Taak van de hogepriester.
Hij moet de scheiding tussen God en de zondaar opheffen.
Dat gebeurt door offers.
De hogepriester is een tussenpersoon.
Gaven en offers.
Overeenkomsten en verschillen.
Overeenkomsten.
Verschillen tussen Aäron en Jezus.
Wij worden ook priesters onder het nieuwe verbond.
Wat zie je van deze elementen terug in je leven?
Voluit medelijden.
In Hebreeen 4:15 staat een ander Grieks woord voor medelijden.
De Telos-vertaling vertaalt hier in vers 2 "toegeeflijk".
Omdat Aäron als menselijke hogepriester zelf ook een zondaar was, kon hij wel eens “toegeeflijk” zijn. Denk maar aan het maken van het gouden kalf bij Sinaï. Christus is nooit toegeeflijk tegenover de zonden. Hij stierf er juist voor om de macht van de zonde teniet te doen.
Ook voor zichzelf.
De menselijke hogepriester zondigde zelf ook. Op de verzoendag deed hij eerst verzoening voor zichzelf met bloed van een stier.
Hij ging dan ook 2x het Heilige der Heiligen binnen. De eerste keer voor zichzelf met bloed van een stier en de tweede keer voor het volk met bloed van een bok.
Dit waren zondoffers waarvan het bloed op het verzoendeksel kwam. Deze offerdieren werden buiten de stad verbrand.
Christus offerde niet voor Zichzelf, want Hij was géén zondaar. Hij offerde Zichzelf voor de zondaar.
Ook Hij droeg de zonden. Ook Hij stierf buiten de stad.
Ook Zijn bloed kwam op het hemelse verzoendeksel.
Door God tot dit ambt geroepen.
Zichzelf niet de eer gegeven.
De Vader stelde Jezus aan als Hogepriester.
U bent Mijn Zoon.
De Heilige Geest verwekte Jezus in Maria.
Zo was de Mens Jezus tegelijk Gods Zoon.
U bent Priester.
Er staat in Psalm 110 niet hogepriester, want dat woord veronderstelt meerdere priesters, waarvan er één de voornaamste is. Jezus is priester zoals Melchizedek en daar was er maar één van.
Maar... in Hebreeen 5:10 wordt wel het woord hogepriester gebruikt.
Op een andere plaats.
Psalm 110:4 wordt geciteerd.
Psalm 110 is een psalm die op het vrederijk betrekking heeft. De vijanden van de Messias zijn dan aan Zijn voeten gelegd.
Hij ontvangt vanuit Sion de scepter.
Hij is koning te midden van een gewillig en feestvierend volk van God.
Hij verplettert vijandige koningen en oordeelt de volken.
Jezus levert strijd. Hij is hier op aarde als Mens, met een verheerlijkt lichaam.
Hij drinkt uit de beek.
Smeekbeden geofferd.
In wat hier van Jezus wordt beschreven, leer je hoe Hij werkelijk in staat is om deel te nemen aan jouw moeiten en verdriet. Op aarde (“Zijn dagen in het vlees”) doorstond Hij, in afhankelijkheid van God, alle angsten van de dood. Hij smeekte om verlost te worden, want Hij wilde Zichzelf niet verlossen, omdat Hij gekomen was om te gehoorzamen. Zijn leven op aarde maakte Hem geschikt om Hogepriester te worden in verbinding met ons. Tevens leidde Zijn leven op aarde tot de offerande van Zichzelf, waarin Hij uniek is.
Tot zonde te worden gemaakt, kon Hij niet met vreugde tegemoet zien. Daarin kon ook niemand Hem volgen. Toen Hij dat voor Zich zag, offerde Hij Zijn gebeden en smekingen op, Hij zond ze op tot Zijn Vader.
Dit gebeurde in Gethsémané .
Hij is uit de angst verhoord.
God zond een engel naar Gethsémané om Jezus te versterken.
Jezus heeft Gods beker leeg gedronken.
En...Jezus werd ook verlost uit de dood. De Vader wekte Hem op.
Gehoorzaamheid geleerd.
Jezus leed in een zondige wereld. Hij kende zelf géén zonde. Toch ging Hij gehoorzaam de weg die Hij moest gaan.
Gehoorzaamheid heeft Hij als Mens moeten leren. Zo groeide Hij ook in wijsheid.
Hij liet de gehoorzaamheid zien in Zijn leven. In alles onderwierp Hij Zich aan Zijn Vader.
Van "die dag", de dag van Zijn wederkomst, wist Jezus ook nog niet. Toen Hij mens werd, legde Hij Zijn alwetendheid, alomtegenwoordigheid, almacht, af. Hij werd zoals wij, maar zonder zonde.
Voordat Hij Mens werd, was gehoorzamen voor Hem een vreemde zaak. In de hemel moest Hij aan niemand gehoorzaam zijn. In de hemel kon Hij niet met gehoorzaamheid vertrouwd worden gemaakt. Daar wérd Hij gehoorzaamd door de engelen. Pas toen Hij op aarde kwam, heeft Hij een plaats van onderdanigheid geleerd tegenover God en ook tegenover Zijn ouders.
