Hoofdstuk 21


Vers 1

Nob.

Een plaats in het stamgebied van Benjamin, iets ten zuidoosten van Gibea en iets ten noordoosten van Jeruzalem.


Achimelech .

Deze nieuwe hogepriester was een broer van Ahia.

Doel van David.

Volgens Doëg in 1 Samuel 22:10 wilde David Gods wil weten. Of Doëg liegt, want Achimelech ontkent het in 1 Samuel 22:15.

Urim en de Thummim raadplegen mocht niet voor privépersonen. Het mocht alleen voor volksgebruik.


Niemand bij u.

Er waren wel mannen bij David.

Waarschijnlijk 4 mannen, want David vraagt 5 broden.



Vers 4

Toonbroden zijn voor priesters.

Heilig is de tegenstelling van gewoon.

Toonbrood is niet gewoon.

Ook het land is heilig.

Gelovigen zijn heiligen.



Vers 5

De broden werden op sabbat gewisseld.

David was er dus waarschijnlijk op sabbat.

Mogelijk drong de priester Abjathar er bij de hogepriester Achimelech op aan om David 5 toonbroden te geven.



Vers 10

Achis.

Achis, zoon van Maoch .

Gath.

Dat was de woonplaats van Goliath. David heeft het zwaard van Goliath bij zich.

Dit toont wel dat David in groot gevaar was.



Vers 11

David, koning vh land.

Zo stond David bij de Filistijnen bekend. Ze waren banger voor David dan voor Saul.



Vers 13

Waanzinnige.

Psalm 56 werd gemaakt naar aanleiding van deze gebeurtenis.

Ook Psalm 34. Daar dankt hij voor de redding. David schrijft zijn redding niet toe aan zijn list, maar aan God.



<