Zonden afleggen.
In het vervolg vertelt Petrus over Jezus, de kostbare Hoeksteen, die ons fundament is. Jezus is ook de kostbare Sluitsteen. Zo is Hij het begin van het geestelijke huis en ook de voltooiing.
Voor die kostbare Heiland leggen we toch graag af wat Petrus hier noemt?
Het oude afleggen.
Aan het oude leven, aan de zonden, zijn we gestorven. De oude mens is met Christus gekruisigd.
De oude mens is dood en wordt in het doopwater begraven.
Als we iemand begraven, nemen we definitief afscheid van die persoon.
Zo laten we bij de doop het oude leven definitief achter.
Als we opstaan uit het doopwater, staan we met Christus op. We doen het nieuwe leven aan.
We kleden ons met Christus.
Heiligmaking.
Wat moeten we afleggen?
De werken van het vlees moeten we achter ons laten.
In Galaten 5:19-21 staat een lange rij.
Hoe wordt dat "afleggen" makkelijk?
Dan moet je je op het tweede vers richten.
1 Johannes 3:6 zegt: wie in Hem is, zondigt niet.
Als er liefde is, gaat het vanzelf.
Een echtpaar, dat veel liefde voor elkaar heeft, probeert zo te leven dat de ander het fijn vindt.
Een gelovige wil zo leven, dat Jezus het fijn vindt.
De melk van het woord.
De melk is voor baby's van levensbelang.
Zo moet ook Gods woord voor ons zeer belangrijk zijn. Dagelijks moeten we ons ermee voeden.
De nieuwe mens aangedaan.
Gelovigen hebben zich met Christus bekleed.
Verlang naar het woord.
Als we met Gods woord bezig zijn, zijn we ook op God gericht.
Wie op Jezus ziet, kan niet tegelijk naar de zonde zien.
Opgroeien tot volwassenheid.
We moeten NIET de wedergeboorte als eindpunt zien, maar juist als beginpunt. Ná de geboorte begint de groei naar volwassenheid.
Hoe ga je groeien in de kennis van Christus?
Dat lezen we in
Goedertierenheid.
Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.
HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.
Motivatie voor geestelijke groei.
De kostbaarheid van Jezus is een belangrijke beweegreden voor geestelijke groei.
We moeten oog hebben voor de grootheid, de heerlijkheid, de majesteit, de liefde van Jezus.
Het gaat erom wat Jezus praktisch voor ons betekent.
Kom naar Hem toe!
Als je komt, zal Jezus je niet wegsturen.
Wie tot Hem komt, wordt behouden.
Jezus, de levende Steen.
De gemeente wordt naast één lichaam, ook vergeleken met een gebouw, gemaakt van "levende stenen".
Jezus is de Hoeksteen, het fundament.
Het grondwoord kan ook Sluitsteen betekenen. Zo is Jezus begin en eind, Fundament en Voltooiing.
Jezus is levend!
Verworpen.
Jezus wordt beoordeeld door mensen en bewust afgewezen.
Voor God is Jezus kostbaar.
God heeft dit ook 2X hoorbaar uitgesproken.
Een geestelijk huis.
De gemeente vormt één lichaam, maar ook één huis. Elke gelovige is een levende steen.
Jezus zelf is ook een levende steen.
Hij is de Hoeksteen en de Sluitsteen, maar ook de Eigenaar van dit geestelijke huis.
De gemeente is de tempel van God. De Heilige Geest woont daar.
Gelovigen zijn priesters.
In Hebreeuws:
Ze brengen geestelijke offers.
Wat is onze taak als priesters?
Onze bedieningen moeten vooral naar buiten gericht zijn, dus op God en op de naaste.
Een geestvervulde gemeente herken je aan:
Zie Ik..
Ik = De Vader.
God heeft Jezus verkoren. Hij is de uitverkoren Hoeksteen, opdat Hij de Vader verheerlijken zou.
God koos een goede en betrouwbare Steen.
God staat garant voor een goed geestelijk huis.
Niet beschaamd.
=niet teleurgesteld.
In Sion.
De Hoeksteen Jezus ligt in Sion.
Sion is Jeruzalem.
In het Hebreeuws staat: Jeroesjalajim. Dat is een meervoudsvorm.
Eigenlijk is het een dubbel-stad. Het hemelse Jeruzalem zal daar ook eens neerdalen bij het aardse Jeruzalem.
