Hoofdstuk 9


Vers 1

Zijn moeder.

Zie aantekeningen bij Richteren 8:31.


Bloedverwant.

Abimelech had een moeder die uit Sichem afkomstig was.


Sichem.

Sichem was een belangrijke plaats in de geschiedenis van Israël.

Abraham bouwde daar het eerste altaar voor de Heere.

In Sichem komt Israël met Jozua samen om de HEERE aan te roepen.



Vers 2

Een keus maken.

Gideon is overleden. Wie gaat zijn taak als richter overnemen.

70 zonen of 1 zoon (Abimelech), die familie heeft in Sichem.

Sichem kiest voor Abimelech.



Vers 3

Opmerkelijk.

De HEERE komt niet voor in dit hoofdstuk.



Vers 4

Geld van een afgod.

Abimelech wordt niet door God geroepen, maar met geld van een afgod huurt hij een legertje en grijpt de macht door de zonen van Gideon te doden, op Jotham na.



Vers 5

70?

In Richteren 8:30 staat dat Gideon 70 zonen had. 2 zijn er in leven gebleven nl. Abimelech en Jotham, de jongste.


Jotham.

Jo = HEERE.

Tamim = onberispelijk.

De HEERE is volmaakt.



Vers 6

Beth-Millo.

Millo is het bolwerk, de citadel.

Opgravingen tonen 2 delen van Sichem.

  1. Sichem.
  2. Millo, Toren-Sichem.


Hoge eik.

Waarschijnlijk de eik waarbij Jozua een gedenkteken had geplaatst.

Jozua 24:26.


Het koningschap.

Deuteronomium 17:15.



Vers 7

Gerizim.

Een berg ten zuiden van Sichem.



Vers 9

Zweven boven bomen.

Zonder voedsel voor zichzelf.

Zonder nut voor anderen.



Vers 15

In mijn schaduw.

De doornstruik, de boksdoorn, geeft nauwelijks schaduw. Het is een kleine struik.

Schaduw is het beeld van bescherming.


Laat er dan vuur uitgaan.

Als de struik in brand vliegt, kan er bosbrand ontstaan. Dat richt grote schade aan.



Vers 20

De vloek van Jotham.

In Richteren 9:57 komt deze vloek uit.



Vers 22

3 jaar geheerst.

Grondtekst wijst op tirannie.


Israël.

Abimelech heerste slechts over een kleine deel van Israël.



Vers 23

Toen zond God.

De samenleving verlaat God, maar toch bemoeit God Zich nog met het volk.

Gods oordeel komt onzichtbaar, door een boze geest.

Het oordeel komt niet direct. Er zit 3 jaar tussen de vloek van Jotham en de dood van Abimelech.


Handelen trouweloos.

Sichem valt van Abimelech af.



Vers 25

Sichem lag aan een karavaanroute. Reizigers waren bij Sichem niet veilig.

Steeds werden ook aanhangers van Abimelech aangevallen.

Abimelech was zelf vertrokken, maar Zebul, zijn generaal was nog met een garnizoen in Sichem.



Vers 26

Gaäl.

Hij was leider van een groep vrijbuiters. Hij komt in Sichem en probeert extra te stoken tussen Sichem en Abimelech.



Vers 28

Zoon van Jerubbaäl.

Jerubbaäl was degene die het altaar van Baäl in Ofra verwoestte.

Bovendien is Abimelech een onwettige zoon van hem.


Hemor, de vader van Sichem.

Gaäl heeft het over een oud patriciërsgeslacht uit de tijd van Jakob.



Vers 29

Had ik dit volk maar...

Gaäl bralt op het feest in Sichem en daagt daar Abimelech uit.



Vers 37

Waarzeggerseik.

Dat is de boom waar Abram een altaar bouwde, volgens Genesis 12:6-7.

Het was een " heilige" plaats.

Het is de "eik van More".

Genesis 35:4.



Vers 42

Volk ging Sichem uit.

Ze verwachtten nu geen 2e aanval van Abimelech.

Het volk gaat naar de akkers. Het was oogsttijd volgens vers 27.



Vers 45

Hij brak de stad af.

Als Kanaänitische stad wordt Sichem verwoest. Als Israëlitische stad wordt ze later weer opgebouwd.



Vers 46

Huis van El-Berith.

Dat is de tempel van Baäl-Berith.



Vers 47

Alle burgers.

1000 mannen en vrouwen volgens vers 49.



Vers 50

Tebez.

Een stadje ten N.O. van Sichem.

De inwoners behoorden waarschijnlijk eerst tot de aanhangers van Abimelech.



Vers 53

Molensteen.

De bovenste molensteen, de "loper" uit de handmolen.

Die woog 2-4 Kg.

Zo'n steen hoorde bij de eerste levensbehoeften.

NB. Abimelech doodde zijn broers op een steen.

Met deze dood kwam de vloek van Jotham uit.



<