Hoe belangrijk is geloof?
Ons geloof maakt het verschil tussen dood of leven. Wie in Jezus gelooft, heeft eeuwig leven.
NBV 21.
Waarop richt het geloof zich?
Dus:
Het geloof in de beloften van God is een vaste grond van de dingen die we hopen.
De inhoud van de belofte is niet zichtbaar, maar toch houdt het geloof vast.
Géén blind geloof.
We geloven in God, maar niet zonder bewijzen dat God bestaat, dat God liefde is, dat God almachtig is.
Die bewijzen zijn opgeschreven.
Die bewijzen zien we om ons heen in de schepping.
Geloof in het dagelijks leven.
We kijken op de website van NS. We geloven wat er staat. We geloven dat NS de beloften in de dienstregeling nakomt. We staan op tijd op het juiste perron. We verwachten de trein op de aangegeven tijd.
Zo doen we zeker met wat God beloofd heeft.
Wat is geloof? (1)
Geloof is:
Wat is geloof? (2)
De geopenbaarde wil van God gehoorzamen en voor alle gevolgen daarvan Zijn beloften vertrouwen.
Wat is geloof? (3)
Het geloof is het vermogen om te leven met uitstel zonder het vertrouwen in de belofte te verliezen; om teleurstelling te ondergaan zonder de hoop kwijt te raken.
De hoop.
We hopen op de toekomstige heerlijkheid. We zullen dan delen in de heerlijkheid van Jezus.
Die hoop wordt gedragen door geloof in Christus. Dat is een stevig fundament.
Uiteindelijk is onze hoop een Persoon, Jezus is onze Hoop.
Het geloof is een bewijs.
Als je gelooft dat Gods beloften wáár zullen worden, dan is dit geloof het bewijs dat je het beloofde zult krijgen.
Ouden.
Gelovigen uit het OT.
Wereld.
Letterlijk: werelden (hemel, aarde, heelal)
Aiones= tijden / eeuwen / werelden, tijdperken.
Aioon is in de Bijbel nooit een eeuw van 100 jaar.
Door het Woord.
God heeft gesproken en daardoor is al het zichtbare ontstaan. Zo heeft Hij de werelden “bereid”, dat wil zeggen in orde gebracht, gerangschikt. Dat kun je alleen “begrijpen” als je gelooft.
Geloof als "verrekijker".
Door het geloof zie je dingen die een óngelovige niet ziet.
Ook Noach "zag" de zondvloed al, terwijl niemand er erg in had.
Door geloof heeft Abel...
Abel gelooft dat alleen bloed verzoening kan brengen. Hij zoekt die verzoening. De plaatsvervanging klinkt in zijn offer door. Vooral dát geloof maakt zijn offer aangenaam voor God.
Dit offer wijst al naar Jezus.
Abel was rechtvaardig.
Spreken ná zijn sterven.
Op aarde stopte het getuigenis van Abel, maar niet de boodschap die van zijn geloof en zijn offer uitging.
Henoch werd weggenomen.
Henoch: weggenomen 987 na de schepping. Hij maakte elke dag veel tijd vrij voor God. Hij wandelde met God.
Dan zou er met Henoch hetzelfde gebeurd kunnen zijn, dat ook gebeurt met ons, gelovigen, als we nog levend zijn als Jezus opnieuw komt. We worden in een ogenblik veranderd en zien de dood niet.
Dan zou Henoch niet naar het dodenrijk zijn gegaan, maar naar de hemel.
Hoe kan dat? Jezus had toen nog geen verzoening aangebracht!
Hij werd niet meer gevonden.
Mogelijk is er naar Henoch gezocht, zoals men naar Elia zocht.
Henoch diende God al jong.
Henoch werd 365 jaar. Na de geboorte van zijn zoon Methusalem wandelde hij nog 300 jaar met God.
Hij was vóór de zondvloed Gods profeet.
Zonder geloof is het onmogelijk...
