Hoofdstuk 1


Vers 1

Geadresseerden.

Ze wonen in Klein-Azië, in Turkije.

Joodse gelovigen die in de verstrooiing leefden. Ze leven daar als vreemdelingen.

Hij schreef ook aan heidenen die Jezus hadden aangenomen.

Ze zijn vreemdelingen in de wereld, pelgrims. Ze zijn onderweg naar een beter vaderland.

De schrijver.

Petrus was een eenvoudige visser.

Jezus maakte hem een apostel, een gezant.


God wil ook jou gebruiken.

Zo kan God elke eenvoudige christen gebruiken.

God maakt de persoon bruikbaar. Dat is een moeilijk proces voor ons.



Vers 2

Uitverkoren ...tot gehoorzaamheid.

De uitverkiezing door God heeft hier 2 doelen.

Hier is dat:

Wie zo gehoorzaam leeft, laat de liefde tot God zien.

Besprenkeling met het bloed van Jezus.

Wie besprenkeld wordt met het bloed van Jezus die is rein. Diens zonden zijn verzoend.

Dit is hier het tweede doel van de verkiezing.


Genade en vrede vermeerderd.

Over Gods genade en Gods vrede mogen wij ons dagelijks verheugen.

  1. De vreugde heeft te maken met het verleden, met Gods werk in ons, met Gods genade voor ons en met onze verhouding tot God. Er is vrede met God.

Het begint bij de liefde van God. God heeft ons uitverkoren.

Die liefde van God moeten we aanvaarden.


In Jezus heeft God het fundament gelegd. God brengt alles onder de heerschappij van Jezus.


2. Die vreugde heeft ook te maken met de toekomst. Wij mogen ons verheugen in de toekomstige erfenis. Gelovigen zijn kinderen van God en dus erfgenamen van God.

Door de liefde van de Vader, door de liefde van de Zoon, door het werk van de Geest heb ik een heerlijke toekomst.

Ik mag straks altijd bij Jezus zijn. Ik mag Hem gelijk zijn. Ik ben mede-erfgenaam met Jezus.


Dat is mijn vreugde!



Vers 3

Barmhartigheid en rechtvaardigheid.

Dit zijn 2 eigenschappen van God.

Wedergeboren door de opstanding van Jezus.

Jezus is opgestaan om onze rechtvaardigmaking.

Wie wedergeboren is, is gerechtvaardigd.

Ons geloof zou tevergeefs zijn, als Jezus niet was opgestaan.

Als Jezus niet was opgestaan, had Jezus ook niet met Zijn bloed verzoening kunnen doen in de hemel.

Dan waren we nog steeds in onze zonden. Dan waren ook de gelovigen uit het OT verloren.

Opnieuw geboren.

Onze wedergeboorte is een daad van God.

Hij maakt ons geestelijk levend en schenkt ons het eeuwige leven.


Levende hoop.

Bijbelse hoop is zekerheid. Het geloof in Gods beloften is de vaste grond van onze hoop.

Díe hoop is gericht op Jezus en op Zijn verzoeningswerk in de hemel. Daar ligt het anker van onze hoop.

Onze hoop is een Persoon, onze Hoop is Jezus.

Wedergeboren tot..

  1. Een levende hoop.(vs 3)
  2. Een erfenis (vs 4)
  3. De zaligheid (vs 5)

Hoe blijft ons geloof/onze hoop op God gericht?

  1. Vers 13. Omgord de lendenen van je verstand. Dat is nodig om met God te wandelen, ongehinderd. Wen je aan een bijbels denken.
  2. Wees ook nuchter. Vers 13.
  3. Hoop volkomen op Gods genade. Vers 13. Hoop is géén onzekerheid, maar juist zekerheid. Hoop is het anker dat in Jezus vastligt. Psalm 119:49-50. De hoop op Gods beloften heeft Mij levend gemaakt. Hoop heeft te maken met genade en met Jezus' wederkomst. Die hoop moet al ons leed verzachten.
  4. Wees gehoorzaam net als kinderen. Vers 14. Hebreeen 5:9. Johannes 15:14. Gehoorzaamheid bewerkt een diepere vriendschap met Jezus. Het karakter van God is het juiste motief om gehoorzaam te zijn. God is immers heilig, leef dan ook heilig.
  5. Vers 17. Wandel in de vrees des HEEREN. Zolang je nog pelgrim bent, moet je zo in diep ontzag voor je hemelse Vader leven. Vader beoordeelt ook onze werken. De verzen 18-21 zijn de motivatie om in de vrees des HEEREN te leven.



