Opziener.
Er waren vaak meerdere ouderlingen.
Dat ambt mag je begeren, maar niet om te heersen, maar om te dienen.
Gekozen?
Er staat NIET dat de ouderlingen door de gemeente worden gekozen.
Dat lezen we wel van diakenen in
Begeren.
Om God en de gemeente te dienen. Niet om te heersen in de gemeente.
Opzieners moeten voorbeelden in de gemeente zijn.
Er worden veel eisen gesteld.
Paulus noemt in de verzen 2 t/m 7 wel veertien eisen waaraan een ouderling moet voldoen.
Verschil tussen ambten en gaven.
Eén vrouw.
Hij hoeft niet getrouwd te zijn, maar er mag geen polygamie zijn.
De opziener moet wél een mán zijn.
Deze tekst staat ook geen ambt toe aan een homo die een seksuele relatie heeft.
Aantal eisen.
Er worden 7 positieve eisen gesteld, waaraan een ouderling moet voldoen.
Ze hebben vooral te maken met godsvrucht.
Deze lijst is niet volledig. In Titus 1:6-8 vind je ook zo'n lijst, maar toch weer andere eisen.
Nog meer lezen we in
Onberispelijk.
Dat betekent NIET zondeloos.
Maar die persoon erkent zijn fouten wel, belijdt ze ook. Die fout is niet iets wat structureel is in zijn leven. Hij kan wel eens in zonde vallen, maar wil zeker niet in de zonde leven.
Leiding geven.
Een ouderling moet eerst bewijzen dat hij leiding kan geven in eigen gezin, voordat hij die taak in de gemeente krijgt.
Zijn gezin behoort een afspiegeling te zijn van de gemeente van Christus.
Eli is een voorbeeld waar het echt fout liep.
Gemeente van God.
De gemeente bestaat voor 100% uit gelovigen. De gemeente van gelovigen uit Joden en heidenen was in het OT een verborgenheid.
Jezus zegt dat Hij op de belijdenis van Petrus Zijn gemeente zal bouwen.
Dan bestaat de gemeente dus uit NT- gelovigen.
Gemeente en Israël.
De gemeente is de bruid van Jezus.
Israël is de vrouw van God.
Geen pasbekeerde.
Een pasbekeerde moet nog geen ouderling worden. Hij is nog niet volwassen in het geloof. Hoogmoed ligt op de loer. Satan maakt daar graag misbruik van.
Hoogmoed was ook de zonde van satan zelf, toen hij opstond tegen God.
Goed getuigenis van buitenstaanders.
Niet in opspraak.
Als een ouderling in opspraak komt, dan is het gedaan met zijn goede naam. Dat is tot schade voor de gemeente en tot smaad voor God.
Satan is er altijd op uit om leiders te beschadigen.
Diakenen.
In Handelingen 6:1-6 worden diakenen gekozen door de gemeente.
Ze zorgen voor het materiële welzijn in de gemeente.
Dit materiële werk moet wel op een geestelijke manier gedaan worden. De eerste diakenen zocht men onder mannen die "vol van de Heilige Geest " waren.
Hun taak is o.a.
Eerst beproefd.
Dus er moet eerst een proeftijd zijn. Hij moet als persoon beoordeeld worden, hoe hij staat in deze wereld en hoe hij leeft onder gelovigen. Niet een pasbekeerde aanstellen.
Vrouwen.
Romeinen16:1.
Filippenzen 4:2.
Geen kwaadspreeksters.
Deze vrouwen horen veel in de gemeente. Dat moeten ze niet doorvertellen. Geheimhoudingsplicht.
Diakenen.
Het zijn mánnen!
Vrouwen hebben zeker dezelfde of zelfs meer talenten, maar God roept mannen tot het ambt.
Monogamie.
Monogamie hoort bij de scheppingsorde.
Dat moet in de gemeente zichtbaar zijn.
Iemand die voor zijn bekering méér vrouwen had, is ongeschikt voor dit ambt.
Jezus heeft ook maar 1 bruid en dat moet ook zichtbaar zijn in het huwelijk van een gelovige.
Ons gedrag in de gemeente.
In de hoofdstukken 2 en 3 gaat over ons gedrag.
Het zijn algemene richtlijnen. Ze laten nog veel vrijheid voor variatie, maar er zijn duidelijke grenzen.
Gemeente is Gods huis.
God is de "Huiseigenaar".
Hij geeft huisregels.
De gemeente moet leven volgens de huisregels die God geeft.
God maakte ook regels voor tabernakel en tempel. Ook daar woonde Hij.
Belangrijk was: heiligheid.
Fundament en zuil.
De gemeente is de behoedster van de waarheid. Daar hébben ze de waarheid in de Bijbel.
Ze díenen de Waarheid, Jezus. Hij is het Hoeksteen van de gemeente.
Gemeente moet zelf in het licht van die waarheid léven. Zo is de gemeente een licht.
Wandelen in de waarheid heeft alles te maken met godsvrucht.
Gods huis, de gemeente, is dus een geestelijke werkelijkheid. De Geest woont daar. De gelovigen moeten de vrucht van de Geest laten zien.
Godvruchtig leven.
Godvrezend zijn en geloofsvruchten laten zien. Zo'n leven is tot eer van God.
Jezus is Het Voorbeeld van godsvrucht.
Wat is vrees van de HEERE?
Jezus werd vlees.
Dat is een verborgenheid. Dat God zich aan mensen openbaart, is bekend. Bv bij Sinaï.
Maar... dat God mens wordt, en zo onder de mensen leeft, dat is een verborgenheid, een geheimenis.
Jezus was Gód vóór Zijn geboorte uit Maria.
Jezus werd méns toen Hij uit Maria werd geboren.
Ná Zijn opstanding is Hij Gód en méns. Er zit nú dus een Méns naast God. Deze Mens kreeg een naam boven elke andere naam.
God in het vlees.
Dit is een belangrijk bewijs dat Jezus God is.
Gerechtvaardigd in de Geest.
De Heilige Geest was het helemaal eens met alles wat Jezus op aarde deed en verklaarde alles voor rechtvaardig.
Verschenen aan engelen.
De engelen waren bij:
Gepredikt onder heidenen.
De gemeente van Christus (gelovige Joden en gelovige heidenen) was onder het OT onbekend. Dat was een verborgenheid.
Pas vlak vóór Zijn hemelvaart gaf Jezus opdracht om het evangelie over de héle wereld te verkondigen.
Vanaf Handelingen 8 gaat het evangelie echt naar de heidenen.
Geloofd in de wereld.
Geloof volgt op prediking.
Door prediking en geloof wordt Israëls God ook God van de heidenen.
Dat was ook een verborgenheid.
Opgenomen in heerlijkheid.