De wet.
Dat is de Thora, de vijf boeken van Mozes. Daarin staan de schaduwen, zoals de priesterdienst, de offers, de reinigingswetten, de tabernakeldienst, Gods feesten. De schaduw geeft een vage indruk van de werkelijkheid. Alles wijst naar Jezus.
Het fundament van het oude verbond is de wet, de Thora.
Schaduw en werkelijkheid.
De tabernakeldienst was slechts schaduw.
Johannes 1:29.
We moeten ons richten op de werkelijkheid waarheen de schaduw wijst. Die werkelijkheid is Jezus.
Toekomstige heilsgoederen.
Dat gaat over het nieuwe verbond. Gelovigen mogen daarin al delen.
Jaar in, jaar uit.
Dit slaat vooral op de verzoendag, die elk jaar op 10 Tisri werd gevierd. Elk jaar weer verzoening doen, maar nooit was het afdoende. Alles wachtte op het betere en ene offer van Jezus.
Volmaaktheid.
Een einde aan de offers.
Als de offers van het oude verbond werkelijk volmaakte verzoening zouden brengen, dan was de offerdienst ook ten einde gekomen.
Helaas...er was een beter en volmaakter offer nodig, het Lam van God.
Altijd onvolmaaktheid.
Elk jaar weer een verzoendag. Nooit kwam daar een eind aan. Elke verzoendag opnieuw is er de herinnering aan een jaar met zonden.
Bloed van stier en bok.
Op de verzoendag deed de hogepriester eerst met het bloed van een stier verzoening voor zichzelf en zijn familie.
Daarna deed hij met bokkenbloed verzoening voor het volk.
Op de verzoendag ging hij 3x in het Heilige der Heiligen. Hij ging eerst met reukwerk, daarna met stierenbloed, daarna met bokkenbloed. Of zijn de eerste en de tweede keer gelijktijdig?
Geen vergeving, wel steeds herinnering.
De offers brachten géén echte vergeving. Wel brachten ze steeds de zonden in herinnering.
Het lichaam gereed gemaakt.
David profeteert over de Messias.
Dat is het lichaam van Jezus, dat voor ons geofferd werd. Bloed was nodig voor redding. Dat lichaam kreeg Hij toen Hij groeide in Maria.
Ook in Zijn menswording was Jezus gehoorzaam aan de Vader.
Offers voor de zonde.
Zondoffers werden op de verzoendag gebracht.
De lichamen van deze zondoffers werden buiten Jeruzalem verbrand.
Toen zei Ik...
"Ik" = Jezus.
Hij spreekt over een boekrol van de psalmen.
Jezus citeert Psalm 40 volgens vers 5.
Dan spreekt Jezus nádat David dit profeteerde, want Hij zegt dat er in Psalm 40:8 geschreven is.
Uw wil.
Zie vers 9.
Hebben wij ook zo'n overgave aan de wil van God?
Gods wil kan ons bekend zijn, want die staat in de Bijbel.
Middelaar van het nieuwe verbond.
Eén van de zegeningen van het nieuwe verbond is dat de wet in het hart is geschreven. De wet hoort dan bij ons innerlijk. Deze wet wordt een stuk van onszelf.
Jezus, de Middelaar van het nieuwe verbond, heeft de wet van God altijd in Zijn hart.
Wij, gelovigen, vertonen zo gelijkenis met Jezus.
Genoemde offers.
Ze worden beschreven in Leviticus 1 t/m Leviticus 5.
Niet gewild, niet behaagd.
God had de offers wel ingesteld, maar ze leidden uiteindelijk niet tot het bereiken van de volmaaktheid.
Nooit werd er volkomen voor de schuld voldaan.
Daarna sprak Hij...
Jezus spreekt. Hij citeert de profetie van David.
Uw wil doen.
God wilde dat aan Zijn gerechtigheid zou worden voldaan. Jezus deed dat voor ons.
Toen dat gebeurd was, kon God barmhartig zijn voor zondaren.
Op grond van Gods wil worden wij geheiligd.
Het eerste weg, het tweede komt.