Vers 4

Erfenis.

De erfenis is alles wat God heeft.

Gelovigen zijn erfgenamen van God, zoals Jezus Gods erfgenaam is. Als de Bruidegom erft, erft de bruid ook. Zo zijn wij ook mede-erfgenaam met Christus, onze Bruidegom.

Hoe is die erfenis?

Waar is de erfenis?

Die erfenis blijft en wordt in de hemel bewaard. De erfenis is dus niet de hemel zelf.

De Heilige Geest is onderpand van de erfenis.

Waaruit bestaat de erfenis?

  1. Van alles wat God heeft zijn wij erfgenamen. Romeinen 8:17.
  2. We krijgen ook een onvergankelijk lichaam, een verheerlijkt lichaam, zoals Jezus al heeft. 1 Johannes 3:2.
  3. De zaligheid wordt voor ons bewaard.
  4. Bovendien delen we in de heerlijkheid van Jezus als Hij wederkomt op de Olijfberg en zullen we met Hem regeren.



Vers 5

U wordt bewaakt tot de zaligheid.

Ook dat is een grote vreugde. Hoe moeilijk het ook kan zijn in het leven, we ontvangen die beloofde zaligheid die gereed ligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd.

Het gaat hier niet over zaligheid die ons wordt geopenbaard zodra we overlijden.


Geopenbaard in de laatste tijd.

Dus: geopenbaard op de jongste dag.


Laatste der dagen:

Die laatste dagen begonnen toen Jezus op aarde was.

Deze laatste dagen gaan vooraf aan de sabbat, de rustperiode van de aarde, het Messiaanse rijk.

De sabbat is dag 7.

De laatste dagen zijn dus de dagen 5 en 6, de laatste 2000 jaren.

Deze laatste dagen zijn (bijna) voorbij. Elke dag is immers als 1000 jaren.

Ben je waakzaam?


Let op.

Er staat niet: ná de laatste tijd of in de eeuwigheid. Het koninkrijk van Jezus is dus iets van de tijd en niet van de eeuwigheid.


Wat is die zaligheid?

Al de heiligen komen met Jezus mee. (en ook engelen)



Vers 6

Daarin verheugt u zich..

Ze verheugen zich in de toekomstige zaligheid. Dan komt Gods zaligheid, Jezus. Dan worden zij met Hem verheerlijkt.

Helaas staat de vreugde naast de droefheid.


-Als het nodig is-

De verdrukking is dus waarschijnlijk niet altijd nodig.

Als die er is geeft dat wel droefheid.


Het heden.

Tussen verleden en toekomst ligt het heden.

Er zijn verzoekingen en beproevingen. Dat is soms erg verdrietig.

Dat is wel voor een korte tijd!

Een beproeving komt van God. Hij test ons. We komen er sterker uit.

Verzoekingen.

Satan verzoekt. God verzoekt niet. God beproeft. Die beproeving van geloof leidt tot lof, eer en heerlijkheid. (vers 7)

We gaan, net als Jezus, door lijden tot heerlijkheid.



Vers 7

Opdat.

Met dat doel.

Het doel van de beproeving is dat het geloof sterker wordt.

Echt goud vreest het vuur (van de beproeving) niet.


Beproefd door vuur.

Een klomp goud kunnen we met sop schoon borstelen, maar dan is alléén de buitenkant schoon.

God wil een schone binnenkant. Daarvoor moet het goud in het vuur. Zo maakt God ons steeds meer gelijk aan Zijn Zoon. Als we volharden, komen we zuiverder uit het vuur dan we erin gingen.


De weg.

