Hoofdstuk 4


Vers 1

Inhoud van dit gedeelte.

  1. Beloften.
  2. Geloven.
  3. Rusten.

Beducht.

We moeten vooral bang zijn om Gods beloften niet te geloven.

Het geloof richt zich altijd op Gods beloften. Vertrouw er op dat God Zijn woord altijd waar maakt.

Gods belofte is nog steeds van kracht.

We kunnen nog steeds die belofte geloven en zo ingaan in de rust.

We moeten ons ervoor inspannen.

Volharden!

Sommige Christenjoden ervaren het lijden als zwaar. Ze lopen gevaar om tot het Jodendom terug te keren.

Daarom steeds de oproep om te volharden.


Wat zijn de beloften?

Voor ons zijn die beloften:

We delen in het beloofde door Gods beloften te geloven.

In het Hebreeuwse denken is geloven en gehoorzamen hetzelfde.

Dit zie je ook in dit hoofdstuk: ongeloof = ongehoorzaamheid.

Waar zoek jij jouw rust?

Zoek de rust niet in jouw geloof. Al heb ik weinig geloof, dan kan ik toch veilig over het dikke ijs van Gods beloften en kom ik behouden aan de overkant.

De rust vinden we door te vertrouwen op Gods beloften die God extra "stevig" maakt door er een eed op te doen. Zo hebben we 2 onveranderlijke dingen, Gods belofte en Gods eed.

Onrust.

Door de zondeval kwam er onrust.

God wil herstel van die rust.

Die rust komt als het vrederijk komt. Het vrederijk is de sabbat van de wereldgeschiedenis.



Vers 2

Evenals aan hen.

Dit zijn de mensen die zich als schijnchristenen (tijdgelovigen) bij de gemeente voegden. Maar... het gepredikte woord met Gods beloften deed hen géén nut. Die tijdgelovigen lopen het risico af te vallen.



Vers 3

Ingaan in Mijn rust.

Moet God rusten?

God is niet vermoeid van het scheppen. Dat werk is klaar. Gods rust heeft te maken met Zijn innerlijk. Hij vermaakt Zich over Zijn werken. Dat kan pas als de zonde verdwenen is.

God wil ons in die rust laten delen. Dat deed Hij al bij de schepping. Toen stelde Hij de rustdag in, de 7e dag, de sabbat.

De rust is:



Vers 4

Ergens.



Vers 5

Mijn rust.

In Psalm 95 wordt met "rust" het beloofde land bedoeld. Door ongeloof mocht de generatie die uit Egypte trok niet het beloofde land binnengaan.



Vers 6

Aan wie het evangelie eerst verkondigd was.

De eerste hoorders waren de Joden. Tijdens de woestijnreis waren de meesten ongehoorzaam en mochten Kanaän, de rust, niet binnen. De meeste Joden verwierpen later ook Jezus en Zijn boodschap.

Ze waren opnieuw ongehoorzaam. Wie ongelovig blijft, gaat ook NIET in de rust binnen.


Ongehoorzaamheid.

Dat is hetzelfde als ongeloof.



Vers 7

Lange tijd daarna.

De uittocht uit Egypte was rond 1450 v C.

David leefde rond 1000 v C.

Nú, weer 3000 jaar later, klinkt deze oproep voor ons. Geef gehoor en geloof Gods beloften.



Vers 8

Jozua en de rust.

Jozua bracht het volk wel in Kanaän, maar dat was niet de ware rust.

Het was slechts een schaduw van de ware rust.



Vers 9

Sabbatsrust.

Duizend jaren zijn als 1 dag.

De wereldgeschiedenis zal 7 dagen duren, 7 millennia.

Dat laatste millennium is de sabbat van 1000 jaar, het vrederijk.

Dat is de toekomende rust.


Sabbatismos.

Hier staat: sabbatismos.

Dit is een uniek woord in deze brief. 10x gebruikt de schrijver een ánder woord voor "rust" in deze brief.


De Hebreeën kenden de schaduwen goed, maar nu hebben ze door geloof deel gekregen aan de werkelijkheid, de unieke rust. Jezus belooft die rust.



Vers 10

De rust binnengaan.

Je gaat de rust binnen als je Hem gehoorzaam bent.

Gehoorzamen is in het Hebreeuws hetzelfde als geloven.

Welke werken?

Bij geloof horen werken, vruchten van de Geest.

