Hebreeën.
De naam Hebreeër wordt het eerst gebruikt voor Abram en later voor zijn nageslacht.
De schrijver.
De schrijver is onbekend.
Hebreeen 13:23-24 wijst misschien in de richting van Paulus.
Daar wordt Timotheüs genoemd. Daar gaat het ook over broeders in Italië.
Ook lijkt het of de schrijver gevangen zit. Dat kan ook naar Paulus wijzen.
Inhoud.
Steeds passeren personen of groepen.
Engelen, profeten, Mozes, Jozua, Aäron, Abraham, Melchizedek.
Telkens blijkt Jezus groter te zijn.
Mogelijk was de tempel verwoest, maar ...alles is in Christus vervuld.
De schrijver en het getal 7.
De schrijver is onbekend.
Het NT heeft 27 boeken.
Brieven in het NT zijn 3x7.
Brieven van andere schrijvers dan Paulus zijn er 7.
Resteren 14 (2×7) brieven, waarvan er zeker 13 van Paulus zijn. De goddelijke orde pleit dan voor Paulus als schrijver van Hebreeën. Dan zijn er 2X7 brieven van Paulus.
Wetmatigheid in woorden.
Er zit een wetmatigheid in het vóórkomen van bepaalde woorden. Die wetmatigheid ontbreekt als we uitgaan van
13 brieven van Paulus. Voegen we echter Hebreeen toe als brief van Paulus dan is de wetmatigheid hersteld. We ontdekken dan veel voorbeelden van 7-tallen, van 11-tallen, van kwadraten of getallen tot 3e macht.
Die wetmatigheid is er bv. duidelijk ook als men beide brieven van Petrus samen neemt. Als we naar één brief van Petrus kijken, dan klopt de wetmatigheid niet.
Ook als men het OT en NT samenneemt zien we die wetmatigheid.
De laatste dagen.
Petrus vergelijkt de wereldgeschiedenis met de dagen van de week. Eén dag is als 1000 jaar.
4000 Jaren waren, sinds de schepping, voorbij.
Dus 4 "dagen" waren voorbij.
De laatste dagen begonnen met de geboorte van Jezus, de dagen 5 en 6 . De laatste dagen zijn de laatste 2 millennia vóór de 7e dag, de sabbat, het vrederijk dat 1000 jaar duurt.
In Handelingen 2:7 citeert Petrus de profeet Joël. Die profeteert ook dat de Heilige Geest komt in de laatste dagen.
God heeft gesproken.
We hebben een levende God. God spreekt.
In het woord van God zit kracht.
God spreekt ook door de natuur.
God sprak door de profeten. Ze waren tussenpersonen tussen God en het volk.
Jezus is méér dan de profeten. Hij is God die Mens werd.
Voorheen.
Dat was vroeger.
Daar is nu een eind aan gekomen. Profeten, zoals toen, bestaan er niet. De profetische bediening bestaat nog steeds.
Tot de vaders.
Díe uitdrukking past bij gelovige Joden. Zij zijn de ontvangers van de brief.
Het gaat over de aartsvaders, hun voorouders.
Op veel manieren gesproken.
Je kunt daarbij denken aan
Door Zijn Zoon.
De profeten spraken namens God, als Zijn dienaren. De Heere Jezus sprak als Zoon van God die Mens werd. Hij sprak met het hoogste gezag.
God is geopenbaard in het vlees.
De heerlijkheid van Jezus zien we in deze brief.
Doden, die Zijn stem horen, zullen leven.
8 heerlijkheden van Jezus.
De schrijver gaat nu Christus verheerlijken. Hij noemt 8 heerlijkheden van Christus, waardoor Deze hoger verheven is dan het hoogste schepsel.
Erfgenaam van alles.
Jezus noemt zichzelf ook erfgenaam. Hij is erfgenaam van God.
Gelovige christenen, de bruid van Christus, zijn mede-erfgenamen van Hem.
De wereld gemaakt.
Jezus wordt hier ook als Schepper genoemd.
De afstraling van Gods heerlijkheid.
Jezus zegt: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien".
De heerlijkheid van God is zichtbaar in het leven van Jezus.
Jezus is het beeld van God.
Die alle dingen draagt.
De Heere Jezus is Schepper volgens
Hij is ook de Onderhouder van de schepping.
Reiniging van de zonden.
Het gaat over de macht van de zonde.
Hij is het Lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt.
Het gaat hier niet over verzoening. Het enige woord in deze brief dat van verzoening is afgeleid, staat in
Hij zit aan Gods rechterhand.
"Zitten" deden de aardse priesters in de tabernakel niet. Hun offerwerk was nooit af.
Jezus' werk is klaar. Met Zijn eigen bloed deed Hij, als Hogepriester, verzoening in de hemel.
Nu zit Hij. Hij zit daar als Hogepriester aan de rechterhand van God.
Nu bidt Hij als Hogepriester.
Hij doet in de hemel het werk van een hogepriester.
Over engelen!
Méér dan de engelen.
Voor de Joden staan engelen hóger dan mensen.