Volmaakt geworden.
Toen Hij werd verheerlijkt in de hemel en aan de rechterhand van de Vader mocht zitten. Daar pleit Hij als dé Hogepriester voor ons.
Daar heeft Hij een ereplaats en een erenaam.
Hem gehoorzamen.
Jezus gehoorzamen is hetzelfde als in Hem geloven.
"Een oorzaak":
In het Grieks kun je ook lezen "dé oorzaak". Dat is veel beter. Er is maar 1 oorzaak voor onze zaligheid en dat is het werk van Jezus.
Eeuwige zaligheid.
Die eeuwige zaligheid is tijdelijk in het Vaderhuis.
Als Jezus wederkomt, komt Zijn vrouw, de gemeente, mee naar de aarde.
De eeuwige zaligheid zal op aarde zijn. De rechtvaardigen zullen de aarde beërven.
God maakt immers ook een nieuwe aarde.
Wat houdt die zaligheid in?
Hogepriester genoemd.
In de Psalm staat: priester.
Over hem hebben we veel te zeggen.
Wie is hem?
Daarom gaat de schrijver eerst een waarschuwing geven: Er is geestelijke traagheid bij jullie.
Geestelijke volwassenheid ontbreekt bij velen.
Traag geworden.
Geestelijke traagheid is een gevaar dat de schrijver signaleert.
Het lijden om Christus' wil valt deze Joden moeilijk. Ze lopen gevaar om tot het Jodendom terug te keren.
Moeilijk om uit te leggen.
Het heeft te maken met geestelijke luiheid.
Er zijn veel trage christenen. Er is weinig verlangen naar vast voedsel.
Ben jij nog even hongerig als in het begin toen je tot geloof kwam?
God wil groei zien.
Geestelijke traagheid heeft alles te maken met ongeloof en ongehoorzaamheid.
Géén leraars, niet volwassen.
Deze Joden hadden eigenlijk, door hun kennis van het OT en door hun geloof in Jezus, leraars moeten zijn. Helaas moeten ze zelf de grondbeginselen van het christelijk geloof weer leren. Dat is eigenlijk achteruitgang.
Ze zijn baby's gebleven in het geloof.
Ze zijn weer terug bij "af".
Grondbeginselen.
Het gaat om het eerste onderwijs. Het is heel belangrijk, het is het fundament. De boodschap van redding, de verzoening. Hij is de vervulling van de profetieën. Hij is het Lam van God.
De grondbeginselen gaan over het werk van Jezus op aarde. De boodschap van de zaligheid, het lijden, sterven, opstaan.
Hij is het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt.
In Johannes 16:12 maakt Jezus duidelijk dat Hij nog veel meer heeft te zeggen.
Na de uitstorting van de Heilige Geest zal Hij nog veel meer leren. De Geest zal u de hele waarheid leren en ook toekomstige dingen.
Het vaste voedsel.
De "vaste spijs" gaat over het hemelse werk van Jezus.
Het kruis van Jezus is het begin. Daar werd het offer gebracht. Dat is héél belangrijk, maar het is het fundament, het is een grondbeginsel. De verzoening gebeurde in de hémel, door de hemelse Hogepriester, met Zijn eigen bloed.
Dit onderwijs is "vast voedsel".
Blijf niet staan bij het brandofferaltaar, maar ga door tot in het Heilige der Heiligen. We hebben een vrije toegang tot Gods troon.
Melk.
Beeld van het werk van Jezus op aarde.
Melk is niet minderwaardig, maar hoort bij een bepaalde leeftijd. Het hoort bij baby's in het geloof.
"Melk" gaat over het fundament, over de grondbeginselen.
Vaste spijs.
Dat gaat over het hemelse werk van Jezus. Het heeft te maken met het gebouw óp het fundament.
Vast voedsel.
Wie blijft steken in "melk", in de eerste beginselen, loopt veel meer gevaar om verstrikt te raken in de listige verleidingen van satan.
Doel.
We zijn niet wedergeboren om "baby" te blijven, maar om op te groeien tot volwassenen in het geloof. We moeten meer nadenken over onze positie in Christus en over Zijn positie in de hemel. Ook daarvoor is meer en dieper onderwijs nodig. Dat is het vaste voedsel.
Om te onderscheiden tussen goed en kwaad.
Dat is hetzelfde als "vol zijn van Jezus".
Wie "vol is van Jezus" doet het goede. Dat zien anderen.
Onderscheiden tussen goed en kwaad is echte wijsheid.
In Spreuken is wijsheid eigenlijk gelijk aan godsvrucht.
Job wordt in één adem godvruchtig genoemd én wijkende vh kwaad.
We leren het kwade te verwerpen, omdat we De Goede hebben lief gekregen.