Hoofdstuk 24


Vers 1

Engedi.

Engedi is een oase aan de westkant van de Dode Zee, ongeveer halverwege.

Engedi ligt iets ten noorden van Massada.



Vers 4

Schaapskooi.

Er zijn veel spelonken. Die werden als schaapskooien gebruikt.


zijn behoefte te doen.

Letterlijk: om zijn voeten te bedekken.



Vers 5

Punt van Sauls mantel.

Een Jood had kwastjes aan de " hoeken" van zijn kleding.

Waarschijnlijk snijdt David zo'n kwastje af.


Een dode werd in zijn gebedsmantel begraven, maar dan waren de kwastjes eraf.

Dus: Saul kon zich als een dode achten.



Vers 6

Punt van de mantel.

Waarschijnlijk had Saul die mantel of de talliet (=gebedskleed) even afgelegd.

De kwastjes aan de gebedsmantel sneed David er misschien af.



Vers 14

Van de goddelozen...

David laat duidelijk zien, dat hij niet bij die goddelozen hoort. Als dat wel zo was, had hij Saul gedood.


David is type van Christus.



Vers 16

Geloof.

David spreekt in geloof.

God had aan David Zijn woord gegeven.



Vers 17

Huilen.

Saul was ontroerd over zoveel goedheid van David.



Vers 18

Jij bent rechtvaardiger.

Saul zegt niet:" Ik ben zondig".

Saul ziet zich als "minder rechtvaardig".


Meineed van Saul.

Saul brak zijn eed aan Jonathan: "David zal niet gedood worden."

Dat was heel onrechtvaardig.



Vers 21

David wordt koning.



<