Hoofdstuk 20


Vers 8

Verbond.

1 Samuel 18:3.



Vers 14

Niet hoef te sterven.

Jonathan weet dus wel dat Samuël David tot koning zalfde.

Jonathan wil zijn plaats ook afstaan, omdat God het zo wil.

Dat lezen we ook in 1 Samuel 23:17. David zal koning zijn en Jonathan de onderkoning.

Hij vraagt David om met hem en zijn gezin niet te doen, zoals oosterse vorsten deden met hun voorgangers. Die roeiden het vorige koningshuis uit.



Vers 19

Steen Ezel.

=steen van vertrek.

Asal = weggaan.

De naam ontstond waarschijnlijk nadat Jonathan en David afscheid namen.



Vers 25

Jonathan zat eerst rechts van Saul, maar gaat naar een andere plaats, recht tegenover Saul. Vers 33.

Deed Jonathan daardoor eigenlijk al afstand van de troon?



Vers 29

Mijn broer.

Eliab.



Vers 41

Boog 3x.

David bewijst Jonathan grote eer.


Zich vermande.

Totdat David zich weer groot houdt.



Vers 42

Jonathan wist dat David koning zou worden.



Vers 43

Jonathan ontmoet David opnieuw.



<