Hoofdstuk 6


Vers 1

7 maanden.

De ark komt omstreeks de tarweoogst terug in Beth-Semes.

De tarweoogst is rond Pinksteren, dus ongeveer juni.

Dan is de Slag bij Afek in november - december geweest.



Vers 3

Schuldoffer.

Dat herstelt iets dat ontwijd is.



Vers 5

Geef eer.

Eer = kabod. Dat woord zie je terug in de naam Ikabod.

1 Samuel 4:21.


Uw god.



Vers 7

Nieuwe wagen.

Volgens de Filistijnen was dat eerbetoon. Tijdens een processie vervoerde men Dagon ook op een nieuwe wagen.



Vers 9

Beth-Semes.

= zonnehuis.



Vers 12

Experiment.

De Filistijnen redeneren op grond van een fundamentele biologische waarneming.

Er is een zeer sterke band tussen koe en kalf.

Als de koeien ingaan tegen deze sterke instinctieve kracht, dan gedragen de koeien zich onnatuurlijk.

Dan moet er wel een bovennatuurlijke kracht van de God van Israƫl werkzaam zijn.



Vers 13

Tarweoogst.

Het was rond Pinksteren.


Dal.

Het dal Sorek, een breed dal.



Vers 15

De Levieten.

Eigenlijk mochten alleen priesters de ark dragen.

Grote steen.

Die steen heet Abel.



Vers 19

70 van 50.000.

Het Hebreeuws is hier onduidelijk.

50.000 is ook erg veel voor een dorp.

Waarschijnlijk moeten we dan lezen: 70 doden in 50 families.



Vers 21

Kirjath-Jearim.

Deze plaats lag aan de weg van Beth-Semes naar Silo.

Kirjath-Jearim lag dichtbij.


Waarom niet naar Silo?

Mogelijk was Silo door de Filistijnen verwoest.

Godsdienst op een laag pitje.

In Sauls tijd is de tabernakel weer / nog in Silo.

Ahia, de achterkleinzoon van Eli is daar hogepriester.

Maar de ark was al vele jaren niet in de tabernakel. Grote verzoendag vierde men dan ook niet.

God was daar niet meer.



<