Hoofdstuk 3


Vers 1

Vanuit Athene.

Vanuit Thessalonika vluchtte Paulus naar Berea. Vandaar vertrok hij naar Athene.

Daar heeft hij groot verlangen naar de Thessalonicenzen.

Verlangen.

Paulus wilde de gemeente weer ontmoeten.

Satan verhinderde dat twee keer.

Nu stuurt Paulus Timotheüs naar de gemeente om te horen hoe het gaat.

Ná de terugkeer van Timotheüs schrijft Paulus deze brief.



Vers 2

We.

Paulus is in Athene met Silas en Timotheüs en mogelijk nog met anderen.

Er is overleg.

Ze besluiten dat Timotheüs zal teruggaan naar Thessalonika.

De gemeente ervaart verdrukking. Versterking van het geloof is dan belangrijk.


Bemoedigen.

Als er lang verdrukking is, kan men de moed laten zakken. Die moedeloosheid moet Timotheüs voorkomen.



Vers 3

We zijn ertoe bestemd.

Verdrukking hoort bij het volgen van Jezus. Wie deel heeft aan Zijn lijden, heeft ook deel aan Zijn verheerlijking. Daarover mag je je verblijden.



Vers 5

De verzoeker.

Satan probeert de vervolgden zover te krijgen, dat ze in hun nood Jezus vaarwel zeggen.

Als die aanval van Satan succesvol zou zijn, dan was het werk van Paulus tevergeefs geweest.



Vers 6

Tijdstip van schrijven.

Als Timotheüs vanuit Thessalonika is teruggekeerd in Athene, dan wordt deze brief geschreven.


4 goede dingen.

Timotheüs vertelt over vier goede dingen.

  1. Geloof. Dat blijkt echt te zijn.
  2. Liefde. Die groeide tijdens de verdrukking.
  3. Goede herinneringen aan de predikers.
  4. Groot verlangen naar de predikers.



Vers 7

Niet alles verandert.

Verdrukking en nood blijven, maar er is wel licht in de duisternis.

Het goede bericht bemoedigt en geeft verlichting.



Vers 8

Nu leven wij...

Nu leven wij op.

Nu Paulus hoort dat de gemeente vast staat in het geloof, leeft hij weer helemaal op.

Hij was bedrukt en in nood daarover volgens vers 7.


Staande gebleven.

Het zaad van Gods woord, dat Paulus in Thessalonika had gestrooid, draagt vrucht. Dit is bewijs dat het écht geloof is.

Dit troost Paulus.


Paulus gebruikt een militaire uitdrukking. Blijf standvastig in de strijd.



Vers 9

Dankbaarheid.

Dankbaarheid hoort bij het leven, zoals rouw bij dood.

Paulus leeft op en is intens dankbaar.

Zijn dankbaarheid richt zich echter niet op de standvastigheid van de gelovigen, maar op God die nooit het werk van Zijn handen loslaat.

Dank God in alles.



Vers 10

Veel gebed.

Paulus bidt veel om de Thessalonicenzen opnieuw te mogen ontmoeten.

Satan heeft het al 2x verhinderd.

Om te volmaken.

Paulus was in Thessalonika slechts 3 sabbatten, dus krap 4 weken.

Hij wil nog veel aanvullend onderwijs geven.



Vers 11

Goddelijke eenheid.

Het werkwoord "moge" staat in enkelvoud, alsof het om één Goddelijk persoon gaat. De Vader en Jezus worden hier als eenheid gezien. Een mooi bewijs dat Jezus als God wordt gezien.

Ook in:



Vers 12

Liefde.

De gemeente wordt tot liefde gemaand, juist in een tijd dat de liefde van velen zal verkillen.

Deze deugd en andere deugden moeten we bij ons geloof voegen. Het laat zien dat ons geloof echt is.

Zo zullen we groeien in de kennis van Jezus.

Zo zijn we geestelijke christenen.


Einde van dit hoofdstuk.

Drie opvallende zaken.

  1. Liefde.
  2. Heiliging.
  3. Komst van Jezus.

Paulus werkt ze uit in hoofdstuk 4.

Vers 1-8 : heiligheid.

Vers 9-10 : liefde.

Vers 11-18 : komst van Jezus.



Vers 13

Heiliging.

Dat is afzondering van het zondige, met het doel om aan God toegewijd te zijn.

Dat komt voort uit de liefde tot God.

De komst van de Heere.

Paulus verwachtte Jezus' komst snel.

De verwachting van de komst van Jezus, moet ons dagelijks leven beïnvloeden.

Een bruid die haar bruidegom verwacht houdt haar bruidsjurk schoon. Zo willen ook wij rein en heilig zijn als Jezus komt.

Jezus komt om Zijn gelovigen op te halen en naar het Vaderhuis te brengen.

Dat moment is dus de zalige opstanding, de eerste opstanding. Dan begint de volmaaktheid voor de gelovigen.


Jezus komt met Zijn heiligen.

Als Jezus wederkomt op de Olijfberg en al de heiligen komen dan met Hem, dan moeten die heiligen wel eerst opgenomen zijn in de hemel, in het vaderhuis.

Ook in Openbaring 19 lezen we eerst over de bruiloft van het Lam. Dan moet de bruid daar in het vaderhuis zijn.

Na de bruiloft komt Jezus naar de aarde. Hij zal koning worden in Jeruzalem. Zijn bruid / vrouw komt mee.



<