Hoofdstuk 3


Vers 1

Verdeling:

Wat is de context?

In het voorgaande gaat het over onze houding tegenover de overheid en tegenover onze werkgever.

We moeten het onrecht overgeven aan Hem die rechtvaardig oordeelt.

Nu gaat het over de positie van man en vrouw in het huwelijk.

Maar... de man of de vrouw kan wel ongelovig zijn. Hoe moeten we dan leven?


Evenzo.

Dit woord plaatst het volgende in de context van het vorige. Als de overheid niet correct handelt of de werkgever slecht voor je is, dan moet je tóch naar Gods principes leven en ondanks alle onrecht toch onderdanig zijn!

Wees allen elkaar onderdanig!!!!

Als sommigen aan het woord ongehoorzaam zijn.

Als nu een vrouw een ongelovige (=ongehoorzame) man heeft of een slechte man, dan moet ze volgens datzelfde principe onderdanig zijn. God gaf die principes.


Onderdanigheid.

Het is geen passief willoos-zijn, maar een actief zich voegen in Gods ordening en bedoeling met het huwelijk.

Een ongelovige echtgenoot.

Ongehoorzaam = ongelovig.

Sommige ongelovige mannen zijn aan Gods woord ongehoorzaam.

De spanning loopt op in het huwelijk. Maar... geef aan de ongelovige man nooit een reden om te zeggen dat het christelijke geloof zijn huwelijk kapot maakt.

Zwijg maar liever als vrouw. Dat is beslist niet Christus verloochenen, maar blijven (s)preken, zal de tegenstelling alleen maar vergroten.

Spreek maar door je gedrag.


Zonder woorden gewonnen worden.

Zo gebeurde het ook in het leven van Jezus:

Onze woorden kunnen afketsen, maar ons leven kan mensen winnen.


Iedere man moet zich onderwerpen aan Christus. Die is het Hoofd van de man.

De positie van de vrouw heeft niets te maken met een autoritaire man, maar met het feit dat Jezus het Hoofd is van de gemeente.

De gemeente floreert onder haar goede Hoofd.

Zo floreert de vrouw onder haar goede man.



Vers 2

Zij.

Dat zijn de ongelovige, ongehoorzame echtgenoten.


Reine levenswandel.

Vrees des Heeren.



Vers 3

Wat is het belangrijkste?

God is zeker niet tegen sieraden,

maar uiterlijke schoonheid is niet het sterkste wapen om de ongelovige man te behagen. De innerlijke schoonheid is krachtiger om je ongelovige man te winnen dan het mooiste sieraad.

Een vrouw met een hart, met liefde, warmte, vriendelijkheid, ijver, zorg enz. heeft méér kans om haar ongelovige man te winnen, dan een pronkzieke vrouw.



Vers 4

Uw.

Het gaat in deze context niet over vrouwen in het algemeen, maar vooral om vrouwen die ongelovige mannen hebben die ze door hun levenswandel voor Jezus proberen te winnen.


Zachtmoedig.

Zacht, liefelijk, vriendelijk.


Stil.

Rustig, stil, bedachtzaam


Geest.

Wil, verstand, gevoel, denken.


Kostbaar.

Hetzelfde woord als de kostbare zalf van Maria die Jezus zalfde. Zo mag de vrouw geuren voor God en haar omgeving.


Belangrijk.

  1. Deze inwendige schoonheid van de vrouw is blijvend, onvergankelijk. Dat is een zachtmoedige en stille geest. In het volgen van Jezus leer je vriendelijk en nederig te zijn.
  2. Deze inwendige schoonheid is kostbaar voor God.



Vers 5

Heilige vrouwen.

Ze hadden een ootmoedige en nederige houding, maar waren zeker niet zonder sieraden.

Is God tegen sieraden?

Hoe moeten we ons versieren?



Vers 6

Kinderen van Sara.

In Galaten 4:22 is Sara "de vrije".

Vrijheid en leven onder gezag complementeren elkaar.

Onder het gezag van God leven, maakt dat je floreert.

