Hoofdstuk 4


Vers 1

Hoe kun je beproeven?

De criteria staan in vers 2 + 3 en vers 6.

Ook in vers 6 wordt een criterium genoemd.

Mattheus 24:4.


Geestesgave.

Het onderscheiden van geesten is een gave van de Geest.



Vers 2

Jezus kwam in het vlees.

Hoe komen we er achter dat iemand door een demon gebonden is?

Hier staat een testvraag voor demonen:

Een demon weigert dat te erkennen.

Soms zegt de demon "ja", maar dan moeten we doorvragen:

Dat doet de demon niet.



Vers 3

De geest van de antichrist.

Die geest van de antichrist is nu al in de wereld. Wie de Vader en de Zoon loochent, heeft de geest van de antichrist.

De antichrist zelf komt nog in de toekomst.



Vers 4

U bent uit God geboren.

Wedergeboorte is Gods werk.

Ieder die wedergeboren is, is uit God geboren.

U hebt hen overwonnen.

"Hen" zijn mensen die van de wereld zijn, ongelovigen.

Ook in vers 5 lees je dat.


Hij Die in u is.

Dat is Jezus. Hij woont door Zijn Geest in de gelovigen.

Hij die in de wereld is.

Dat is satan, de overste van de wereld.

De "wereld" is vijandig tegen God.



Vers 5

Zij.

Dat zijn de mensen waarin de geest van de antichrist is. Zij zijn mensen uit de (zondige) wereld.


Ze spreken de taal van de wereld.

We lezen de tekst even anders.


De wereld.

Waarom haat de wereld ons?



Vers 6

Wie God kent, luistert naar ons.

Luisteren is horen én doen!



Vers 7

Geliefden.

agapētos = geliefden.

Het gaat in deze tekst om de hoogste liefde, agape.

Dat is eenzijdige, opofferende liefde.

Zo is vooral de liefde van God.


Liefde is uit God.

Die liefde van God is gebleken in het zenden van Jezus. God wilde géén offer van Abraham die Izak moest offeren. God had ook maar 1 Zoon die Hij lief had en die offerde Hij op om vijanden te redden. God ís Liefde.

De liefde van God wordt door de Heilige Geest in ons gewerkt.

Kenmerk van geestelijk leven.

Wie de agape-liefde beoefent, is wedergeboren, uit God geboren.

Een gelovige heeft DNA van God. God gaf álles! God is Liefde en Zijn kinderen hebben lief.

Ieder die wedergeboren is, heeft die liefde.(agape)



Vers 8

God ís Liefde.

Gods Naam is:

God heet niet: Ik dóé.

Gods daden, Gods doen, komen voort uit Zijn zíjn.

Gods daden komen voort uit Zijn wezen, hoe Hij ís.

Zo heeft God lief, omdat Hij Liefde is.


Wij moeten op God lijken.

Ook in ons leven gaat het niet in de eerste plaats om wat wij doen, hoewel heel belangrijk, maar vooral om wie we zijn.

Uit ons "zijn" moeten onze goede daden voortkomen.


God is géén Allah.

Hier is het grote verschil met Allah.

Allah heeft 99 namen, maar "Liefde" staat daar niet bij.


Allah is geen God.

Allah heeft géén Zoon.

Allah offerde niets om verloren zondaren te redden.


God heeft niet alles lief.

God heeft géén liefde voor:



Vers 9

Gods liefde voor vijanden.

God had de wereld lief!

Leven door Jezus.

Jezus kwam in onze plaats. Hij was zónder zonden, maar droeg wel de straf die wij verdienden. Hij werd tot zonde gemaakt.

Hij vervulde alles wat God vroeg en verdiende het leven. Dat leven schenkt Hij ons uit genade. Hij werd opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Niet dat wij,....

Maar dat Hij...!



Vers 10

Verzoening voor onze zonden.

God verzoende in Christus de wereld met zichzelf.

Waar en wanneer deed Jezus verzoening?

