Vossen.
Shakal = ?? jakhals.
Geen gebed vanuit de nood.
In de geschiedenis van Simson lezen we niet dat Israël vanuit de nood tot God riep.
Israël had zich erbij neergelegd dat de Filistijnen de baas waren.
Israël keert zich zelfs tégen Simson.
Staande koren.
De tarweoogst is eind mei, begin juni.
Wijngaarden en olijfbomen.
Het werk van vele jaren gaat verloren.
Verbrandden haar.
Door zeuren bij Simson had deze vrouw verbranding willen voorkomen, Richteren 14:15, maar nu komt dit kwaad juist over haar en haar familie.
De botten stuk.
Letterlijk: hij sloeg hen … dijbeen over heup.
Simson brak hen dus armen en benen.
Filistijnen heersen over ons.
Zo was de politieke situatie in Israël.
Israël had Gods opdracht, om de volken on Kanaän uit te roeien, niet uitgevoerd. Richteren 3:1-3.
Simson, type van Jezus.
Simson verslaat 1000 man.
Hier gaat Jozua 23:10 letterlijk in vervulling.
Onrein.
Opnieuw wordt deze nazireeër onrein door zijn aanraking van dode dingen.
Heb ík.
Simson geeft zichzelf de eer.
Dat deed Debora niet in Richteren 5:3.
Ú hebt verlossing gegeven.
Simson komt tot inkeer. Hij wist goed dat hij voor Gods zaak streed.
Bron vd roepende.
De naamgeving vd bron wijst toch weer naar Simson.
Dat deed Hagar niet in Genesis 16:13-14.
Lachai-Roï betekent: de Levende Die naar mij omziet.
Simson gaf leiding.
Simson beschermde Israël tegen de Filistijnen.
De verlossing kwam pas later onder Samuël en Saul en David.