Hoofdstuk 26


Vers 1

Zifieten.

Psalm 54 gaat over deze gebeurtenis.

Hoewel Saul aan Jonathan een eed had gezworen, laat hij toch zijn wraak weer aanblazen.



Vers 2

Zif.

Dat ligt ten zuiden van Hebron en ten westen van Massada.


3000 mannen.

Dat was een bestaand leger. Dat stond steeds gereed.



Vers 6

Abisaï.

David is de oom van Abisaï en Joab.



Vers 7

De speer.

In een tentenkamp stond bij de tent van de leider zijn speer in de grond.

Dat was ook zo bij de bedoeïenen.



Vers 11

Neem de speer mee.

Abisaï twijfelt nog.

Daarom neemt David zelf de speer mee, volgens vers 12.



Vers 12

Diepe slaap.

God helpt David.

Niemand ontwaakt.



Vers 14

Abner.

Deze generaal was een neef van Saul.



<