Wie in Jezus gelooft, steunt op Zijn verlossingswerk. Wie gelooft, geeft het ja-woord aan Jezus.
Als Hij onze Bruidegom is, zijn wij (schoon)kind van God. Alléén door geloof kunnen we God dus behagen.
Geloof richt zich op Gods beloften. Wie niet gelooft, vertrouwt God niet en houdt Hem voor leugenaar. Zo behagen we God niet.
We kunnen God ook niet behagen door ons berouw.
Echt berouw leren we pas nadat we Jezus aannemen als Verlosser.
2 voorwaarden in de tekst.
Zoeken.
Letterlijk: ernstig zoeken.
God zoeken levert veel op.
Geloven dat Hij is.
Geloven ‘dat God is’ (= dat God bestaat).
Je nadert tot Hem en zoekt Hem omdat je Hem vertrouwt en weet dat Hij hen beloont die Hem ernstig zoeken. We zoeken God om behouden te worden.
Dat God "er is" geloven ook de demonen. Dat is niet tot hun redding en niet tot hun behoud.
Hoe beloont God de zoeker?
De HEERE zegent u.
De HEERE behoedt u.
De HEERE doet Zijn aangezicht over u lichten en is u genadig.
De HEERE verheft Zijn aangezicht over u en Hij geeft u vrede.
Wat is God blij als je in Hem gelooft!!!!
Noachs geloof.
Zijn geloof was een bewijs van dingen die hij nog niet zag.
Erfgenaam van de rechtvaardigheid.
Wij worden gerechtvaardigd door het geloof.
Noach werd ook een prediker van de gerechtigheid.
Zowel het oordeel van de zondvloed als de nieuwe wereld daarna kon Noach slechts door het geloof zien. Dat maakte hem tot “een erfgenaam van de gerechtigheid”. Als een ware rechtvaardige zal hij het aardrijk beërven.
Tot redding van zijn gezin.
Nergens lezen we dat Noach voor de goddeloze wereld bad om haar te redden. Abraham bad wel om Sodom te redden.
Noach redt zichzelf en zijn gezin.
Abraham geroepen.
Geloof van Abraham.
Op Gods bevel moet hij familie en vaderland verlaten.
Op Gods belofte vertrouwt hij onvoorwaardelijk. En dat blijft hij doen. Hij ziet niets, maar gelooft Zijn God.
Dat wordt hem tot gerechtigheid gerekend.
Gehoorzaam geweest.
Geloven = gehoorzamen
Volgens Johannes 3:36 is ongehoorzaamheid hetzelfde als ongeloof. Zo staat het ook in
Iemand die NIET bereid is om God te gehoorzamen, op elk terrein van het leven, kan géén heiliging nastreven.
4 mannen, 4 facetten.
Abel :
Henoch :
Noach:
Abraham:
Een vreemdeling.
Hier op aarde is ons thuis niet. We trekken er slechts doorheen. Net als Abraham verwachten we een stad, waarvan God de Kunstenaar en Bouwmeester is.
We zien het niet, maar geloven het wel, omdat God het heeft beloofd.
Mede-erfgenamen van Gods belofte.
Izak en Jakob krijgen dezelfde belofte als Abraham, de landbelofte
1. Aan Abram.
2. Aan Izak.
3. Aan Jakob.
Abraham verwachtte.
Geloof om zwanger te worden.
Sara had geen verlangen meer naar geslachtsgemeenschap.
Maar dat was wel nodig om Izak te krijgen.
Deze beide oude mensen geloofden dat ze weer naar elkaar zouden gaan verlangen en dat Sara daardoor zwanger zou worden.
Geloof van Sara.
Toen Sara de mededeling hoorde dat ze een kind zou krijgen, gaf ze niet direct blijk van geloof in de belofte.
Ze was nota bene negentig jaar.
en dus veel te oud om nog zwanger te kunnen worden. Maar in de beschrijving van de geboorte van Izak lees je dat God naar Sara omziet en aan haar doet, zoals Hij gesproken heeft.