Jezus wordt daar Koning.
De gemeente die gebouwd is op Jezus, de Hoeksteen, is de bruid.
Dat is het Heilige Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt.
Wie in Hem gelooft...
Wie in Jezus gelooft, komt zéker bij Hem en blijft bij Hem. Daarmee mogen we elkaar troosten.
Blij vooruitzicht!
Een kostbare Steen.
Dat is Jezus.
Hij is kostbaar voor
Ongelovigen verwerpen deze Hoeksteen en stoten zich aan Hem.
Volgens vers 7 zijn ongelovigen ook ongehoorzamen. Zo staat het ook in
Ongeloof is juist dé zonde waarvan de Heilige Geest overtuigt.
Is Hij kostbaar voor jou?
Voor degenen die Jezus vertrouwen, is Jezus kostbaar.
Hoeveel is Jezus jou waard?
Het antwoord op deze vraag bepaalt jouw leven.
Aan de vrucht ken je de boom.
Wat maakt Jezus kostbaar voor jou?
Waaruit blijkt dat Jezus kostbaar is voor jou?
Hoeksteen.
Psalm 118:22.
Ef 2:20.
Mijn zekerheid van behoud ligt in Hem. Hij is het begin en het eind.
Daarom is Hij zo kostbaar voor mij.
1 Corinthiërs 3:11.
2 groepen.
Ongehoorzaam zijn.
Deze mensen zijn moedwillig ongehoorzaam. Daardoor zijn ze ook ongelovig. Ze gaan verloren door eigen schuld.
Jezus verwijt dit de farizeeërs.
De gemeente.
Alle gelovigen samen vormen een geestelijk huis. Ik ben een levende steen in dit geestelijke huis.
Koninklijk priesterschap.
Onder het OT kon een koning (uit de stam van Juda) niet tegelijk priester zijn. ( stam van Levi).
Jezus wordt wél priester-koning. Priester naar de orde van Melchizedek.
Koning wordt hij nadat Hij is wedergekomen.
De bruid zal Hem gelijk zijn. We zijn een koninklijk priesterschap.
Hoe moeten we zijn?
Deugden verkondigen.
Het hoort bij ons priesterschap om de voortreffelijkheden van God in woorden en/of daden aan de mensen te tonen. Denk aan liefde, barmhartigheid, goedheid, vriendelijkheid. Zo zijn we tot zegen. Zo oefenen we ook de sfeer die er straks in het Vaderhuis zal zijn.
Uitverkiezing heeft een doel.
Uitverkoren, opdat...
Het verkondigen van Gods deugden is een doel van onze verkiezing.
We zijn een uitverkoren geslacht, opdat we Zijn deugden zullen vertellen. Zo spreken we goed van God. Zo loven we Hem.
Zie aantekeningen bij
Wij zijn Gods volk.
Gelovigen uit de heidenen zijn nu ook Gods volk, geestelijke kinderen. We vervangen Israël NIET, want dat blijft Zijn volk, Zijn persoonlijk eigendom, Zijn koninklijk bezit. Israël is Gods vrouw.
Na de tijd van de gemeente neemt God de draad met Israël weer op. Israël komt terug in Gods land. Jezus wordt Koning van de Joden op Davids troon in Gods stad.
Israël zal een volk van rechtvaardigen worden.
Bijwoner en vreemdeling.
Hier op aarde wónen de gelovigen niet, maar ze verblíjven er.
Paulus noemt de Efeziërs géén bijwoners, maar medeburgers en huisgenoten van God.
Vleselijke begeerten.
Hoe krijg je dat voor elkaar om de vleselijke begeerten te ontvluchten?
Richt je helemaal op Jezus.
Laat je levenswandel met de Geest zijn.
Bekleed je met Christus.
Wat zijn vleselijke begeerten?
Paulus noemt het werken van het vlees. Hij somt ze op in
Goed doen.
Dat is voor christenen een levenshouding.
Heidenen moeten God verheerlijken om u.
Gelovigen moeten leesbare brieven zijn. We moeten een aangename geur van Christus verspreiden.
Zo geven we een goed getuigenis naar ongelovigen.
God openbaart Zijn heerlijkheid door de gemeente. De mensen in onze omgeving lezen géén bijbel, maar moeten Jezus in ons herkennen.
