Timna.
9 km ten westen van Zodra.
Neem haar voor mij.
Een vrouw uit het vijandige volk. Respectloos naar zijn ouders en zijn nazireërschap.
In Richteren 3:1-5 worden de Filistijnen genoemd als een volk dat uitgeroeid moet worden.
Ieder deed wat goed was in eigen oog, ook Simson.
Leeuw.
Was in Kanaän tot 13e eeuw na Christus.
Geest van de HEERE.
Dit was een teken voor Simson, dat God hem kracht gaf en in de toekomst zou geven.
Type van Christus.
Onreine Simson.
Volgens Numeri 6:9-12 en Leviticus 11: 24-25 en 39 was Simson nu onrein.
Hij zegt er niets over.
Hij nam honing.
Opnieuw wordt Simson onrein, maar nu uit vrije wil.
Dat paste niet bij een Nazireërschap.
Hij zei niets.
Zo deelden zijn ouders in zijn overtreding en werden ook onrein.
Een maaltijd.
Letterlijk:
Simson mocht geen wijn drinken.
Metgezellen.
Het waren geen persoonlijke vrienden. Het woord kan ook " boosdoener" betekenen.
Psalm 26:5.
Jesaja 1:4.
De Septuaginta vertaalt: als ze hem vreesden.
Die 30 moesten Simson goed in de gaten houden en moeten kunnen ingrijpen.
Het raadsel.
Dit raadsel heeft ook een diepere betekenis.
De dood is een "eter" en zegt nooit:" Het is genoeg".
Maar Christus overwon de dood, zoals Simson de leeuw doodde.
Het bittere wordt zoet, want de dood van een gelovige is een achterlaten vd zonde en een doorgang tot het eeuwige leven.
Zevende dag.
De Septuaginta heeft 4e dag.
Ouders niet uitgelegd.
Als Simson dat had gedaan was uitgekomen dat hij wel 2 keer onrein was geworden.
Dan had hij moeten bekennen dat hij zijn nazireërschap had geschonden.
Op de 7e dag.
Er staat eigenlijk: 7 dagen lang.
Daarom werd Simson haar gezeur ook zat.
Daarom namen de 30 metgezellen haar ook in de arm.
Met mijn kalf.
Niet erg complimenteus als hij zo over zijn vrouw praat.
De Geest van de HEERE.
Simson gedraagt zich niet als een gelovige. Hij wil wraak. Toch helpt God hem. God begint Zijn volk te verlossen, ondanks Simsons zondige leven.
Zo blijft alles onverdiende gunst van God.
Askelon.
35 km ten zuiden van Timna.
Simson als richter.
Simson redt het volk niet van de overheersing, maar hij is richter tijdens de overheersing.
Wel de Geest, niet de vrucht.
Je kunt de gave van de Geest hebben en toch geen vrucht dragen.