Het lijkt er dan ook op dat Sara uiteindelijk toch geloof heeft gehad in de toezegging van God.
Eén.
Dit is een mannelijk woord in het Grieks, dus moet op Abraham slaan.
"Man" is door de vertalers toegevoegd ter verduidelijking.
Nakomelingen als sterren.
Tegenwoordig kunnen we rondom de aarde 9000 sterren tellen met het blote oog. Dat is minder dan het aantal zandkorrels op ½ theelepel.
Als we proberen te tellen, lukt ons dat niet. Dat wil God duidelijk maken: Abrahams nakomelingen zijn niet te tellen.
In ons eigen melkwegstelsel zijn 300 miljard sterren.
Er zijn wel 500 miljard melkwegstelsels.
Dus 15 met 22 nullen sterren.
Meer sterren dan zandkorrels.
Beloften, maar géén vervulling.
De genoemde geloofsgetuigen hielden zich in geloof vast aan Gods beloften, zelfs als ze de vervulling niet zagen.
Vreemdeling en bijwoner.
Ben jij ook vreemdeling?
Het heeft twee kanten, mooi toch!
Zulke dingen zeggen.
Ze zeggen dat ze vreemdelingen op aarde zijn. Zulke vreemdelingen hebben hun vaderland niet op aarde, maar elders.
Het vaderland waaruit Abram vertrok.
Mesopotamië of Syrië?
Psalm 60:2.
Waar woonde Abraham?
Abraham woonde aan de bovenloop van de Eufraat, op de grens van Syrië en Turkije. Dus hij woonde niet aan de benedenloop van de Eufraat, zoals vaak wordt beweerd.
Jozua 24:2 zegt: "aan de overkant van de Eufraat", aan de noordkant.
Daar liggen 5 ruïnes, van 5 steden.
Flavius Josephus en Mainonides plaatsen Ur ook in de omgeving van Turkije.
De ruïne van Ur in Sinear, aan de benedenloop van de Eufraat, wordt heel vaak aangewezen als de geboortegrond van Abram.
Maar...Ur in Sinear ligt aan deze kant, de westkant van de Eufraat. Dat klopt niet met Jozua 24:2.
Die tekst spreekt over de overkant van de rivier, gezien vanuit Israël.
Hemels vaderland.
Dit is niet een vaderland in de hemel, maar een vaderland met een hemelse oorsprong in een land dat Gods land is. Israël is Gods land.
Daar zijn ook hemelse wetten. Die worden vanuit Sion uitgevaardigd door Jezus, de Messias.
Dat is het koninkrijk der hemelen. Dat krijgt de concrete vorm in het Messiaanse rijk.
De aartsvaders hebben deze "dag" van Jezus vanuit de verte gezien.
De rechtvaardigen zullen de aarde beërven.
Er komt immers een nieuwe aarde. Daar mogen de gelovigen wonen, na een kort verblijf in het vaderhuis.
Beproeven of verzoeken.
God beproeft.
Satan verzoekt.
Abrahams offer.
Met dit offer heeft Abraham alle beloften, waaraan hij zich in geloof zo vasthield, op het altaar gelegd. Hem is een nageslacht beloofd en ook een land, maar hij geeft het in Izak allemaal aan God terug als Hij erom vraagt. Hij offert “zijn eniggeborene”.
Eniggeborene?
Abraham had 8 zonen: Ismaël en de zes zonen van Ketura en Izak. Toch heet Izak de eniggeborene, want hij is dé zoon van Gods belofte.
Nakomelingen van Abram en Ketura.
Ketura was een bijvrouw.
Ze heet géén vrouw. Ze was er dus tegelijk met Sara.
Abraham en Ketura hadden 6 zonen. Die waren ouder dan Izak. Izak wordt ook als laatste genoemd in
Nakomelingen van Abram en Ketura.
Hij overlegde bij zichzelf.
Hoe het ook zou gaan, maar aan Gods beloften twijfelde Abraham niet.
