Hoofdstuk 22


Vers 1

Adullam.

Tussen Gath en Bethlehem.


Davids familie.

Saul liet ook Davids familie niet met rust.

In 1 Samuel 17:25 had Saul wel iets anders beloofd. Saul blijkt onbetrouwbaar.



Vers 2

400 mannen bij David.

David is hier een type van Christus.

Als een leger van God.

1 Kronieken 12:22 geeft aan dat deze aangroei van het leger doorging tot de tijd dat David koning werd in Hebron. Het werd als een leger van God.



Vers 4

In de vesting.

Was David ook in Moab, in Mizpe?

De profeet Gad spoort David aan om terug te gaan naar Judea.



Vers 6

Geboomte in Rama.

De Septuaginta heeft hier Gibea. Ook NBG en GNB.

Gibea lijkt ook logischer. Dat was de residentie van Saul.



Vers 14

Gehoorzaam.

Letterlijk: toegang tot de geheimste besprekingen.



Vers 15

God raadplegen.

Urim en de Thummim raadplegen mocht niet voor privépersonen. Het mocht alleen voor volksgebruik.

Het was een voorrecht van de koning. Als Achimelech dat voor David gebruikte, erkende hij David als koning. Dat zou verraad tegenover koning Saul zijn.



Vers 16

U moet sterven.

Saul voltrekt hier het oordeel, dat over de familie van Eli was uitgesproken.



Vers 18

Edomiet. Rome = Edom.

Voor de Joden is het codewoord voor het Romeinse Rijk Edom.

Toen het christendom staatsgodsdienst werd en Rome het centrum vd RKK, werd Edom het codewoord voor het Christendom. Toen begonnen ook de slachtpartijen onder de Joden. Dus zoals Doëg, de Edomiet, Nob uitmoordde.

Obadja 1:11-15 beschrijft ook hoe het christendom (Edom) met de oudste broer Jakob handelde.


Psalm 52.

Psalm 52 is geschreven n.a.v. deze vreselijke gebeurtenis.



Vers 19

Nob werd verbannen.

Volgens de Septuaginta doodde Doëg totaal 305 personen.



<