Hoofdstuk 2


Vers 1

Houden aan wat gehoord is.

Mensen moesten zich stipt houden aan het woord dat engelen brachten.

Zoveel te meer moeten we ons houden aan Jezus' woorden. Hij is immers zoveel belangrijker dan de hoogste engel!


Niet afdrijven.



Vers 2

Bindend was.

In Bochim kwam een engel bij Israël. Hij verwijt Israël dat ze zijn woord van God niet hadden gedaan.

Een engel gaf aan de ouders van Simson duidelijke instructies. Die moesten opgevolgd worden.

De engel sprak tot Jozef en Jozef deed het!

Rechtvaardige vergelding.

Dat gebeurde bij Zacharias. Hij geloofde het woord van de engel niet. Hij werd stom.

Het gebeurde bij Israël dat net in het beloofde land was.

Het gebeurde bij Bileam.



Vers 3

Hoe zullen we ontvluchten?

Zondigen onder de genade is erger dan zondigen onder de wet, omdat wie deze behoudenis veracht, daarmee Jezus veracht Die deze genade aanbiedt en deze Jezus is veel groter dan de engelen.


Hen die Hem gehoord hebben.

Dat zijn de apostelen die met Jezus rondtrokken. Wat de Heere Jezus verkondigde, gaven zij door.



Vers 4

Wonderen en tekenen.

Bij de prediking van Jezus en van de apostelen gebeurden veel wonderen.

Ze zijn extra ondersteuning van het evangelie. Ze laten concreet de macht en het bestaan van God zien en bewijzen dat het verkondigde woord waar is.

Gaven van de Geest.

De gaven van de Geest worden toebedeeld naar Gods wil, maar elke gelovige ontvangt wel de Heilige Geest.

Geestesgaven staan in



Vers 5

Hier gaat, na de tussenzin van de verzen 1 t/m 4, de verhandeling van hoofdstuk 1 weer verder.


Zoon van God, Zoon des Mensen.

Komende wereld.

= vrederijk.

Niet onderworpen aan engelen.

God heeft Adam en Eva, dus de méns, gesteld tot heersers over de aarde. Dit was Gods plan.

Maar Adam zondigt. Adam wordt van heerser tot beheerder. Satan, een gevallen engel, wordt heerser over de koninkrijken van de wereld.

Gods plan lijkt mislukt, maar God volvoert zeker Zijn plan.

In Adams plaats en in Satans plaats, zal Christus, de tweede Mens,

over de aarde heersen.

In het vrederijk zullen wíj met Christus regeren, zelfs over engelen.

God bereikt Zijn doel!

Als Jezus wederkomt, komt Hij als Zoon des Mensen. Als Mens zit Jezus dan op Davids troon.


Demonen regeren nu.

In Daniël 10:12-13 lezen we hoe een engel van God 21 dagen tegengehouden werd door de "vorst van Perzië ". Dat is een demon, achter de Perzische koning.

De demonen regeren deze aarde en beïnvloeden de regeerders.



Vers 6

Maar iemand.

Dat is David in Psalm 8.


Wat is de mens?

David heeft in Psalm 8 de mens op het oog, maar de schrijver van deze brief, (Paulus?) past Psalm 8 toe op Jezus, de echte Mens, de 2e Mens, de Mensenzoon.

letterlijk: zoon van Adam.



Vers 7

U hebt Hem korte tijd...

Toen Jezus hier op aarde leefde, als Mens, was Hij die korte tijd van Zijn leven minder dan de engelen.

Engelen kunnen niet sterven, maar toen Jezus Mens werd, kon Hij wél sterven.

Filippenzen 2:7-9 spreekt van de diepe vernedering van Jezus, maar ook van ZIJN verhoging.


Over de werken..

Jezus, de 2e Mens, krijgt de macht over heel de schepping. Zo vervult God Zijn plan dat Hij met Adam had.

Dat plan staat in Genesis 1:26.



Vers 8

Niets is uitgezonderd van de onderwerping aan Jezus.