Als Izak zou sterven, dan zou God hem ook weer levend maken. God had immers Zijn beloften aan Izak verbonden.
Opstanding uit de doden.
Vóór Abraham was er nooit iemand uit de doden opgestaan. Toch hield Abraham er rekening mee.
De eerste dode die opstond was de zoon van de weduwe uit Zarfath.
Izak heet Abrahams nageslacht.
God zegt dat Zelf tegen Abraham.
Daaruit terug.
Als uit de dood kreeg Abram zijn zoon Izak terug.
De zoon van de weduwe in Zarfath was de eerste die echt uit de doden opstond.
Izak zegent. Wanneer?
Izak zegent eerst Jakob i.p.v. Ezau.
Dat deed Izak niet in geloof, zoals hier in Hebreeën staat. Izak was toen ongehoorzaam aan Gods woord, dat Hij tegen Rebekka had gezegd.
Die gestolen zegen geeft Jakob ook terug aan Ezau als hij hem ontmoet nadat hij 22 jaar bij Laban is geweest. Aanvaard toch mijn zegen, zegt Jakob letterlijk.
De zegen waarover het hier in Hebreeën gaat, staat in
Op dat moment krijgt Jakob de zegen van Abraham. Dan zegent Izak in geloof. Dan kan Jakob zeggen: "Ik heb alles".
Maar...op dat moment dat Jakob voor de tweede keer wordt gezegend, wordt Ezau NIET gezegend.
Manasse en Efraïm gezegend.
Hoewel Jakob in Egypte woont gelooft hij dat Manasse en Efraïm en ook de andere stammen het beloofde land in bezit zullen nemen.
Jakob zelf heeft de belofte van God niet vervuld gezien.
Zijn staf. Zijn bed.
In Genesis 47:31 staat "bed".
Jozefs profetie.
Het skelet meenemen.
Ook de lijken van de broers werden later meegenomen naar het beloofde land.
Volgens het "Boek van de oprechte" werd iedere zoon van Jakob begraven in het latere stamgebied.
Jozef werd begraven in Sichem.
Het geloof van Amram en Jochebed.
Het gaat om het geloof van de ouders. Dat was de basis voor het geloof van Mozes.
God spreekt zélf tegen Mozes over het geloof van zijn vader Amram.
Mozes geeft zijn tweede zoon de naam Eliëzer. Die naam herinnert aan het geloof van Amram.
Bijzonder kind.
In Handelingen 7:20 heeft Stefanus het over Mozes die "schoon voor God" is. Het was als hemelse schoonheid.
Ook moeder Jochebed zag die schoonheid.
Bevel van de koning.
Farao had bevolen dat alle nieuw geboren jongetjes in de Nijl gegooid moesten worden.
De ouders waren aan God meer gehoorzaam dan aan de farao.
De farao van de verdrukking was Toetmosis III.
Keus van het geloof.
Mozes was hoog opgeleid. Hij maakte een bewuste keus.
Hij koos voor de smaad van Christus.
Hij kiest voor afwijzing en afkeuring. Zo'n keus kun je alléén maken in geloof.
Wat is jouw keus?
Mozes, type van Jezus.
Mozes verliet de heerlijkheid, de rijkdom, de eer. Hij koos voor smaad en verachting.
Zo was het ook bij Jezus.
Door lijden tot heerlijkheid.
Mag het volgen van Jezus jou ook iets kosten?
Het vertrek uit Egypte.
Welk vertrek?
Nadat Mozes de Egyptenaar doodde, was hij wél bevreesd en vluchtte.
Het gaat hier waarschijnlijk over de uittocht.
Er waren grote plagen geweest. God stond aan de kant van Mozes. Daarom vreest hij niet.
Als het volk vreest, maar Mozes het volk oproept om niet te vrezen, vertrouwt hij volledig op God. We gaan dóór de zee!!
Mozes zag op God.
Dit maakte Mozes standvastig en onbevreesd. Hij zag op God, zijn Helper.
Zie zo ook voortdurend op God!!!
Pascha.
