Hoofdstuk 2


Vers 1

De gezonde leer.

Het doel van het hoofdstuk is dat Jezus een eigen volk zal hebben, ijverig in goede werken.

De gelovigen moeten dan ook door Titus in de gezonde leer, de ware leer van Jezus, worden onderwezen. Ze moeten de karaktereigenschappen van Jezus laten zien in het dagelijkse leven. De buitenwereld moet Jezus in hen herkennen.

Elke groep moet apart onderwezen worden. Iedere groep heeft eigen problemen.


Gods beeld laten zien.

Gods doel met de schepping van de mens was, om een schepsel te hebben, waarin Hij zich herkende.

Door de zonde lijken we niet meer op God. Maar als we wedergeboren zijn, gaat God weer werken aan de vernieuwing van Zijn gelijkenis in ons.



Vers 2

Beheerst.

In SV en Telos staat: nuchter i.p.v. beheerst.

Dan kan het te maken hebben met matig zijn met alcohol of nuchter reageren.

In elk geval: we moeten het beeld van Jezus vertonen.


Nuchter / beheerst.

Nuchter staat tegenover beneveld.

Wie niet nuchter is,

Daarom moet een christen geestelijk nuchter zijn. Er moet geestelijk onderscheidings-vermogen zijn.

Gezond in geloof.

  1. Gods woord heeft een heilzame werking in onze gedachten. Hebreeen 4:12.
  2. Er is goede geestelijke groei en we gaan steeds meer op Jezus lijken. Romeinen 8:29.
  3. Gezond geloof leidt tot echte liefde, agapé.
  4. Gezond geloof kan volharden.

Volharding.

In de verdrukking en vervolging, maar ook in de waarheid, moeten ze volharden.



Vers 3

In hun gedrag.

Waarschijnlijk gaf Titus niet "gebod op gebod".

Het gedrag moest het beeld van Jezus laten zien. Gedrag gaat vooral over wie we zijn en niet over hoe we eruit zien. Het gaat waarschijnlijk niet over kleur of versiering van kleding.

Het gaat over taalgebruik, over hoogachten van de naaste. Ook in dronkenschap vertoont men het beeld van Jezus NIET. Vervulling met de Geest is beter dan vervulling met wijn.

Kwaadsprekerij.

Het Griekse woord is "diabolos". Dat is een naam voor de duivel.

Het is ook zonde tegen het 9e gebod.


Leraressen van het goede.

Kalè didaskalia = Goede leer volgens 1 Timotheus 4:6.

Hier in Titus 2:3 staat: kalodidaskalous = brengers van de goede leer.

Dus:



Vers 4

Jonge vrouwen.

Titus, als man, hoeft NIET de jonge vrouwen te onderwijzen. Die taak nemen de oude vrouwen op zich.



Vers 5

Bezonnen.

SV heeft: matig zijn.

Geen overdaad.

Niet " te".


Onderdanig.

Het Griekse woord is een militair woord:

Samenwerken om iets te bereiken, een stuk bescherming, elkaar helpen. Dat maakt niet zwak, maar juist sterk.

Een man die liefheeft, wil zijn leven wel geven voor zijn vrouw. Zo dienen we elkaar.


Bron.

Jezus zelf was ook nederig en onderworpen aan Zijn Vader.

Zijn beeld moet zichtbaar zijn in ons leven.


Kuis .

De gemeente heeft slechts 1 geliefde. Dat is Jezus, de Bruidegom.

Ook in ons aardse huwelijk moeten we dat laten zien: één geliefde.



Vers 6

Bezonnen.

SV heeft: matig zijn.

Dus "los gaan" en "uit je dak gaan" past een christen NIET.

Ook niet met de jaarwisseling.



Vers 7

Titus als voorbeeld.

Titus moet op Kreta een voorbeeld zijn. Men moet Jezus in hem zien en hem daarin navolgen.

Goed voorbeeld doet goed volgen.



Vers 8

Boven elke kritiek verheven.

Dan moet je Gods woord naspreken en naar Gods woord leven. Alles wat je zegt moet je uit Gods woord onderbouwen.

Niet redeneren, maar uit de Schrift aantonen.



Vers 9

Onderdanig.

Hetzelfde woord als in vers 5.


Het Christendom verandert geen sociale misstanden. Het verandert harten en levens.



Vers 10

Het doel.

De leer van God, onze Zaligmaker, met goede werken versieren.

Zo wordt God geëerd.



Vers 11

Want..

Alle voorafgaande vermaningen kunnen alleen worden waargemaakt door de genade van God.

Díe genade verscheen toen Jezus op aarde kwam.



Vers 12

Genade van God onderwijst.

Het onderwijs van de genade is een voortdurend proces.

Gelovigen worden onderwezen in een nieuwe levenswandel.

Goddeloosheid verzaken.

Het is geen opdracht om dat te doen, maar het is een vanzelfsprekendheid.

We willen zo leven:

Job en Simeon zijn voorbeelden van zo'n leven.

Lukas 2:25.

Job 1:8.



Vers 13

Zalige hoop en verschijning.

Onze hoop is een persoon, Jezus.

Vóór het woord "verschijning" staat in het Grieks géén lidwoord. Het betekent dan dat "verschijning" betrekking heeft op "hoop".

"Verschijning" van Jezus hoort bij de opname van de gelovigen. Hij verschijnt in de lucht, maar komt nog niet op de Olijfberg.

We zien uit naar de bruiloftsdag, de dag dat we onze geliefde Bruidegom zullen ontmoeten. Vandaar "zalige" hoop.


De verschillen tussen opname en wederkomst staan in de aantekening bij

Onze verwachting.

We verwachten ook de wederkomst van Jezus in heerlijkheid, maar daar zullen de heiligen, Zijn vrouw, bij aanwezig zijn.

Hij gaat dan Zijn rijk van vrede en gerechtigheid stichten.

Onze hoop gaat uit naar de zalige erfenis, die voor ons wordt bewaard.

Gevolg voor ons dagelijkse leven.

Wie deze zalige hoop kent en Jezus elke dag verwacht, die reinigt zich, zoals Hij rein is.

Jouw leven heeft zo meer toewijding en verlangen om anderen tot Jezus te leiden.



Vers 14

Jezus gaf zichzelf.

  1. Opdat Hij ons van zonden zou verlossen.
  2. Opdat Hij een eigen gemeente zou hebben, die ijverig is in goede werken. Die dus Zijn beeld vertoont.

Vrijgekocht.

Vrijgekocht van de vloek van de wet.

Vrijgekocht van de zinloze levenswandel.

Vrijgekocht van alle wetteloosheid.

IJverig in goede werken.

Dit hoort bij de praktijk van de heiligmaking.

Woord en daad.

Een geloof zonder werken is een dood geloof.

Goede werken zijn niet om bij God iets te verdienen . Goede werken zijn vruchten van Gods werk in ons.

We zijn met Christus opgestaan in een nieuw leven.



Vers 15

Laat niemand u verachten.

Paulus zegt dit tegen Titus. Hij moet zo correct leven, dat de gelovigen geen enkele reden hebben om hem te verachten.

Dan zullen ze hem juist eer geven.

Timotheüs kreeg dezelfde opdracht.



<