Als de gemeente zich houdt aan de geboden van Jezus, dan floreert de gemeente.



Vers 7

Zwakkere vat.

God maakte haar zwakker, maar heeft haar ook tedere zaken als taak gegeven. Zij heeft veel meer oog voor de zwakken.

Man: Keulse pot.

Vrouw: Delftsblauw vaasje.


De man moet

De vrouw is:

Mede-erfgenaam.

Zie je gelovige vrouw als een kind van God. Ze is ook een lid van het lichaam van Christus. Behandel haar dus met veel eerbied.

Opdat uw gebeden..

Als de man in onmin leeft met zijn vrouw, leeft hij in zonde. Dat verhindert hem om vrijmoedig te bidden.



Vers 8

Wees allen.

Het gaat nu over gelovigen, dus niet speciaal over man of vrouw.



Vers 9

Zegenen.

Wie zegent zal zelf ook zegen ontvangen.

Daartoe geroepen.

Gelovigen hebben zich met Christus bekleed.

Jezus roept ons ertoe op om Zijn eigenschappen in ons leven te laten zien.


Deze roeping moeten we waar maken. Het heeft direct met onze levenswandel te maken.

Wat die roeping inhoudt staat veel uitgebreider ook in beschreven in

Ook Petrus schrijft er in zijn 2e brief uitgebreider over en benadrukt dat we onze roeping en verkiezing vast / waar moeten maken.

God heeft ons ook geroepen tot heerlijkheid.

God heeft ons ook geroepen tot lijden.

Gelovigen zijn koninklijke priesters.

Omdat gelovigen ook priesters zijn, mogen zij ook zegenen.

Zegen (=loof) God.

Zegen jouw kinderen.

Zegen degene die jou vervolgt.

We zijn zelfs geroepen om te zegenen.

Zegenen is een geloofsdaad.

We zijn geroepen om te zegenen.

We moeten dus geloven in de ontvangen autoriteit en opdracht van God om mensen te zegenen.

We moeten ook geloven in Gods werkzaamheid om die uitgesproken zegen in de ander te realiseren.



Vers 10

Psalm 34:13-14 wordt geciteerd.


De tong.

De tong kan veel goed doen, maar kan ook veel kapot maken.

Laat jouw tong de ander zegenen. Dan spreek je goed over de ander.

Laat je woorden "smakelijk" zijn, met zout bestrooid.

Wie het leven wil liefhebben.

Die persoon moet 3 dingen zeker doen.

  1. Geen kwaad spreken.
  2. Afkeren van het kwaad en het goede doen.
  3. Vrede zoeken.



Vers 12

De ogen van de HEERE.

Dit is het motief om zo te leven. We moeten leven volgens Gods principes.

Gods kracht is dan beschikbaar voor je.

De oren van de HEERE.

Als we als rechtvaardigen leven zijn Góds oren op ons gebed gericht.

Hij wil ons graag verhoren.



Vers 13

Wie zal je kwaad doen?

Zo mag je het verwachten, dat als je goed doet, jou ook goed ontmoet.

Petrus weet uit ervaring dat het ook anders kan zijn.

En toch...niemand kan je kwaad doen als je in Christus bent. Ze kunnen hooguit je lichaam doden.



Vers 14

Lijden vanwege gerechtigheid.

Dat lijden kan komen van de overheid, van werkgever, van je echtgenoot, van medegelovigen.

Je lijdt omdat je goed doet. Je lijdt omdat je Jezus volgt.


Lijden.

  1. Lijden tgv eigen zonde.
  2. Lijden tgv de gerechtigheid, omdat je Jezus volgt.
  3. Lijden omdat God dat wil. Vers 17.

5 raadgevingen in tijd van lijden.

  1. Niet vrezen. Vers 14.
  2. Niet in verwarring raken. Vers 14.
  3. Heilig God / Christus en geef Hem de hoogste plaats. Vers 15.
  4. Wees bereid om verantwoording af te leggen. Vers 15.
  5. Heb een goed geweten. Vers 16.