Mozes stelde het Pascha in. Hij geloofde en ook het volk geloofde veilig te zijn achter het bloed van het paaslam. Dit is een geloofsdaad.
De HEERE ging door Egypte en de verderver voerde het gericht uit.
Israël is veilig achter het bloed, maar wordt ook direct in de vrijheid gesteld.
Zo schuilen wij achter het bloed van Jezus. Ook wij komen zo in de vrijheid.
2 Geloofsdaden.
2 Geloofsdaden: Eén aan het begin van de woestijnreis en één aan het eind van de reis. Daartussen 40 jaar van ongeloof.
Door de Rode Zee.
De Rode Zee splitst in twee golven:
Het volk trok met Mozes door de Golf van Akaba.
Geloven in Gods belofte.
God gaf Zijn belofte aan Jozua.
Jozua gaf Gods woord door aan het volk.
Rachab geloofde.
Ik weet dat de HEERE u dit land gegeven heeft.
Gideon.
Gideon geloofde Gods belofte.
Hij streed met 300 ongewapende mannen (fakkels en kruiken en bazuinen)
tegen 135.000 Midianieten.
Barak.
Met 10.000 man streed hij tegen Sisera die 900 strijdwagens had.
Jeftha.
Simson.
David.
In geloof verslaat hij Goliath.
Samuël.
1 Samuel 7:7-12.
Geloofsgetuigen in het OT.
Alle geloofsgetuigen leefden onder het oude verbond. Wij leven onder het nieuwe verbond. Dat is volmaakter dan het oude verbond.
Wij kunnen dus op een hoger niveau leven.
Zekerheid van geloof.
De zekerheid van het geloof hoort bij het wezen van het geloof.
De zekerheid van het geloof is de zekerheid dat de belovende God Zijn beloften wáár maakt en die beloften ook op het eigen leven toepast. Het geloof in die beloften maakt ons levend. Daarover gaat het in dit hoofdstuk.
Vuur.
Zwaard.
Kracht in zwakheid.
De doodzieke Hizkia werd genezen.
Opgestane doden.
Betere opstanding.
Gelovigen werden gedood, maar ze geloofden in de opstanding van het lichaam.
Dat is de eerste opstanding, de opstanding van de gelovigen, de opstanding van de rechtvaardigen. De eerste fase lezen we al in
2 groepen.
Veel lijden verdragen.
Jeremia is een voorbeeld.
Paulus is een voorbeeld.
Ook de apostelen kregen geselslagen.
Ook kwamen ze in de gevangenis.
Gestenigd.
In stukken gezaagd.
Men beweert dat Jesaja door koning Manasse in stukken gezaagd is. Hij werd vastgeklemd in de stam van een Johannesbroodboom.
Ze leden gebrek.
De wereld was hen niet waard.
De wereld is het niet waard dat zulke godzaligen op haar wonen.
Ze dwaalden rond.
Zo verging het David.
Hij dwaalde door woestijnen en op bergen en verbleef in spelonken.
De vervulling van de belofte niet verkregen.
Ze moeten voor de volmaakte vervulling van de beloften wachten op ons. Wij ontvangen, tegelijk met hen, een nieuw lichaam.
Volmaaktheid.
De volmaaktheid ontstaat pas als ook ons lichaam is opgestaan en verheerlijkt en wordt verenigd met onze geest.
Alle overleden heiligen uit het OT en NT moeten voor die volmaaktheid wachten op óns. Als wíj opstaan of veranderd worden, bij de eerste opstanding en de opname, dan worden alle heiligen volmaakt.
Dus de geesten van de overledenen zijn nu wel in het paradijs, in de derde hemel,
maar ze zijn nog onvolmaakt, nog zonder hun verheerlijkte lichamen. Ook zij zien uit naar het moment van de eerste opstanding, de opstanding van de rechtvaardigen.
Dat is het moment dat de gelovigen het verheerlijkte lichaam ontvangen. Dan ontvangen alle gelovigen tegelijk de erfenis van God.