Mensen zijn láger dan engelen. Maar de verheerlijkte Mens Jezus staat bóven de engelen, zelfs als Mens.

Zelfs de engelen zijn Hem onderworpen. Ook alle wereldmachten, alle antichristelijke machten.

Maar... dat zien we nu nog niet. Dat wordt pas zichtbaar in het Messiaanse rijk, het vrederijk.

Dan is Jezus Koning op Davids troon. Daar zit Hij als verheerlijkt Mens.

Dan heerst Hij over heel de aarde.

Uitzondering.

Alleen God de Vader wordt niet aan Jezus onderworpen.



Vers 9

Met eer gekroond.

Dit is wat ons geloof ziet. Dat is werkelijkheid.

Hij krijgt de hoogste eer.

De Zoon des mensen heeft de grootste heerlijkheid.

Wij, Zijn bruid, delen in deze heerlijkheid. Wij zijn met Christus gezet in de hemel.

Maar... Hij is nu nog niet gekroond als kóning. Dat lezen we pas in

Wie zit daar?

Naast de Vader zit een Mens. Dat is Jezus. Deze Mensenzoon, deze Mens, is hóger dan de engelen, terwijl de mens altijd láger was dan de engelen.


Jezus zit aan de rechterhand van God als Mens en Hogepriester. Dit feit is de hoofdzaak van deze brief.

Door de genade van God.

Barmhartigheid en gerechtigheid zijn 2 eigenschappen van God.

God wilde de zondaren barmhartigheid bewijzen, maar aan Zijn gerechtigheid moest worden voldaan.

Aan de gerechtigheid voldeed Jezus en daardoor kon God de zondaren, die in Jezus geloven, barmhartigheid bewijzen.

Zo kan God genadig zijn.


Voor allen de dood proeven.

Jezus werd mens. Daardoor kon Hij sterven.

Hij offerde Zichzelf aan het kruis.

Jezus deed in de hémel verzoening met zijn eigen bloed, zoals op de verzoendag voor héél het volk verzoening werd gedaan.

Jezus, Het Lam van God, nam de zonde van de wereld weg.

Alleen degenen die geloven in Jezus krijgen deel aan die verzoening. De mogelijkheid om zalig te worden is er voor iedereen en God wil ook niets liever dan dat alle mensen zalig worden.



Vers 10

Het paste Hem.

Het was een goddelijke noodzaak, dat Jezus zou lijden en sterven om aan Gods gerechtigheid te voldoen.

Hij is Het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.

Mensen worden kinderen van God.

Voor zondige mensen is er maar 1 manier om te worden opgenomen in het "gezin" van God.

We moeten "trouwen" met Gods zoon. Dan wordt de gemeente de schoondochter van God.

Jezus Zelf zegt:"Ik ben de Weg. Niemand komt tot de Vader dan door Mij".

Veel kinderen tot heerlijkheid brengen.

Jezus zal als Koning verheerlijkt worden op deze aarde.

Zijn bruid, Zijn vrouw, de gemeente, zal met Jezus verheerlijkt worden en met Hem regeren, zoals Eva met Adam heerste over de schepping.

Dit is Gods einddoel.

Wij moeten dat doel ook in het oog houden.


Leidsman van onze zaligheid.

Soteria = redding.

Jezus is Zaligmaker. Hij is Redder.



Vers 11

Hij Die heiligt.

Dat Hij heiligt, wil zeggen dat Hij uit de wereldbevolking ons voor Zichzelf afzondert. Hij zet ons apart.


Zij die geheiligd worden.

"Zij die geheiligd worden" zijn de gelovigen. Ze worden hier "de zonen" genoemd.


Allen uit één.

Er staat hier niet dat de Zoon en de zonen "allen één" zijn, maar dat ze “allen uit één” zijn. Ze zijn allen uit God. Allen hebben dezelfde Vader.


Broeders.

Jezus en de gelovigen hebben dezelfde Vader, dat is God. Van die broeders en zusters is Jezus de Eerstgeborene.