Op de dag dat er naar hen wordt omgezien.
Op de dag dat de christenen omzien naar de heidenen in nood, dan herkennen de heidenen de goede werken en verheerlijken God.
Onderdanig aan gezag.
Ga in het voetspoor van Jezus.
Gezag.
Een gezagsdrager heeft bevoegdheid om beslissingen te nemen. Gezagsstructuur heeft God bedacht.
Gezag ordent het leven. Als er géén gezag is, ontstaat er anarchie. Ieder doet dan wat goed is in eigen ogen. Zo ontstaat chaos.
God heeft ons gemaakt. We behoren Hem toe.
God is de hoogste autoriteit.
Omwille van de Heere.
We onderwerpen ons aan gezagsdragers niet omdat die het beste met ons voorhebben, maar omdat God die gehoorzaamheid van ons vraagt en omdat Jezus daarin ons voorbeeld is.
Geef geen enkele aanleiding om God te smalen.
Vrije mensen.
Vrijgemaakt van de mácht van de zonde, dus we hoeven de zonde niet te doen.
Christelijke vrijheid.
Christus maakte ons vrij, maar we mogen die vrijheid niet misbruiken om te zondigen.
We zijn geen slaven meer van de zonde, maar nu wel vrije slaven van Christus.
De vrijheid gebruik ik om Gods wil te doen en om me te onderwerpen aan Zijn gezag en aan gezagsdragers die Hij aanstelde.
Lief hebben.
Onze schuld is door God vergeven, maar we zijn daarom schuldig elkaar lief te hebben.
Vrees God.
Godsvreze is eerbied en achting hebben voor God.
"Vrezen" is hoger dan "eren", want God heeft het hoogste gezag.
De vreze des Heeren:
Wat houdt dat in?
Ook die verkeerd handelen.
De grootste gave is overgave. We wreken onszelf niet, maar geven het onrecht in Gods hand. Hij zal eens oordelen.
Voor ons zijn er 2 kanten:
Voorbeelden.
Onterecht lijden.
De HEERE beproeft, om te weten wat in ons hart is.
Denk aan Jezus. Hij heeft een voorbeeld gegeven. Ondanks alle oprechtheid moest Hij ook lijden. Jezus leed veel onrecht.
Jezus gaf het onrecht over aan Zijn Vader, Die rechtvaardig zal oordelen. (vs.23)
Jezus wil volharden en blijven onder het gezag, tot het einde.
Slaven moeten ook veel onrecht verdragen, maar als ze dat doen, vertonen ze wel het beeld van Jezus.
Onterecht lijden.
Wie lijdt om de gerechtigheid, die is zalig.
Hiertoe bent u geroepen.
Petrus zegt dat we onze roeping moeten waar maken.
Dat geeft voor ons een rijke vrucht. We groeien in de kennis van Christus.
Christus is ons voorbeeld.
Jezus leefde zondeloos. Hij was oprecht. Toch ervoer Hij veel tegenstand en lijden.
Hij gaf alles over aan God. (vs.23)
Zo moeten wij ook doen.
Jezus uitgescholden.
Overgaf..
Overgave is een heel grote gave.
Onze zonden gedragen.
Jezus droeg de zonden zelfs van de hele wereld. Zo kan Hij ook een verzoening zijn voor iedereen. Zalig worden kan voor iedereen, maar dan moet men wél in Jezus geloven.
Voor zonden moeten we dood zijn.
De oude mens is met Christus gekruisigd.
Een nieuwe mens is met Christus opgestaan. Met Hem wandelen we in een nieuw godzalig leven.
Door Zijn striemen genezen.
Het gaat om een geestelijke genezing. Een innerlijke genezing.
Zo mogen we het rechtvaardige leven gaan leven. Door onze levenswandel kunnen we Gods heerlijkheid tonen aan de mensen om ons heen.
Bekering.
Wedergeboorte en bekering horen bij elkaar.
Als God ons levend maakt (wedergeboorte), keert de mens zich tot God.(bekering)
Eerst waren we dwalende schapen en liepen we bij de Herder weg. Na bekering gaan we juist náár de Herder, 180⁰ omgekeerd.
Herder en Opziener.
Uw stok en Uw staf, beelden van het gezag, die vertroosten mij. Stok en staf horen bij de Herder en Opziener.