Dus:
Maar... nú is Jezus als mens in de hemel. Is Hij dan niet lager dan de engelen?
De schrijver maakt duidelijk, dat de Méns Jezus nú ver bóven de engelen is verheven.
Dus nú is het:
Volgens Filippenzen 2:9 ontving Jezus, als Mens, een naam bóven alle andere namen. Als Gods Zoon had Hij die plaats al van eeuwigheid.
Naam als erfdeel.
Jezus heet Kurios=Heere.
Daaraan is Zijn macht en heerlijkheid verbonden.
De gemeente deelt in Zijn heerlijkheid.
Zo zal straks de gemeente ook delen in die heerlijkheid van de Bruidegom. De gelovigen zullen straks aan Jezus gelijk zijn. We krijgen een nieuw lichaam, een verheerlijkt lichaam, een geestelijk lichaam. Wat een vooruitzicht. Dan zijn ook wij hóger dan de engelen.
U bent Mijn Zoon.
Engelen heten ook wel "Gods zonen", maar ze zijn door God geschapen en niet verwekt.
In de grondtekst heeft "U" een bijzondere klemtoon: "U alléén" bent Mijn Zoon.
Jezus is van dezelfde natuur als God.
Engelen heten wel "zonen Gods", maar dan als schepselen.
Heden heb Ik U verwekt.
De Heilige Geest verwekte Jezus in Maria.
Zo was de Mens Jezus tegelijk Gods Zoon.
Zoon.
Jezus werd niet Zoon toen Hij op aarde werd geboren.
Hij was altijd al Gods Zoon en is daarna pas als Mens verwekt in de schoot van Maria.
In die volgorde staat het hier ook.
De Eerstgeborene.
1. In het OT is Israël de eerstgeborene.
2. Hier is Jezus de Eerstgeborene.(Uit de doden). Hij is de Eerste Mens, die het graf verliet en een verheerlijkt lichaam heeft.
3. Maar Hij is ook de eerstgeborene in het gezin van God. De gelovigen zijn ook (schoon)kinderen van God, maar er is maar één Eerstgeborene. Wij zijn (schoon)kinderen van God, omdat Jezus onze Bruidegom is.
Hem aanbidden.
Jezus, als Mens, is hoger dan de engelen. Engelen aanbidden Hem.
Alléén God mag aangebeden worden. Jezus zal ook aangebeden worden. Hij ís dus God. Hij is véél hoger dan de engelen.
Vervolgens.
Beter: opnieuw.
De SV heeft "wederom".
Bij de wederkomst komt de Eerstgeborene wederom, voor de 2e keer, in de wereld. Dan krijgt Hij ook op aarde alle eer.
Wereld.
De planeet aarde.
Welke plaats hebben engelen?
Ze zijn hooggeplaatste schepselen.
Ze zijn dienaren.
Jezus is veel hoger. Als Mens zit Jezus bij Zijn Vader óp de troon. Engelen staan rondom de troon.
Hij is geen dienaar, zoals de engelen, maar Hij is de Zóón van God.
Tot geesten.
We kunnen ook vertalen: tot winden.
Engelen kunnen dr gedaante van wind of vuur aannemen.
Natuurengelen beheersen deze fysieke verschijnselen.
Zo kunnen demonen ook lichamelijke ziekten veroorzaken.
Uw troon.
Engelen hebben géén troon. Ze staan vóór de troon om God te dienen.
Nú zit Jezus in de troon van ZIJN Vader volgens
Na de wederkomst krijgt Hij Zijn eigen troon, de troon van David, volgens
Die troon van Jezus heet ook de troon van Zijn heerlijkheid.
Maar... deze troon bestond al onder het OT. David en Salomo zaten op de troon van de HEERE.
Jezus zit op de troon. De engelen staan rondom de troon.
Uw koninkrijk.
Jezus wordt koning van de Joden, het huis van Jakob.
Zijn residentie is Jeruzalem. (Sion)
Zijn land is Gods land, het Heilige land.
Gezalfd met vreugde-olie.
Uw God , o God.
Uw God = Vader.
O God = Zoon.
Boven Uw metgezellen.
Wie zijn de metgezellen?
De aartsengelen zijn de hoogste engelen.
Ze zijn "aangezichtsengelen". Ze zien het aangezicht van God.
Jezus is gezalfd en hoger dan de aartsengelen.
Jezus als Schepper.
Jezus wordt hier ook als Schepper genoemd.
U bent dezelfde.
Jezus is God. Hij is altijd Dezelfde.
Ereplaats voor Jezus.
Die ereplaats is er alléén voor de Zoon. Hij zit op de troon.
De engelen zijn rondom de troon.
Jezus zit daar als Mens, als Hogepriester, op een ereplaats.
Uw vijanden.
Elke vijand.
Speciaal de leiders van de vijanden.
Psalm 72:8-11.
Jesaja 49:23.
Micha 7:17.
Zacharia 14:16.
Totdat Ik Uw vijanden..
Wie is "ik"?
Engelen.
3 groepen engelen.
Boodschappers.
Uitvoerders van straf.
Beschermers.