Hoofdstuk 25


Vers 1

Paran of Maon?

De Septuaginta heeft Maon ipv Paran.

Maon klopt ook beter met vers 2.

Nabal woonde in Karmel, dicht in de buurt van Maon.



Vers 2

3000 schapen.



Vers 7

Schaapscheerdersfeest.

Op zo'n feest nodigde men ieder die diensten hadden bewezen.



Vers 10

Nabal.

Hij beledigt David.

Hij vergelijkt hem met een opstandeling.



Vers 13

David gordde zijn zwaard aan.

Nú beheerste David zich niet. Nu wil hij zich wreken.

Nú vroeg hij de HEERE ook niet wat hij moest doen.

Hij wilde nu veel onschuldige mensen doden.



Vers 17

Met wie niet te praten valt.

Letterlijk: zonder met hem te spreken.

Abigaïl moet in elk geval niet met Nabal overleggen. Daar is ook geen tijd meer voor.



Vers 18

Vijf maten koren.

Een maat is een derde deel van een efa en ongeveer 7,3 liter.

5 x 7,3 L = 36,5 L.



Vers 24

Op mij rust de misdaad.

Abigaïl neemt de schuld op zich, maar erkent tevens de dwaasheid van haar man.



Vers 26

Worden als Nabal.

Voorziet Abigaïl hier reeds de ondergang van Nabal?



Vers 27

het geschenk.

Letterlijk: de zegen.



Vers 28

Koningshuis.

Abigaïl weet ook dat David de toekomstige koning is.

Dat was nu algemeen bekend geworden.



Vers 29

Buidel van de levenden.

Op veel Joodse grafstenen staat TNSBH: Moge zijn / haar ziel ingebonden zijn in de buidel des levens.


Wat Abigaïl hier zegt, betekent dat God David zeker zal beschermen.

De vijanden zullen weggeslingerd worden, omkomen.



Vers 31

Spreuken 25:12.



Vers 32

David prijst God!

In de komst van Abigaïl ziet hij Gods leiding.



Vers 38

God wreekt.

Gelukkig nam David zelf geen wraak. God neemt het op voor David.

Dat merkt David ook op in vers 39.



Vers 40

Davids vrouw.

Michal, de vrouw van David, was opnieuw uitgehuwelijkt aan Palti.

Abigaïl wordt nu zijn vrouw.

Door dit huwelijk werd David tevens grootgrondbezitter.

Zo had hij voedsel voor zijn soldaten en veel invloed in het bergland van Juda.


Karmel.

Dat is een plaatsje in de Negev, vlakbij Zif.



Vers 44

Huwelijk verbroken.

Saul stoort zich niet aan Gods wet. Hij verbreekt het huwelijk van David en Michal uit vijandschap tegen David.



<