Gelovigen zijn geroepen tot heerlijkheid en deugd. (SV)

De "heerlijkheid" is de rust bij God.

De "werken" waartoe we geroepen worden, zijn de deugden die we aan ons geloof moeten toevoegen.

We worden geroepen om in onze levenswandel Christus te laten zien. Maak die roeping waar!!!

Onze "werken" staan in

God rustte van ZIJN werk.

Er is ook een tot rust komen van je werken en dat is als je leven van geloof op aarde erop zit. Die rust is het deel van allen die in het geloof hebben volhard en niet gevallen en omgekomen zijn door ongeloof. Wie in het geloof sterft, gaat in de rust van God binnen en rust dan van zijn werken. Dit wordt vergeleken met de rust die God kende op de sabbat na Zijn scheppingswerk.



Vers 11

Beijveren.

Beijveren vraagt veel inzet.

Als we ons met veel inzet beijveren om 7 toevoegingen aan ons geloof te doen, dan zullen we toenemen in de kennis van onze Heere Jezus.

Dit is onze roeping. Die roeping moeten we waar maken.

Zo'n leven brengt ons zegen.

Beijveren .

Het genoemde voorbeeld.

Dat is het ongelovige en ongehoorzame Israël tijdens de woestijnreis. Dat voorbeeld moeten we niet navolgen.



Vers 12

Want.

Want is een redengevend voegwoord. Het heeft direct te maken met vers 11.

De schrijver geeft in vers 12 een reden waarom men zich moet beijveren en waarom ongehoorzaamheid ernstig is.

Met andere woorden:

Soms betekent “want” niet alleen een logische reden, maar ook een aansporende motivatie:

Dat is hier het geval!

Levend, krachtig, een zwaard.

Oordelen.

= kritikos.

Dit woord staat maar 1x in de Bijbel. Dat heeft veel te zeggen. God past het toe op Zijn eigen woord. Het woord van God oordeelt. God reserveert het oordelen voor zichzelf. En wij mensen hebben vaak kritiek op Gods woord. Dat mag dus zeker niet. Het woord beoordeelt óns.


Drie hulpmiddelen.

In dit gedeelte stelt de Heilige Geest je drie ‘hulpmiddelen’ voor, waaraan je een onmisbare steun hebt onderweg naar de rust.

  1. het Woord van God (verzen 12-13).
  2. de Heere Jezus als Hogepriester (verzen 14-15).
  3. de troon van de genade (vers 16).



Vers 13

Niets is onzichtbaar voor God.

Ben je daar blij mee, dat God alles van je ziet en weet?



Vers 14

De taak van een hogepriester.

  1. Hij diende voor Gods aangezicht hij bad, hij offerde, hij deed verzoening.
  2. Hij was een "middelaar" tussen God en volk.
  3. Later was hij voorzitter van het sanhedrin.

Grote hogepriester.

Een "mega" hogepriester staat er eigenlijk.

Jezus overstijgt de belangrijkste hogepriester.

Nooit wordt een menselijke hogepriester "groot" genoemd, maar Jezus wél.

In Jezus hebben we niet meer een schaduw, zoals Aäron was, maar in Jezus hebben wij de werkelijkheid van God zelf.


De hemelen doorgegaan.

Jezus is de "mega" hogepriester. Hij is in het échte heiligdom. Hij deed daar verzoening met Zijn eigen bloed op de échte ark.

Jezus is de hemelen doorgegaan tot in de 3e hemel, de hemel waar Gods troon is.

Daar zit Hij nu als Hogepriester aan Gods rechterhand.

Daar zit Hij in de troon van Zijn Vader.

Daar pleit Hij voor ons.

Welke belijdenis?

Dat we alléén in de rust komen, als we geloven in Jezus en al ons vertrouwen stellen op Zijn werk als hogepriester.



Vers 15

Medelijden.

Grondwoord: sympathie.


Op dezelfde wijze als wij.

Jezus was waarachtig mens. Hij maakte hetzelfde mee, wat wij ook meemaken. Wij worden verzocht, maar Jezus heeft dat ook meegemaakt en bleef staande. Hij laat ons daar in delen.


Het beste wapen.

Van Jezus' verzoekingen leren we dat de bijbel ons sterkste wapen is tégen de satan: Er staat geschreven.


Waarachtig mens.



Vers 16

Met vrijmoedigheid.



<