Vers 12

Uw Naam verkondigen.

Omdat dit gebeurt mogen wij God " onze Vader " noemen. Onze Abba = papa.

Ik zal U lofzingen in de gemeente.

De gemeente van Jezus bestaat voor 100% uit gelovigen.

De gemeente is de bruid van Jezus.

Als de gemeente zingt, zingen we tot eer van God en van Jezus. Maar Christus zegt hier: in het midden van de gemeente zal Ik U lofzingen.

Jezus zingt temidden van Zijn broeders en zusters.



Vers 13

Bewijs van Jezus' mensheid.

Jezus stelde Zijn vertrouwen op God de Vader en niet op Zijn eigen godheid.

Kinderen die God heeft gegeven.

God geeft aan Jezus veel mensenkinderen.

De gelovige mensenkinderen vormen Zijn bruidsgemeente.



Vers 14

Door de dood doden.

David doodde Goliath met het zwaard van Goliath. Zo werd ook satan met zijn eigen wapen ten onder gebracht. Door de dood van Jezus werd satan overwonnen.

Satan had de macht over de dood.

De dood is gevolg van de zonde.

De zonde hoort bij satan.

De dood hoort bij satan.


Iedereen in het OT kwam in het rijk van de dood (=sheool) terecht.

Jezus verloste de gevangen gelovigen uit het dodenrijk en bracht ze naar het paradijs in de hemel.

Sinds die tijd zijn we in leven en sterven het eigendom van Christus.



Vers 15

Angst voor de dood.

In Job 18:14 heet de dood " koning van de verschrikkingen".

Satan regeert door angst.

Voor gelovigen is die angst weg. Wij zijn, door geloof, van de geestelijke dood overgegaan naar het geestelijk leven, ja zelfs het eeuwige leven is ons deel. Dat eeuwige leven gaat bij ons overlijden gewoon verder.



Vers 16

God neemt de engelen niet aan.

Voor gevallen engelen heeft Jezus géén verlossing aangebracht.

Wat een grote liefde dat Hij ons, zondaren, wel wilde redden.


Hij neemt ons aan.

Hij aanvaardt Zijn bruid zoals zij is, zondig, vuil, schuldig. Hij neemt alles weg, zorgt voor verzoening, Hij reinigt haar. Wat een liefde!


Nageslacht van Abraham.

  1. Dat zijn de Joden die tot geloof in Jezus komen.
  2. Dat zijn ook de gelovigen uit de heidenen.



Vers 17

Daarom...

God is een Geest en kan niet sterven.

Om te kunnen sterven moest Jezus een lichaam aannemen.


Getrouwe hogepriester.

Wat is het werk van Jezus?

  1. Eerst offerde Hij Zichzelf. Hij was het Lam van God. Johannes 1:29.
  2. Daarna deed Hij als Hogepriester verzoening. Hij bracht Zijn bloed in het hemelse Heilige der Heiligen. Hebreeen 9:12.
  3. Op grond van Zijn verzoening kan Hij voor ons pleiten. Romeinen 8:34.

Zonden van het volk verzoenen.

Toen Jezus stierf was het Lam van God geslacht.

Maar....de echte verzoening is er pas als het bloed van het offerdier op het verzoendeksel komt.

Dat heeft Jezus gedaan in het hemelse heiligdom.

Ná die verzoening zit Hij als Hogepriester aan de rechterhand van Zijn Vader in de troon van Zijn Vader.

Let op:

Jezus zit daar in de troon van Zijn Vader NIET als koning.

Als Hij koning is zit Hij op Zijn eigen troon



Vers 18

Jezus werd verzocht.

  1. Door satan. Mattheus 4:1.
  2. Door Joodse leiders. Mattheus 22:35.

Jezus komt ons te hulp.

Jezus leed onder die verzoekingen. Hij weet dus uit ervaring wat wij mee kunnen maken. Hij wil ons helpen in die omstandigheden.



<