Dagon.
Sinds Hiëronymus meent men dat de afgod voor de bovenste helft mens was en voor de onderste helft vis.
Juist zeevolken vereren Dagon.
Dagan = koren.
Dagon zou ook een korengod kunnen zijn.
Op een Fenicisch zegel, uit de tijd van Hizkia, staat Baäl-Dagon tussen korenaren. Dan géén vissenstaart.
Afgehakt.
Dus niet gewoon gebroken. Dit was iets bijzonders. God wilde de Filistijnen iets leren.
Dagons romp.
Dag = vis.
Dagon werd afgebeeld als een man-vis. (Zoals een zeemeermin).
Dan stond de vissenstaart nog op het voetstuk en de menselijke romp was gevallen.
Teisterde hen.
Hulpgeroep.
Het was als één van de plagen in Egypte.