Vrees niet.

In moeilijke omstandigheden loop je gevaar om bevreesd te worden. Angst belemmert de vruchten.


Laat je niet in verwarring brengen.

Laat je niet in beroering brengen.

In verwarring kun je niet meer nuchter denken.

Dan ben je zalig.

Dat "zalig zijn" hoort bij "gerechtigheid".

Zalig betekent: je bent rijk, je bent welvarend.

Wie gerechtvaardigd is, is zalig, die is rijk.

Je hebt eeuwig leven en jou wacht de erfenis van God.



Vers 15

Heilig God in uw hart.

In de Telosvertaling staat "Christus" i.p.v. God.

Geef niet zomaar op.

Kies ervoor om op God / Christus te vertrouwen.

Dat is een wilsbesluit.


Rekenschap geven van jouw hoop.

Wees bereid om te getuigen van je hoop, zelfs als je door de diepte gaat.

Onze Hoop is een persoon, Jezus!

Onze hoop heeft te maken met Zijn verzoeningswerk in de hemel.

Hij komt terug! Dan delen we in Zijn heerlijkheid.

Die hoop moet al ons leed verzachten.

Wees mild en vriendelijk, ook al hoor je nog zoveel onzin terug.

Dit vraagt om zelfverloochening.

Probeer de ander door je voorbeeld te winnen voor Christus.



Vers 16

Heb een goed geweten.

Er kan een zwak geweten zijn. Dat is verkeerd gevormd. Het maakt zich druk om dingen waarover God Zich niet druk maakt.

Je geweten is nooit de norm. Gods woord is dé norm.

Verschillende gewetens.



Vers 17

Zo God wil.

Het kan zijn dat we moeten lijden omdat God dat wil. Dat zal nuttig of nodig zijn.



Vers 18

Jezus' doel.



Vers 19

Toen Hij heenging.

Toen Jezus stierf en afdaalde in het paradijs, de goede afdeling van het dodenrijk waar Lazarus was in de schoot van Abraham.


Jezus gaat naar de gevangenis.

Ook Jesaja spreekt over een gevangenis waarin goddelozen verzameld zullen worden.

Demonen komen in de afgrond = abyssos.

Goddeloze overledenen verblijven in de sheool = hades = dodenrijk.


Niemand in het OT ontkwam aan de gevangenis, het dodenrijk (sheool), behalve Henoch en Elia.

Ontkwam Abraham?

Ontkwam Izak?

Ontkwam Jakob?

Ontkwam Aäron?

Ontkwam Mozes?

In het dodenrijk zijn de geesten van de OT- ongelovigen aan de slechte kant en de geesten van de OT-gelovigen aan de goede kant, bij Abraham.

Jezus noemt de goede kant het paradijs. Hij ging er heen, samen met één van de kruiselingen.

Jezus proclameert Zijn overwinning.

Met Zijn opstanding / hemelvaart

neemt Jezus de gevangen OT-gelovigen mee naar het hemelse paradijs.

Over dat heengaan, die uittocht (=exodus) uit het dodenrijk, spraken Mozes en Elia met Jezus. Met dit uitzicht op deze overwinning bemoedigden ze Jezus.

Jezus' komst had óók dit doel om de gevangenen te bevrijden. Hij bevrijdt hier niet van zonde, maar uit een gevangenis.

Waar is het dodenrijk?

Het is diep in de aarde. De "onderwereld".

In de hieronder genoemde teksten staat soms "hel" of "graf". Daar staat het Hebreeuwse woord: sheool = dodenrijk.

Jezus predikte (proclameerde) tegen de geesten.

Het gaat over geesten uit de periode vóór de zondvloed.

Zijn dit de demonen die God opsloot in de afgrond, de Tartarus, nadat ze zich met de mensen hadden vermengd?

In Openbaring 9:1-6 gaat deze put van de afgrond, Abyssus (=Tartarus) open. Opnieuw kwellen deze demonen dan, vijf maanden lang, de ongelovige mensen.

