Bron van vreugde
Dat is God en niet Samuël.
In dit loflied gaat het niet over de gave, maar over de Gever.
Ze zingt dit lied op het moment dat ze Samuël achterlaat in Silo.
In de HEERE.
Kan ook zijn: door de HEERE.
Hanna.
= genade
Zeven gebaard.
Als Hanna dit lied zingt op het moment dat ze Samuël naar Silo brengt, dan kan het niet zo zijn dat ze op dat moment al 7 kinderen had.
Het getal "zeven" moet op Samuël slaan.
Volgens 1 Samuel 2:21 kreeg Hanna totaal 5 of 6 kinderen.
Graf.
Letterlijk: sheool.
Dat is het dodenrijk.
Job 7:9.
Zicht op de toekomst.
Hanna ziet De Koning, Jezus.
Hij zal eens regeren. Hij zal rechtspreken. Volgens vers 9 zullen de goddelozen gestraft worden en Gods gunstelingen zullen bewaard worden.
God zal Hem, Zijn Gezalfde, kracht geven.
Christus = gezalfde
Hoorn = beeld van kracht
Advent = verwachting, komst
Nam de priester voor zichzelf.
Daartoe had de priester geen recht volgens
Borststuk en achterbout waren voor de priester, nadat dit vlees als beweegoffer aan God was gegeven.
Gekookt of gebraden.
Vlees werd gekookt. De priester at als vertegenwoordiger van God mee.
Deze priesters wilden rauw vlees om het zelf te kunnen braden. Zo onttrokken ze zich ook aan de offermaaltijd.
Priesterhemd.
Een kledingstuk dat leek op priesterkleding.
Samuël was géén priester. Hij stamde niet af van Aäron, maar van Korach.
Goden.
goden - d.w.z. rechters als vertegenwoordigers van God.
De HEERE wilde hen doden.
Moedwillig hadden ze zich van God afgekeerd volgens 1 Samuel 2:12.
Ze worden aan verharding overgegeven.
Een man Gods.
Een onbekende profeet.
Huis van uw vader.
Dat is de familie van Aäron.
Ik heb hem.
Hem is Levi of Aäron.
Graanoffer.
Leviticus 2.
God en Zijn belofte.
God deed de belofte aan Aäron in Numeri 25:12-13. Later ook aan Pinehas, kleinzoon van Aäron. ( vredeverbond) Eli was uit het geslacht van Ithamar. Door het gedrag van Eli stopt God met de lijn van Eli. De laatste uit dat geslacht is de priester Abjathar, in de tijd van David en Salomo. Maar Gods belofte aan Aäron of Pinehas blijft bestaan. Dat vervult Hij in Zadok ttv Salomo. Zadok was uit het geslacht van Pinehas, Eleazar, Aäron. Ook in eindtijd zijn er priesters uit het geslacht van Zadok. Ezechiel 43:19.
Geen oud man.
De priester Abjathar leefde al ttv koning Saul. Na de moord op de priesters in Nob vluchtte hij naar David.
Hij leeft nog ttv Salomo.
Hij werd dus wel oud.
Nood van Gods woning.
Eli zal de ellende van de geroofde ark horen, vlak vóór zijn dood.
Trouwe priester.
Dat is Zadok.
Ook in de eindtijd zullen er nakomelingen van Zadok priester zijn.
Ezechiel 43:19.
Mijn gezalfde.
Er was toen nog geen koning. Dit moet dus slaan op Salomo. Hij stelt Zadok aan als hogepriester i.p.v. Abjathar.
In de toekomst ziet het op de Messias.
Ook in het vrederijk dienen er priesters uit het geslacht van Zadok.