Jezus, als Hogepriester, bracht Zijn eigen bloed op het verzoendeksel van de ark in de hemel.



Vers 12

Niemand heeft God gezien.

Niemand kan God zien en in leven blijven.

Nooit zagen we God en toch hebben we Hem lief.

Dan is het makkelijker om een broeder of zuster lief te hebben die we wél kunnen zien.



Vers 13

Wij in Hem en Hij in ons.

Het is als een emmer die we in de zee vullen.

De emmer komt in het zeewater.

Het zeewater komt in de emmer.

De Geest als onderpand.

Elke gelovige ontvangt de Heilige Geest bij de wedergeboorte. Dat is het onderpand dat Jezus ons gaf.

Het is als een verlovingsring, waarin de naam van de Bruidegom staat.

We weten daardoor zeker dat we bij Jezus horen, dat Hij van ons is en wij van Hem. Hij komt terug om ons op te halen en naar het Vaderhuis te brengen voor de bruiloft van het Lam.

De bruiloft van het Lam.



Vers 14

En wij hebben gezien..

Wij, dat zijn de apostelen. Daarvan is Johannes er één.

Hij was ooggetuige en oorgetuige.


Zaligmaker van de wereld.

Jezus droeg de zonden van het hele menselijke geslacht.

Dat betekent niet dat iedereen zalig wordt. Wie niet in Jezus wil geloven, wordt niet zalig.



Vers 15

Jezus de Zoon van God.

Dit was de geloofsbelijdenis van de kamerheer van de kandakè, de koningin van de Ethiopiërs. Na deze belijdenis werd hij door de diaken Filippus gedoopt. De doop volgt op het geloof.

Ons belijden.

Jezus is de Zoon van God en tegelijk Zoon des mensen.

Dat wordt ook zo verwoord in artikel 2 en 3 van de apostolische geloofsbelijdenis.

De antichrist ontkent dat.

Ook de Islam zegt dat Allah géén zoon heeft.


God in ons en wij in God.

De Heilige Geest is in elke gelovige.

Ook Christus leeft in ons.

Wij leven daardoor ook in God.

Als we in de liefde blijven, dan blijven we in God.



Vers 16

2 worden 1 door liefde.

God heeft ons lief.

Wij hebben God lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

In de liefde worden twee één.


God is liefde.

God blijft altijd.

Deze Liefde vergaat nooit. Zijn liefde blijft.

Ook ónze liefde tot God vergaat nooit.

Verlangen naar liefde is eigenlijk verlangen naar God.

Ons leven is zinloos zonder liefde... zonder God.



Vers 17

Vrijmoedigheid op de dag van het oordeel.

Vers 18 legt die vrijmoedigheid uit. Wie volmaakt is in de liefde hoeft niet bang te zijn op de dag van het oordeel. Die persoon is in God en God in hem.


Zoals Hij is, zijn wij.

Jezus is ons Voorbeeld.

Zijn eigenschappen laten gelovigen ook zien in hun leven. Wij worden door de Heilige Geest dagelijks vernieuwd naar Zijn gelijkenis.

Welke eigenschappen kan men in ons zien?

Vooral de liefde. Maar ook rechtvaardigheid, barmhartigheid, nederigheid, geduld, matigheid, reinheid enz.



Vers 18

Geen vrees.

Wie vreest dat hij / zij op de dag van het oordeel straf krijgt, is niet volmaakt in de liefde.



Vers 19

God is de eerste.

God zoekt Adam en Eva al op ná hun zondeval. Hij belooft een Redder.

Ook in óns leven is God altijd de eerste. Hij komt tot ons met Zijn woord, waarin Hij Zijn beloften heeft laten opschrijven.



Vers 20

Een leugenaar.

Ware liefde voor God gaat altijd gelijk op met liefde voor anderen.

Ze zijn er béíde of ze zijn er niet.



Vers 21

Broeder of naaste.

Jouw broeder heeft dezelfde Vader.

Jouw naaste moet je wel liefhebben, maar hij hoort (nog) niet bij het gezin van jouw Vader.



<