Het ‘eerste’ is alles wat in het Oude Testament door God voor Zijn volk Israël is ingesteld. Van dat alles is de ontoereikendheid gebleken. Dat alles was "schaduw". Toen de Heere Jezus kwam, heeft Hij de plaats ingenomen van die hele eredienst. Alles wat God in die eredienst van de mens vroeg, is door Hem volmaakt uitgevoerd en vervuld. Hij nam de plaats in van alle schaduwen die God had voorgeschreven, Hij is de vervulling ervan. De ‘schaduwdienst’ heeft plaatsgemaakt voor de werkelijkheid en dus is er voor de schaduwdienst geen plaats meer. Elke grond van het bestaan ervan is weggenomen.
Hij heeft echter niet alleen ‘het eerste’ weggenomen, Hij heeft ook “het tweede” gesteld. Door Hem is ook het beginsel veranderd, waardoor de mens tot God kan naderen. Om tot God te kunnen naderen, eist de wet volmaakte gehoorzaamheid. Op die basis is het onmogelijk om tot God te komen. Nu de Heere Jezus Gods wil volmaakt volbracht heeft, is Hij de grondslag van onze betrekkingen tot God. Door Hem, als het nieuwe en volmaakte offer, is er een nieuw verbond. Wij mogen nu met vrijmoedigheid tot God naderen in het hemelse heiligdom.
Op grond van die wil...
Dit is de wil van God, die door Jezus uitgevoerd werd. God wilde één volmaakt offer.
Door de volmaaktheid van Jezus' werk worden wij geheiligd.
Geheiligd:
Apart gezet om gemeenschap met God te hebben.
We mogen leven dichtbij het vaderhart van God.
Wat wil God van ons?
Gods wil kan ons bekend zijn, want die staat beschreven in de bijbel.
Wat belooft God als wij Zijn wil doen?
God belooft ons het eeuwige leven.
Iedere priester stónd.
We lezen nergens dat er stoelen hoorden bij de inventaris van de tabernakel.
Priesters konden niet gaan zitten, want eigenlijk was hun werk nooit klaar.
Jezus zit nu wél. Hij zit als Hogepriester aan de rechterhand van Zijn Vader. Zijn verzoeningswerk is af.
Jezus zit naast God.
Jezus bracht één offer.
Met dit offer was God tevreden. Dit offer bracht verzoening, want Jezus bracht Zijn eigen bloed op het verzoendeksel in de hemel.
Jezus had Zijn werk volbracht en kon gaan zitten. Hij is op de allerhoogste positie gaan zitten. Hij zit daar als Hogepriester.
Wij mogen ook rusten!
Geloof je in dit volmaakte offer?
Komt tot Mij en Ik zal u rust geven.
Hij rust en wij mogen rusten in Zijn volmaakte werk.
Geen "ja maar"!
Jezus wacht.
Als Bruidegom bereidt Jezus in het Vaderhuis een plaats voor Zijn bruid.
Jezus wacht tot de Vader Hem toestemming geeft om Zijn bruid op te halen.
Ná deze opstanding en opname van de gelovigen mogen we altijd bij Hem zijn.
De bruiloft van het Lam vindt daarna in de hemel plaats.
Vijanden tot een voetbank.
Psalm 110:1 voorzegt de onderwerping van de vijanden.
Nú, op dit moment, is Jezus nog Hogepriester.
Zijn koningschap begint na Zijn wederkomst op de Olijfberg.
In Openbaring 19:6 wordt Hij koning. Dat is nu nog toekomst. De bruiloft van het Lam is dan net afgelopen en daarna komt Jezus met Zijn heiligen.
Hij komt naar de aarde, op de Olijfberg.
Hij verslaat de vijanden, de antichrist en de valse profeet.
Als Zijn vijanden verslagen zijn en als "een voetbank voor Zijn voeten" geworden zijn, dan begint Zijn vrederijk, Zijn regering op de troon van David. Zijn regering over het huis van Jakob.
Eén offer.
Door één offer zijn we volmaakt heilig. We zijn door geloof rechtvaardigen en heiligen. We dragen de naam van onze Bruidegom, Jezus Christus, de Rechtvaardige.
Maar in dit leven moeten we toch geheiligd worden.
Wees verzekerd.