Jezus "proclameert". Het gaat hier dus niet over evangelieverkondiging.

Jezus verkondigt hier Zijn overwinning. Voor evangelieverkondiging gebruikt Petrus altijd een ander woord.


Noach sprak, in de Geest van Christus, tegen tijdgenoten die ongehoorzaam waren toen Noach over de zondvloed sprak.


Hoelang was Jezus in het dodenrijk?

3 etmalen.

Was Jezus een gevangene of was Hij "slechts op bezoek"?

Jezus wordt vastgehouden, maar God ontbindt Hem.

Weeën kun je niet losmaken zoals in deze tekst staat. Daarom zou "banden" beter zijn. (Kanttekening SV)

De bijbel spreekt ook over "banden van de dood", banden van de sheool.

Wanneer verlaten de ongelovigen het dodenrijk?

Na het vrederijk.

Dan worden ze geoordeeld voor de grote witte troon.

Waar blijft het lege dodenrijk?

In de hel.



Vers 20

Namelijk aan hen.

Wie zijn "hen"?

In een afdeling van het dodenrijk, de zgn. Tartarus, zitten de boze geesten. God heeft ze opgesloten tot het oordeel. Ze zijn ook gebonden, geboeid. Ze zitten in verzekerde bewaring, dus in de gevangenis volgens

Deze demonen zijn waarschijnlijk de "zonen Gods" (= engelen) die bij vrouwen de reuzen verwekten.

Deze demonen waren actief vóór de zondvloed.

God gaf die goddeloze reuzen in Zijn geduld nog 120 jaren om zich te bekeren.


Water.

Water is in de Bijbel vaak een beeld van Gods woord.

Behouden door water.

Noach ging door het water naar een nieuwe wereld.

Water is een beeld van Gods woord.

Het woord is tot redding of tot veroordeling.


Acht mensen.

Letterlijk: acht zielen.



Vers 21

De doop als tegenbeeld.

Er zijn 2 beelden van de doop.

  1. De redding van Noach.
  2. De tocht door de Rode Zee.

De redding van Noach door het water is dus het 1e beeld van de doop.

Als we gedoopt zijn, hebben we ons met Christus bekleed.

We hebben Hem aangedaan, zoals we een jas aandoen. We zijn dus in Hem.

Wie in Hem is, zondigt niet en heeft een goed geweten.

De doop behoudt ons.

We worden zalig door het geloof.

Maar... God maakt toch zalig?

Doop heeft alles te maken met ons geloof. Daarom kan hier ook staan dat de doop behoudt, hoewel we weten dat God ons behoudt.


Als vraag aan God...

Vraag = gebed.

We bidden om een levenswandel met een goed geweten. Daartoe zijn we geroepen.

De doop krijgt zo uitwerking in ons dagelijks leven.

De doop staat aan het begin van het christelijke leven.


Wat ontvangt de dopeling?

De dopeling ontvangt een

  1. Nieuwe identiteit ( Met Christus bekleed, het beeld van Christus) Galaten 3:27.
  2. Nieuwe moraal (nieuw godzalig leven) Romeinen 6:4.
  3. Nieuw perspectief ( gericht op koninkrijk Gods) Kolossenzen 3:4.

Door de opstanding van Jezus.

Jezus stond op voor onze rechtvaardiging.

Als Hij niet was opgestaan, was ons geloof tevergeefs. Dan was Zijn verzoenend bloed immers nooit op het hemelse verzoendeksel gekomen.

Als Jezus niet was opgestaan, was het Lam Gods wel geslacht aan het kruis, maar Zijn bloed was nooit op het hemelse verzoendeksel gekomen.



Vers 22

Aan de rechterhand van God.

Tijdens de 4000 jaren vanaf de schepping tot Jezus' komst waren de engelen in een belangrijker positie dan de mens.

Ná de hemelvaart is dat veranderd. De mens Jezus zit nu aan de rechterhand van God. Nu zijn de engelen ondergeschikt aan de Mens.

Engelenklassen.

Ook op andere plaatsen vinden we engelenklassen.



<