Hoofdstuk 3


Vers 1

Daarom.

Omdat je nu weet hoe groot en heerlijk Jezus is, moet je dus daarom goed op Hem blijven letten.


Heilige broeders.

In Hebreeen 2:11 noemt Jezus ons broeders. Hier staat zelfs "heilige" broeders d.w.z. door Hem apart gezet.

Apart gezet voor Jezus.

Dat is dubbel bijzonder.


Hemelse roeping.

We zijn geroepen vanuit de duisternis tot het Licht.

De roeping is afkomstig uit de hemel en heeft ook een hemels doel: de heerlijkheid.

We hebben ook een hemelse wandel. We zoeken de dingen die boven zijn.

Petrus vermaant ons om onze roeping en verkiezing vast te maken.

Door praktische geloofswandel worden roeping en verkiezing vastgemaakt.

Geloofsvruchten laten zien dat het geloof echt is, dat die persoon geroepen en uitverkoren is.


Jezus heet apostel en hogepriester.

Van onze belijdenis.

Het Griekse woord voor "belijdenis" betekent:

Ónze belijdenis houdt dus in dat we hetzelfde zeggen als hetgeen de bijbel zegt over wat Jezus voor ons heeft gedaan.

Ónze woorden stemmen overeen met Góds woord.

Onze hogepriester Jezus heeft met Zijn eigen bloed verzoening gedaan in de hemel.

Jezus pleit voor ons als hogepriester.

Wat belijd jij van Hem?



Vers 2

Mozes.

Hij was een man van God.

Dat zegt de bijbel 6x.

Hij was de afgezant van God naar het volk.

Hij was dus apostel, net als Jezus.

Hij was

Hij kende de HEERE van aangezicht tot aangezicht.

Zo moeten wij de HEERE kennen. Wandel met Hem.

Ken je God vanuit de relatie? Gods verborgen omgang vinden zielen waar Zijn vrees in woont.


Jezus is door God aangesteld.

Mozes was trouw in zijn huis.

  1. In de tabernakel.

2. In het huis van Israël.



Vers 3

Christus is méér dan Mozes.

Beide waren trouw.

God is een God van trouw.



Vers 5

Mozes....Jezus.



Vers 6

Zijn huis zijn wij.

Het huis is beeld vd gemeente. Daarin woont God, de Heilige Geest.

Dat beeld lees je ook in

Als wij tenminste...

Het lijkt alsof er een mogelijkheid van afval is. Dat is er zeker niet.

Wie "afvalt" is slechts een schijnchristen geweest. Er is alléén afval van onheiligen.

De schrijver roept op tot volharding. Ook wij worden tot volharding opgeroepen.


Hoop.

In Hebreeen 6:19 lees je over het anker vd hoop. Het anker ligt vast in het binnenste heiligdom waar Christus Zijn bloed bracht op het verzoendeksel. Dat verzoendeksel was achter het voorhangsel.



Vers 7

Waarschuwing.

De schrijver gaat waarschuwen.

Er is gevaar voor

Daarom.

De schrijver zal met voorbeelden uit het Oude Testament aantonen hoe belangrijk het is om vast te houden aan wat hij in het tweede deel van vers 6 heeft genoemd.

Heden.

Nú is het heden!

Nú moet je niet alleen de bijbel lezen en het woord horen, maar je moet het "ter harte nemen".

Je moet het woord doen!.



Vers 8

De reis door de woestijn.

Die woestijnreis is een beeld van de reis van Gods hemelse volk, de gelovigen, door de wereld, met als doel de heerlijkheid bij de Heere Jezus. Aan die weg van geloof door de wereld zijn allerlei gevaren verbonden, waardoor de echtheid van het geloof wordt beproefd.


Bij de verbittering.

Die gebeurtenissen vind je in Exodus 17:1-7, vlak ná de uittocht uit Egypte, en in Numeri 20:2-13, aan het eind van de woestijnreis. Daartussen zit ongeveer 40 jaar. De eerste keer bij Rafidim.

De tweede keer bij Kades.

In Psalm 95 staat Massa en Meriba en niet Rafidim en Kades. Deze plaatsnamen noemt de psalmdichter niet letterlijk. De schrijver van Hebreeën noemt zelfs geen Massa en Meriba, maar noemt hun betekenis.

Verharden.

In vers 13 lees je hoe verharding ontstaat.



Vers 9

Veertig jaren.

Dit ongeloof vh volk was geen incident, maar het kwam steeds opnieuw voor.

Pas op dat je zelf niet in dit ongeloof valt.



Vers 11

Niet ingegaan in de rust.

Ieder die met Mozes door de woestijn trok hoorde bij Gods volk. Ieder volgde de wolk van God.

Maar ieder (>20 jaar) die niet waarachtig op God vertrouwde, niet waarachtig geloofde, mocht de rust van Kanaän niet binnen.

Zo ook mogen schijnchristenen niet ingaan in de rust bij God.



Vers 12

Zie erop toe.

Durf elkaar aan te spreken als dat nodig is. Heb oog voor elkaar.

Help elkaar om te volharden.

Vermaan elkaar elke dag. Zo voorkom je verharding.

Afvallig worden.

Afvallen is tegen God in opstand komen en Hem de rug toekeren wanneer de tegenslagen zo groot worden, dat men er niet meer tegenop kan en God daarover verwijten gaat maken. De wortel van het kwaad is ongeloof en de kern van ongeloof is het ontbreken van vertrouwen dat alle omstandigheden in Gods hand liggen, dat Hij nooit boven vermogen beproeft en dat Hij ons uiteindelijk toch door alle moeilijkheden heen zal brengen. ‘Afvallen van de levende God’ gebeurt door een terugkeer naar een dode, uiterlijke godsdienst (wat de tempeldienst was geworden), nadat men de ware godsdienst van het christendom heeft beleden. Buiten Hem, los van Hem, is geen leven.


Er is géén afval van heiligen, maar wel afval van onheiligen.

Ongeloof.

Dit is de grootste zonde.

Ongeloof houdt God voor een leugenaar.



Vers 13

Hoe ontstaat verharding?

Door de verleiding van de zonde.

Zonde past niet bij geloof.



Vers 14

Als wij tenminste...

Enerzijds is iemand die eenmaal door bekering en geloof een kind van God is geworden, voor altijd een kind van God. Of iemand een kind van God is, moet en zal blijken uit zijn leven. Daarom wordt anderzijds door beproeving heen duidelijk of iemand echt een kind van God is. Enerzijds is iedere gelovige een metgezel van Christus, maar anderzijds is niet ieder die uiterlijk tot Gods volk behoort een gelovige. Dat laatste zal blijken uit de volharding.

Wie volhardt tot het einde zal zalig worden.

Vaste grond.



Vers 15



Vers 16

Hebben Hem verbitterd.

Allen van 20 jaar en ouder mochten de rust van Kanaän niet in.


Niet allen.

Uiteindelijk gingen van de 20-plussers alléén Jozua en Kaleb het beloofde land binnen.

Jozua is dezelfde naam als Jezus.



Vers 19

Ongeloof.

Hier een conclusie.

Verval niet in ongeloof.

Ongeloof is zeer ernstig.

Het is de grootste zonde.

3 Ernstige woorden.



<