Misschien voel je nog wel eens twijfel opkomen of je wel een kind van God bent. Je valt jezelf nog zo vaak tegen. Lees dan dit vers en geloof wat er staat. Twijfel wordt alleen weggenomen door het geloof dat God het werk van de Heere Jezus volmaakt heeft aangenomen en het getuigenis, dat daarvan door de Heilige Geest zwart op wit in de Schrift wordt gegeven.
De Geest getuigt het ons.
Wie de Heilige Geest heeft, is de goddelijke natuur deelachtig geworden.
De goddelijke natuur deelachtig zijn is voor de heilige engelen zelfs niet mogelijk. Hierdoor krijgt een wedergeboren mens een positie bóven de engelen.
Engelen - gelovigen.
2 Petrus 1:4.
Romeinen 8:9.
Galaten 2:20.
Jeremia 31:31-33.
In Hebreeën 8:10-12 is dit citaat ook al aan de orde geweest. Het is goed om de toelichting daarop nog eens te lezen. Daar gaat het vooral om de uitwerking van het nieuwe verbond in het vrederijk. Hier is het citaat meer bedoeld om aan te geven dat er onder het nieuwe verbond een inwendig werk van de Heilige Geest in de harten en het verstand van de gelovigen plaatsvindt.
Een verbond met hen.
"Hen" zijn in de eerste plaats de Joden aan wie deze brief is geschreven en de Joden in de toekomst. Het gaat over het nieuwe verbond, dat met Israël wordt opgericht.
Dit nieuwe verbond is met de gemeente al eerder opgericht. Dat gebeurde bij de instelling van het avondmaal.
Na die dagen.
Dat is na de diaspora, als Israël weer in het beloofde land terugkeert. De staat Israël is er al sinds 1948.
Israël zal tot geloof komen. God neemt de bedekking weg.
Paulus schrijft dat heel Israël zalig zal worden.
Niet meer denken.
Bij God is vergeven tegelijk vergeten.
Als God de zonden niet meer gedenkt, ontbreekt elke noodzaak voor een nieuw offer.
Conclusie.
Omdat het ene offer van Jezus volkomen vergeving bewerkt heeft, hoeven geen andere offers meer worden gebracht om vergeving te bewerken. Wat vergeven is, heeft geen offer voor de zonde meer nodig. Er is geen enkele zonde overgebleven, die nog vergeving en dus een offer nodig zou hebben. Daarmee vervalt elk bestaansrecht van de oudtestamentische offerdienst om verzoening te doen.
Toch lezen we dat er een eeuwig priesterschap beloofd is aan Pinehas.
Daarom zullen er in de toekomst priesters zijn in de nieuwe tempel.
De offers die zij brengen zijn niet tot verzoening, maar zijn tot gedachtenis. Ze zien terug, net zoals het avondmaal.
Vergeving.
Als we onze zonden belijden, dan belooft God ook vergeving.
Aanvaard de vergeving en kom niet steeds weer vragen om vergeving van die reeds beleden zonde.
Wat is er in het voorafgaande behandeld?
De schrijver heeft het volmaakte laten zien dat in het offer van Christus is. Dat zijn grote, blijvende en volmaakte schatten.
Nu gaat de schrijver over naar de gevolgen voor óns persoonlijke leven. We moeten een betere, volmaakte levenswandel hebben.
4 aansporingen voor ons dagelijks leven.
Laten wij...
Met vrijmoedigheid ingaan.
Vrijmoedig =
De ware liefde drijft de vrees weg. De ware Liefde is Jezus.
Bij God vandaan is er géén enkele belemmering. Hij moedigt ons aan om vrijmoedig te komen.
Om vrijmoedigheid hoef je niet te bidden, je hébt het. Het staat hier duidelijk.
Die vrijmoedigheid heeft te maken met het werk van Jezus. Onze vrijmoedigheid heeft een grond, het bloed van Jezus. Door het geloof horen we bij Jezus. Zo zijn wij (schoon)kinderen van God.
Gelovigen mogen als "priesters" ingaan in het hemelse heiligdom, onbeschroomd. We hebben een vrije toegang tot God. Door Jezus' werk is die ongehinderde toegang er.
In de nieuwe 3e tempel, in het vrederijk, is dat priesterwerk exclusief voorbehouden aan familie van Aäron.
Het gaat dan om priesters uit het geslacht van Zadok.
Engelen - gelovigen.