Door lijden tot heerlijkheid.

In alles wat je mee maakt, blijf op God gericht!


Openbaring van Jezus.

  1. Dat is Zijn verschijning als Bruidegom. Hij haalt alle gelovigen op. Dat gebeurt bij de zalige opstanding, de eerste opstanding, vóór de grote verdrukking. 1 Thessalonicenzen 4:13-18. Openbaring 20:4-5.
  2. Dat is ook Zijn wederkomst op de Olijfberg. Zacharia 14:4. De wederkomst gebeurt na de bruiloft van het Lam en ná de grote verdrukking. Openbaring 19:6-16.
  3. Als Jezus verschijnt, dan zullen we een grote genadegift ontvangen. We delen in Zijn heerlijkheid. We zijn Hem gelijk, omdat we nú ook een verheerlijkt lichaam hebben. 1 Petrus 1:13.



Vers 8

Vreugde.

Petrus wil ons op Jezus laten zien. Dat geeft vreugde.


Niet gezien, toch liefhebben.

In Johannes 20:29 noemt Jezus deze mensen zalig.

Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

Hij heeft van mijn lichaam Zijn tempel gemaakt.

Als je Jezus wilt zien, lees dan Gods woord. Daarin leer je Jezus kennen.



Vers 9

Welke zaligheid?

Het gaat hier niet over onze redding, niet over ons eeuwig heil. Het gaat over de verschijning van Jezus en de komst van Zijn rijk zo blijkt uit de volgende verzen.

De profeten probeerden te onderzoeken wannéér die zaligheid er zou zijn.

Ze onderzochten naar de tijd.

Naar déze zaligheid zag Jakob uit.

Die zaligheid is er als Jezus aanwezig is. Daarom noemt Simeon Jezus ook Gods zaligheid.

Op uw zaligheid wacht ik.

Letterlijk:

Psalm 73:24.



Vers 10

Profeten zagen iets van de zaligheid.

De profeten wilden weten wanneer de tijd van deze zaligheid zou zijn. Wanneer breekt dat koninkrijk van God, dat Messiaanse rijk, aan?

Hoe Gods Geest werkte.

De Geest inspireerde de schrijvers. Hij leidt hen in het opschrijven van onfeilbare waarheid. De activiteit van de Geest is soms zo uitgesproken, dat de schrijvers niet eens begrijpen wat ze opschrijven. Het schrijven is NIET uit de wil van een mens.



Vers 11

De profeten onderzochten..

De profeten schreven over de zaligheid.

Ze wilden meer weten over de tijd dat die zaligheid geopenbaard zou worden. Die zaligheid wordt geopenbaard zodra Jezus komt.

Simeon zag de zaligheid met eigen ogen.

Helaas werd Jezus door de Joden verworpen. Het koninkrijk van God kwam daardoor niet in de aardse vorm. Het heil ging nu eerst naar de heidenen. Het koninkrijk werd een geestelijk koninkrijk.

In de eindtijd komt dat Messiaanse rijk. Daar zag ook Abraham naar uit.

Welke tijd?

Daniël kreeg zicht op de tijd dat de Messias op aarde zou zijn.

Ze getuigden van Jezus' lijden.

De heerlijkheid voor Jezus daarna.



Vers 12

De profeten dienden ons.

God maakte de profeten duidelijk dat wat hen geopenbaard werd en wat ze ook opschreven, niet voor henzelf was, maar voor ons in veel latere tijden.


Dingen die nú verkondigd worden, zagen ze al.

De profeten spraken over dingen die voor hen in de toekomst lagen.

Toen Jezus kwam, kwam de zaligheid. Simeon ziet deze Zaligheid.

Jesaja zag Zijn lijden, sterven en begrafenis.

David zag hoe Jezus de gelovigen uit het dodenrijk zou verlossen.

Zacharia ziet Jezus' komst op de Olijfberg.

Jesaja, Jeremia, Zacharia en Ezechiël zien Zijn koningschap.

Ezechiel en Jesaja zien iets van het vrederijk.

Door de Heilige Geest.

De Heilige Geest maakt ook de toekomstige dingen aan óns bekend.

