleen voor binnenlands beleid.