Een Leviet.
Elkana is nakomeling van Kahath, zoon van Levi.
Hij stamt af van Korach.
1 Kronieken 6:22-26.
Efrathiet.
Was hij afkomstig uit Efratha, de omgeving van Bethlehem?
Het grondwoord kan betekenen: inwoner van Bethlehem.
Een Efrathiet. Zo wordt Koning Jerobeam ook genoemd in 1 Koningen 11:26. Maar, die was uit de stam van Efraïm , terwijl Elkana uit de stam van Levi was.
Zofim.
Zofim = Zuf .
De stad lag in gebied van Benjamin en behoorde aan het geslacht Zuf.
1 Kronieken 6:26.
De Septuaginta noemt deze plaats: Rama Aramataïm. Dat is de plaats waar later Jozef van Arimathea vandaan kwam.
Of deze plaats is Rama van de Zufieten op het gebergte van Efraïm.
Elkana.
= Hij is mijn God.
Deze naam komt veel voor in het geslachtsregister van Korach in 1 Kronieken 6:16-28.
Hanna = genade.
Silo.
Archeologie toont aan dat Silo is gesticht op grond die niet verontreinigd is door afgoden.
Silo ligt in het stamgebied van Efraïm, ten noorden van Bethel.
Richteren 21:19.
Eli.
Hij was uit het geslacht van Ithamar. Abjathar was de laatste priester uit zijn geslacht.
Dankoffer.
Dit was een dankoffer. Daar mocht de Israëliet zelf van eten.
Niet blij en niet eten.
God zegt dat de Israëlieten hun feesten moeten vieren. Ze moeten eten en blij zijn.
De tempel.
Letterlijk: paleis.
Waarschijnlijk was de tabernakel, samen met meerdere gebouwen, onderdeel van een groter complex.
Eli, de hogepriester.
Vreemd, maar Eli komt NIET voor in de geslachtslijn van Eleazar, de 2e hogepriester.
Ging na de hogepriester Uzzi de hogepriesterlijke lijn even over op een andere lijn, bv de geslachtslijn van Ithamar?
Eli - Pinehas - Ikabod - Ahitub - Achimelech ( in Sauls tijd in Nob, David kreeg van hem de toonbroden) - Abjathar ( hij werd door Salomo afgezet).
Onder Salomo werd Zadok, uit de geslachtslijn van Eleazar, de hogepriester.
Onreinheid.
Hanna ervoer veel onreinheid.
Nu vraagt Hanna om een zoon. Dan zal die God dienen in de tabernakel. Dan wordt Gods huis weer een gebedshuis. Als Samuël er is, zal Peninna ook stoppen met plagen.
Voor al de dagen.
Een Leviet diende maximaal 25 jaar. ( 25-50)
Numeri 8:24-25.
Hier wijding voor het leven, net als Simson.
In geestvervoering zijn lijkt soms op dronkenschap.
Bidden verandert.
In vers 15 bidt Hanna. Ze is diep bedroefd.
In vers 18 is haar gezicht blijvend veranderd.
Gelofte-offer.
Die gelofte had Elkana waarschijnlijk gedaan, nadat Hanna gezegd had dat ze een zoon zouden krijgen.
Voor eeuwig.
Olam = lange tijd.
Vast de borst af.
Vrouwen zoogden een kind soms wel 3 jaren.
3 stieren?
In de Septuaginta en in de Dode zeerollen staat: 3-jarige stier.
Dat klopt beter met vers 25.
Maar...de Thora eiste een schaap of jonge duif bij de geboorte van een kind.
Mogelijk heeft Hanna op het Loofhuttenfeest om Samuël gebeden en is deze 3-jarige stier daar een herinnering aan.
Efa meel.
Een efa is 20-45 liter.
Vergeleken bij met Numeri 15:9 was dit veel meer meel dan nodig was.
Tot Eli.
Er waren ook vrouwen die in de tabernakel hielpen.
Die moesten zich over Samuël ontfermen.
Hij boog voor de HEERE.
Wie is "hij"?