Ook de engelen zijn daar nieuwsgierig naar.

Engelen die begerig zijn om meer te weten.

Petrus schreef deze brief nadat Jezus alles volbracht had. De engelen weten nú precies hoe zondaren zalig kunnen worden. Ze hebben in de hemel Zijn verzoeningswerk gezien.

Petrus schrijft toch over engelen die graag meer willen weten over de zaligheid.

Dan bedoelt Petrus dus de zaligheid in de toekomst, het vrederijk. Ook de engelen zijn nieuwsgierig hoe dat precies zal zijn.



Vers 13

Omgorden .

De gordel.

Met een gordel kon men het lange gewaad iets omhoog trekken. Dat vergemakkelijkte het lopen.

De gordel is de waarheid.

In Ef 6:14 hoort de gordel ook bij de wapenrusting van God. Sta zo in de waarheid.

Nuchter.

Nuchter staat tegenover beneveld.

Wie niet nuchter is,

Daarom moet een christen geestelijk nuchter zijn. Er moet geestelijk onderscheidings-vermogen zijn.

Hoop volkomen.

Het is de toekomstige heerlijkheid die ons nú hoop geeft. Die genade komt als Jezus verschijnt in heerlijkheid. Dan wordt Hij geopenbaard.

Kort voor de grote verdrukking staan de gelovigen op en worden we volmaakt. Lichaam, geest en ziel worden dan verenigd. Het einddoel van ons geloof is de zaligheid volgens vers 9.

Onze hoop is vooral gericht op een Persoon, op Jezus. Hij ís onze Hoop.

We hopen

Wij, Zijn bruid, worden met Hem verheerlijkt.

In vers 21 is onze hoop gericht op God.

Op Wie ben jij gericht?


Genade die ons gebracht wordt.

Wanneer?

Die bedoelde genade bezitten we nog niet. Die krijgen we als "Jezus geopenbaard wordt", dus als Hij wederkomt.

Het is dus heil dat we in het vrederijk en daarna ontvangen.



Vers 14

Gehoorzame kinderen.

We laten onze liefde voor Jezus zien als we Zijn geboden bewaren en doen.

Zo blijf je op Christus gericht en dan zondig je niet.

Begeerten van vroeger.

Dat is onze zondige levenswandel van vroeger.

Paulus beschrijft de werken van het vlees.



Vers 15

God is heilig.

Heiligheid is een karaktereigenschap van God.

De erkenning van Zijn heiligheid is één van de manieren waarop we Hem kunnen prijzen. De engelen doen het ons voor.

Wees heilig.

Heilig betekent:

Al vóór de zondeval heiligde God de sabbat.

Dan kon de mens op die dag zich volledig op God richten.

Heiliging is dus iets positiefs.

Petrus zegt, dat wij heilig moeten leven, omdat God heilig is. Zo laten we Zijn gelijkenis zien in deze wereld.

We zijn persoonlijk verantwoordelijk voor onze heilige levenswandel.

Geestelijk volwassen.

Heilig leven hoort bij geestelijke volwassenheid.

"Het kwade dat ik niet wil, dat doe ik" hoort bij baby's in het geloof.



Vers 16

Er staat geschreven.

Heilig.

De gemeente is een koninklijk priesterschap. Dat vereist persoonlijke heiliging als we voor de troon van God naderen.

Onze levenswandel moet in overeenstemming zijn met onze roeping.



Vers 17

Vrees van de HEERE.

Wat is de vrees des Heeren?

Vreemdelingschap.

Ongelovigen "wonen" op aarde.

Gelovigen zijn op "doorreis". Gelovigen zijn pelgrims. Op deze wereld is ons vaderland niet.

Ons burgerschap is in de hemel.



Vers 18

Waarom wandelen in de vrees des Heeren?

De reden staat in de verzen 18 en 19.


Vrijgekocht.



Vers 19

Door Zijn bloed gekocht.

Het Lam van God.



Vers 20

Vóór de grondlegging van de wereld gekend.

God had Zijn verlossingsplan al klaar, voordat Hij aan de schepping begon.