In Jesaja 6:2-3 lezen we over de engelen bij God.
Zij hebben niet zo'n vrije en ongehinderde toegang tot God.
2 Petrus 1:4.
Romeinen 8:9.
Galaten 2:20.
Nieuwe en levende weg.
Door het voorhangsel, dat is Zijn vlees.
Hier wordt Jezus' lichaam vergeleken met het voorhangsel.
Zijn lichaam werd verbroken, gescheurd. Toen Hij stierf, scheurde letterlijk het voorhangsel in de tempel, maar werd ook geestelijk de onbelemmerde toegang tot God mogelijk.
Een grote priester hebben we.
Die Hogepriester zit nú naast Zijn Vader op een ereplaats.
Huis van God.
De gemeente is Gods gebouw.
Ook het hemelse heiligdom heeft in Jezus de enige Hogepriester.
Laten wij.
Let op: steeds staat er "wij."
Elk gemeentelid leeft in relatie met andere gelovigen.
Een roofdier jaagt op een prooi die zich afzondert en los raakt van de groep. Zo doet satan ook.
Zonder je van andere gelovigen NIET af!
Tot Hem.
Tot God.
Dat naderen tot God is mogelijk door onze Hogepriester Jezus.
Van Gods kant is er nu géén belemmering.
In volle zekerheid van het geloof.
God spreekt uit dat Hij met het offer van onze Hogepriester tevreden is.
Geloof Zijn woord!
Twijfel niet, maar ga in volle zekerheid tot God. God is te vertrouwen.
Hij houdt Zijn beloften, daar mag je zeker van zijn.
Pleit op Gods beloften.
Het hart gereinigd.
De priester werd gereinigd door bloed. Hij kreeg bloed aan de
Gehoor, handel en wandel werden gereinigd.
Zo moet ook ons hart gereinigd zijn.
Ons lichaam gewassen.
Het woord "gewassen" duidt op onderdompeling.
Het heeft met de doop te maken.
Goddelijke volgorde.
Belijdenis van de hoop.
Dat heeft te maken met de belijdenis van ons geloof in onze omgeving.
In de omgang met God ligt onze krachtbron. Wie veel bij God verkeert, heeft aan de omgeving iets te vertellen over de hoop. We hebben een levende hoop!
Jezus is onze Hoop.
De hoop vasthouden.
De hoop is een anker.
Het anker houdt het schip en ons vast.
In deze tekst moeten wij de hoop vasthouden. Dat vraagt actie van ons. Ons anker ligt in het werk van Christus. Houd dat goed vast.
Gods beloften zijn in Hem ja en amen! Vast en zeker!
Op Zijn woord hopen wij.
God is getrouw.
God blijft trouw aan Zijn beloften.
Zijn woord bestaat eeuwig.
Op elkaar letten.
Op elkaar letten is hier heel positief.
Er staan ook twee positieve doelen.
Aanvuren.
Er wordt dus actie gevraagd.
We moeten groeien in liefde en ijverig zijn in goede werken.
Zo gaat de omgeving Christus in ons herkennen.
We moeten elkaar daartoe ook aansporen.
Geloof, hoop, liefde.
De schrijver roept op tot geloof, hoop, liefde.
Van deze drie is de liefde de belangrijkste, want de liefde blijft eeuwig.
Eindtijdgemeente:
Onderlinge bijeenkomst.
We moeten elkaar opzoeken. Het gaat niet om een kerkverband, maar om het "lichaam van Christus". Er moet gemeenschap van heiligen zijn. Spreek over de grote daden van God. Zing Zijn lof!
De grote dag die nadert.
De grote dag is de dag van de bruiloft van het Lam. De Bruidegom haalt Zijn bruid op en brengt haar in het huis van Zijn Vader.
De grote dag is de dag van de opstanding en opname van de gelovigen. Dan begint de bruiloft van het Lam en zullen we altijd bij de Heere zijn.
Dan zijn we één met Hem.
Dan zijn we aan Jezus gelijk. We hebben dan ook een verheerlijkt lichaam. Dan delen we in Zijn heerlijkheid. Daarom moeten we hier reeds die eenheid laten zien.
Het is ook de dag van het oordeel. De dag van de toorn van het Lam.
