De Geest zegt uitdrukkelijk.
Dus de Heilige Geest is een Persoon. Hij spreekt.
De Geest zegt nadrukkelijk: sommigen vallen af van het geloof.
Sommigen vallen af.
In Paulus ' tijd waren het er sommigen. Naarmate de tijd voortgaat wordt het aantal afvalligen steeds groter.
In onze tijd is er grote afval.
Leringen van demonen.
In onze 21e eeuw zien we ook een sterke toename van het occulte. Denk aan:
Misleidende geesten.
Afval van geloof kan niet!
Afval: ze hebben de waarheid gekend, maar ze hebben die weer verlaten.
Ze kunnen hun geweten dichtschroeien. Ze geloven in de leugens.
Afval van geloof bestaat niet.
Die afvalligen zijn géén echte gelovigen, maar kerkmensen. Het zijn schijngelovigen.
Profetie.
Door openbaring door de Heilige Geest kan Paulus deze profetie doen.
Griekse leugen.
Daar is de Bijbel het beslist niet mee eens.
Die leugen vind je terug bij het celibaat = ongehuwde staat van RK-geestelijken.
Seksualiteit hoort bij het lichamelijke en dat hoort, volgens deze verleiders, bij het minderwaardige. Daarom verbieden ze om te trouwen.
Ze menen door hun "leer" tot meer heiligheid te komen.
Geschapene is goed.
Dus het aardse is niet minderwaardig aan het geestelijke.
We mogen van het aardse genieten en er God, de Schepper, voor danken.
Niets is verwerpelijk.
De verleiders vinden bepaalde dingen verwerpelijk. Zelfs dingen die God instelde en toestond.
Paulus keert zich daar fel tegen.
Het wordt geheiligd.
Het brood waarvoor we danken wordt "heilig" brood. Dit hoort bij ons heilige leven.
Deze dingen voorhouden.
Timotheüs moet de gelovigen leren hoe ze zich in de gemeente, het huis van God, moeten gedragen.
Aan de broeders.
Timotheüs is waarschijnlijk in Efeze.
Hij was een apostolisch medewerker. Hij heeft wel een bijzondere positie.
Woorden van het geloof.
= geloofswaarheid.
Goede leer navolgen.
Gepokt en gemazeld in de christelijke leer.
Verzinsels.
Oefenen in godsvrucht.
Dat moeten álle gemeenteleden doen. Steeds jezelf afvragen, wat de wil van God is en dat in praktijk brengen. Dit is speciaal belangrijk voor de ouderlingen en diakenen.
Dit geldt dus zeker voor Timotheüs. Zo zal hij niet in opspraak komen.
Oefenen:
Train je in de godsvrucht. We moeten een christelijke levenshouding aanleren. Die godvruchtige levenswandel komt niet vanzelf. Zo moeten we ook de kinderen opvoeden in de vrees van de HEERE.
We struikelen vaak, maar we staan weer op en gaan opnieuw de strijd aan.
Oefening vh lichaam.
Dat draagt niet bij tot godzaligheid, godsvrucht. Het heeft geen waarde voor het toekomstige leven.
Nut van de godsvrucht.
Tot weinig nut.
Maar het heeft wel een beetje nut, maar alleen voor het lichaam. Het is slechts tijdelijk.
De oefening in godsvrucht heeft ALLE nut. In het tegenwoordige leven zullen we dan gemeenschap met God ondervinden en dat blijft ook in het toekomende leven.
God geeft zegen op een godvruchtig leven. Je zult de kennis van God vinden!!!!
Daarvoor inspannen.
Waarvoor spant Paulus zich in?
Beeld van een wedstrijd. Span je in.
Behouder van alle mensen.
1 Timotheus 2:4.
Jeugdig.
Als Timotheüs 20 jaar was toen hij met Paulus op zendingsreis ging, dan was hij nu ongeveer 33 jaar.
Voorbeeld.
We moeten een godvruchtig voorbeeld zijn in de wereld en ook in de gemeente.
Alles wat je aan de mensen verkondigt, moet je zelf voorleven. De gemeente ziet dan hoe het moet.
Voorlezen.
Lezen en uitleg van de Schrift.
Vermanen.
Toepassen van het gelezene op het dagelijks leven.
Het is onze roeping om in het dagelijks leven goede werken te laten zien.
Die roeping moeten we waar maken.
Genadegave = charisma.
Het is een portie genade.
Gave van onthouding is ook een genadegave.
Timotheüs had een gave van de Heilige Geest ontvangen.
De oudsten legden Timotheüs de handen op. Ze droegen symbolisch ( bv volmacht of genezing) iets over. Ze spraken ook profetische woorden over Timotheüs.
Die gave moet hij goed gebruiken en de mede-ouderlingen, die hem de handen hadden opgelegd, niet beschamen.
De genadegave niet veronachtzamen.
Dus men kan een genadegave verwaarlozen. Dat kan door:
We kunnen de genadegave ook aanwakkeren.
Leef erin.
Timotheüs moet zijn geloof in het dagelijkse leven tonen. Goed voorbeeld doet goed volgen.
Geef acht op uzelf.
Paulus spoort aan
Ook wij moeten deze aansporing ter harte nemen.
Leef erin.
Een godvrezende levenswandel is tot groot nut voor
Behouden.
Help ze om behouden te worden. Behouden zijn is toekomstig.