God maakte de mens zo, dat hij een vrije keus had om te zondigen of om God trouw te blijven dienen.

God wist dus ook dat Adam in zonde kon vallen en daarvoor had Hij van tevoren Zijn verlossingsplan gemaakt.


Laatste tijden.

In de laatste dagen kwam Jezus op aarde.

Petrus vergelijkt de wereldgeschiedenis met de dagen van de week. Eén dag is als 1000 jaar.

4000 Jaren waren er, sinds de schepping, voorbij toen Petrus schreef.

Dus 4 "dagen" waren voorbij.

De laatste dagen begonnen met de geboorte van Jezus, de dagen 5 en 6 . De laatste dagen zijn de laatste 2 millennia vóór de zevende dag, de sabbat, het vrederijk dat ook 1000 jaar duurt.

In Handelingen 2:7 citeert Petrus de profeet Joël. Die profeteert ook dat de Heilige Geest komt in de laatste dagen, dus dag 5 en 6. Wij leven aan het einde van dag 6, het 6e millennium.

Geopenbaard omwille van u.

De mens zondigde.

Om u en velen van die zondige mensheid te redden, kwam Jezus op aarde om het uitgedachte verlossingsplan uit te voeren.



Vers 21

Heerlijkheid gegeven.

God gaf Jezus een naam bóven alle namen.

Op God gericht.

Gelovigen zijn gericht op een Persóón en niet op de gáven van die Persoon.

Onze hoop is gericht op Jezus. Onze hoop is als een anker.

Hoe blijft ons geloof/onze hoop op God gericht?

  1. Vers 13. Omgord de lendenen van je verstand. Dat is nodig om met God te wandelen, ongehinderd. Wen je aan een bijbels denken.
  2. Wees ook nuchter. Vers 13.
  3. Hoop volkomen op Gods genade. Vers 13. Hoop is géén onzekerheid, maar juist zekerheid. Hoop is het anker dat in Jezus vast ligt. Psalm 119:49-50. De hoop op Gods beloften heeft Mij levend gemaakt. Hoop heeft te maken met genade en met Jezus' wederkomst. Die hoop moet al ons leed verzachten!
  4. Wees gehoorzaam net als kinderen. Vers 14. Hebreeen 5:9. Johannes 15:14. Gehoorzaamheid bewerkt een diepere vriendschap met Jezus. Het karakter van God is het juiste motief om gehoorzaam te zijn. God is immers heilig, leef dan ook heilig.
  5. Vers 17. Wandel in de vrees des HEEREN. Zolang je nog pelgrim bent, moet je zo in diep ontzag voor je hemelse Vader leven. Vader beoordeelt ook onze werken. De verzen 18-21 zijn de motivatie om in de vrees des HEEREN te leven.



Vers 22

U hebt uw zielen gereinigd.

Dat doen we door in de vrees van de HEERE te wandelen.

Gehoorzaam aan de waarheid.

In de volgende verzen lezen we verschillende uitdrukkingen voor de bijbel.

Ongeveinsde liefde.

Broederliefde = filadelfia.

Waar liefde woont, geeft de HEERE Zijn zegen.



Vers 23

Wedergeboren door Gods Woord.

Het Woord van God :

  1. De bijbel. Het geloof is uit het gehoor van het woord van God.

Het geschreven woord van God wordt ook in de context genoemd, in vers 25. Dit is het woord dat onder ons verkondigd wordt.

2. Jezus. Hij is het vleesgeworden Woord. Door Zijn Geest maakt Hij ons levend.

Onvergankelijk zaad.

Het zaad is Gods woord.

Gods woord is onvergankelijk. Het bestaat eeuwig.



Vers 24

Alle vlees is gras.

Petrus citeert



Vers 25

Gods woord houdt stand.

Alles in de schepping is vergankelijk. Maar wat God gesproken heeft over de toekomst, dat zal gebeuren. God is trouw aan Zijn woord en aan Zijn verbond met Zijn volk. Op Gods beloften richt ons geloof zich. Gods beloften maken ons levend als we ze geloven.



<