De grote verdrukking breekt aan als de gelovigen zijn opgenomen. De mensen die "willens en wetens" zondigen moeten zeker vrezen.
Willens en wetens zondigen.
De Hebreeën kennen deze uitdrukking. Er is, volgens de Thora, vergeving voor hen die niet opzettelijk zondigen, maar er is geen vergeving voor hen die opzettelijk zondigen.
Vrijwillig en moedwillig zondigen ze, de waarheid verwerpen ze. Ze volharden daarin.
Het gaat over tijdgelovigen.
Zulke mensen zijn diep ingedrongen in de verschillen tussen het oude en nieuwe verbond. Ze hebben het nieuwe omhelsd, maar zijn toch weer naar het oude teruggekeerd, naar de offers die geen zonden kunnen wegnemen. Zulke mensen tonen altijd een bitterder tegenstand dan onwetenden. Ze vallen af van het enige volmaakte werk van Christus om moedwillig weer aan de zonde toe te geven, om het zondigen weer als een gewoonte aan te nemen.
Als het offer van Jezus wordt verworpen, dan blijft er géén volmaakt offer meer over.
In 2 Petrus 2:1 wordt gezegd dat dwaalleraars door Jezus gekocht zijn, maar dat ze toch afvallen.
Zijn ze zoals Judas? Jezus noemt hem een duivel. De duivelen stonden ook in een relatie van liefde en trouw tot God. Willens en wetens verbraken ze de goede relatie met God. Voor wie dat doet is er géén terugkeer meer mogelijk.
Zie de aantekeningen over Judas bij
Moeilijk.
Niemand rukt de gelovigen uit Gods hand.
Soms lijkt het of gelovigen kunnen afvallen als ze zélf moedwillig met Jezus breken. Zoals Judas deed.
Tegenstanders.
Opmerkelijk dat satan = tegenstander.
Wie zich van Jezus afkeer is een tegenstander, een duivel.
Zo noemt Jezus zijn discipel Judas Iskarioth.
2 of 3 getuigen.
De straf voor het verwerpen van Jezus is veel zwaarder dan onder het oude verbond.
3 ernstige dingen.
De tijdgelovigen doen 3 ernstige dingen en zullen daarvoor een zware straf krijgen.
Hij was geheiligd.
Deze mensen hadden deel aan heilige dingen, (doop, avondmaal, wonderen, gaven van de Geest) maar dat betekende niet dat ze gelovigen, heiligen, waren.
Mij komt de wraak toe.
Nadat u verlicht was.
Herinnering aan het lijden.
Ze kwamen tot geloof. God opende en verlichtte hun verstand. Het volgen van Jezus bracht wel lijden.
Wat weten ze als ze aan hun lijden en verdrukking terugdenken?
Tweeërlei lijden.
Blij in verdrukking.
Beroving van uw eigendommen.
Jullie hebben zelf smaad en verdrukking ervaren. Jullie verloren zelfs bezittingen.
Jullie leden ook als anderen werden verdrukt.
Jullie leden om mij, de schrijver, die gevangen zat.
Ze maakten mee:
Ze verdragen het met blijdschap.
Waardoor?
Ze weten van een blijvend bezit in de hemel.
Werp uw vrijmoedigheid niet weg.
Welke vrijmoedigheid?
Ook daarin moeten we volharden. Zo krijgen we het leven bij Hem.
Beloning.
Dat is géén beloning om onze prestaties, maar beloning uit genade.
Volharding.
Volharding is één van de dingen die we volgens Petrus aan ons geloof moeten toevoegen.
Volharding:
We moeten volharden...
Zo gaan we steeds meer op God lijken. God zelf is de God van de volharding.
Heel korte tijd????
Nu is er bijna 2000 jaar om.
Hij zal komen.
Wat komt Hij doen?
Jezus, de Bruidegom, haalt Zijn bruid op voor de bruiloft.
Ná de bruiloft van het Lam wordt de wederkomst van Jezus beschreven.
Zich onttrekken.
Hebreeen 10:26.
Uit geloof leven.
In Hebreeen 11 lezen we over mensen die uit het geloof leefden.
Wij zijn géén mensen die zich onttrekken.
Wij, gelovigen, zijn mensen die volharden. We blijven uit het geloof leven en Jezus volgen.