Hoofdstuk 16


Vers 1

Naar Gaza.

De Filistijnen vreesden Simson zo, dat hij zich zelfs in hun steden waagde.

Gaza ligt diep in het Filistijnse land. Het was echt een provocatie.

In dit geval dreef de Heilige Geest hem niet.



Vers 2

In Gaza.

Simson doet grote daden, maar ze zijn niet direct om Israël te redden. Hij redt steeds zichzelf of wreekt zich.

Simson gaat zich steeds onverantwoordelijker gedragen.

Uiterlijk gewin gaat vaak gepaard met innerlijk verlies.

Op basis van Gods zegen concludeert Simson dat hij onverslaanbaar is. Hij denkt dat hij kan doen wat hij wil.





Vers 3

Tegenover Hebron.

Vanaf het punt dat Simon de deuren neergooit kon men het gebergte van Hebron ziet.

Hebron ligt 65 km verder en 650 m hoger.



Vers 4

Sorek.

Dat is een grensrivier.


Delila.

= nacht.



Vers 5

De stadsvorsten.

De stadsvorsten komen bij Delila. Duidelijk is dat Simson een nationale bedreiging is geworden.

Als Delila meewerkt zal ze een nationale heldin zijn.


Beloning.

Delila zal 5500 zilverstukken krijgen voor haar verraad.

Judas kreeg er 30!

De geldzucht brengt Delila ertoe om Simson te verraden.



Vers 7

Pezen.

Ook de Studiebijbel gebruikt dit woord. Pezen zijn van dierlijke oorsprong en daardoor zal Simson opnieuw onrein worden.



Vers 11

Waarom blijft Simson?

Hij kickt op spanning en gevaar. Het loopt immers steeds op overwinning uit.



Vers 14

Een pin.

Dat is waarschijnlijk het voorwerp dat gebruikt wordt om de inslag, de ingeweven draden, op elkaar te drukken.



Vers 16

Tot stervens toe.

Simson denkt dat hij dood gaat van haar gezeur.

Ze dreigt waarschijnlijk om de relatie te verbreken.



Vers 19

Haar afscheren.

Volgens Numeri 6:18 was dit het eind van zijn nazireërschap.

Het was niet een definitief einde van zijn relatie met God.

Simson komt zelfs voor in Hebreeen 11:32 , in de rij van de geloofshelden.



Vers 20

De HEERE was geweken.

Waarom nu?

Simson had zijn nazireeërschap op meerdere manieren al geschonden.

Simson vertelt Delila de waarheid, maar hij gaat niet weg. Hij valt zelfs bij haar in slaap.

Hoe kan dat?

Simson geloofde niet echt meer dat zijn grote kracht kwam door zijn nazireeërschap. Hij meende dat de kracht zou blijven, wat hij ook deed.

Hij besefte niet meer hoe afhankelijk hij was van God die hem steeds kracht gaf. Zijn kracht hoorde bij zijn lichaam, zo meende hij.



Vers 22

Zijn haar groeide weer.

God had gezegd dat Simson tot aan zijn dood een nazireeër zou zijn. Simson had daar niet voor gekozen, maar God wel.

Nu het haar weer groeit gaat God weer verder met Zijn nazireeër en Hij geeft Simson weer bovennatuurlijke kracht.

Gods kracht wordt niet beperkt door de ongehoorzaamheid van Simson en God is ook niet afhankelijk van de gehoorzaamheid van Simson.



Vers 23

God contra Dagon.

Het gaat ten diepste om de vraag: "Welke God gaat Israël dienen?"

God laat Zijn macht zien, door Simson weer kracht te geven.

God wint.



Vers 25

Ons vermaken.

De Filistijnen willen veel plezier beleven aan deze machteloze geweldenaar.

Ze lachen, honen, bespotten.



Vers 28

Simson bidt.

Simson had nog nooit om zijn kracht gebeden. Nu hij zwak is, bidt hij. Zo kan God hem gebruiken.

Hier laat Simson geloof zien. Hij vertrouwt op God.

Wraak voor mijn ogen.

Simson spreekt NIET over Gods eer.

Toch kreeg hij kracht in zwakheid.

Hebreeen 11:34.



Vers 30

Simsons' dood.

Simson sneuvelt in zijn strijd met de Filistijnen.

God gaf hem voor de laatste keer veel kracht.

De manier waarop hij sterft, getuigt het meest van zijn geloof.

De grootste overwinning uit zijn leven is zijn dood.

Aan het eind van zijn leven begint hij met het verlossen van zijn volk.


Simson en Jezus.



<