Als er...dan...
Paulus noemt wel 5 belangrijke dingen in een leven van een christen.
Als jullie dus zoveel van Christus leerden, groei daar dan ook steeds in.
Wees eensgezind.
Maak mijn blijdschap volkomen.
De blijdschap van Paulus is dus nog niet volkomen. Hij ziet nog wel dingen in de gemeente die beter kunnen.
Opnieuw 5 zaken.
In vers 1 stipte Paulus 5 zaken aan: als die er zijn, dan..
In vers 2 vraagt hij of de gemeente hem dan blij wil maken.
Opnieuw noemt hij 5 zaken (vers 2-3) die te maken hebben met vers 1.
Als de dingen uit vers 1 er zijn, laat dan ook de dingen uit vers 2 en 3 er zijn.
Géén eigenbelang.
Basis voor gelukkig huwelijk.
Denk in "wij" en niet in "ik".
Dit is ook de basis voor een gelukkige gemeente.
Er is géén eenheid door hoogmoed, maar Paulus adviseert nederigheid.
Leef volgens:
Neem Jezus als voorbeeld.
Als de liefde er maar is!
Gezindheid van Christus.
Gezindheid = de levenshouding, de neiging, de stemming.
We moeten doen wat we Jezus zien doen. Hij was vol liefde, zachtmoedig en nederig.
Zoals Jezus oog had voor de naaste, zo moeten ook wij oog voor de naaste hebben.
Bij beslissingen moeten we steeds bedenken: wat zou Jezus doen?
Jezus zei: "Volg Mij, hoor Mij."
Het gaat om ons innerlijk. Christus moet een gestalte in ons krijgen.
Daarna moet Christus zichtbaar worden in ons dagelijks leven.
We hebben ons immers met Christus bekleed.
Niet als roof...
Jezus was reeds God.
Hij hoefde niet te doen zoals satan die, als schepsel, aan God gelijk wilde worden.
Ontledigen.
Voordat Jezus op aarde geboren werd, was Jezus Heer over alles.
Toen Hij mens werd, legde Jezus Zijn goddelijke eigenschappen af en Hij werd slaaf.
Hij was niet meer overaltegenwoordig, niet meer alwetend. Hij weet als mens niet van die dag van de wederkomst.
Hij is als mens niet meer almachtig. (Hij moest bidden, dan zou Vader 12 legioenen sturen).
Alles wat Hem meer maakte dan een mens, legde Hij af. Hij werd in alles aan ons gelijk. Dezelfde pijn, dezelfde gevoelens en toch zónder zonde.
Hij deed wonderen, God gaf daarvoor de kracht, zoals God die kracht ook gaf aan de discipelen. De Zoon kan niets uit Zichzelf doen, tenzij Hij de Vader dat ziet doen.
Hij legde alle eer en heerlijkheid af en werd slaaf.
Hij legde al Zijn majesteit af.
Hij nam korte tijd een plaats in die lager was dan die van engelen.
Vertoon Zijn beeld.
Jezus vertoonde het beeld van een slaaf. Hij handelde niet naar Zijn eigen wil.
Ga jij ook voor een ander door de knieën? Wassen we elkaars voeten? Wil je de minste zijn?
Wat we voor elkaar doen, doen we voor Hem.
Jezus vernederde Zich.
Gehoorzaam geworden.
Jezus kwam om de wil van Zijn Vader te doen.
In alles was Hij gehoorzaam.
Op twaalfjarige leeftijd zei hij al tegen Maria: "Wist u niet dat ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader."
Als Hij aan het kruis zegt: "Het is volbracht" , dan is de wil van de Vader volbracht.
Dan is ook Zijn aardse opdracht volbracht.
Het Lam van God is geslacht, Zijn bloed vloeide. Maar... dat bloed moet nog op het verzoendeksel in de hemel. Na Zijn opstanding gaat Jezus in de hemel verzoening doen met Zijn eigen bloed. Dan is Zijn verzoeningswerk af.
Verhoogd.
Jezus vernederde Zich wel, maar Hij verhoogde Zich niet. Dat verhogen deed Zijn Vader. Nooit zocht Jezus Zijn eigen eer.
Alles wordt aan Jezus onderworpen. Als God had Hij deze positie reeds, maar nu krijgt Hij die ook als mens.
Naam.
Letterlijk: dé naam.
Hij wordt: Koning van de koningen. Die naam wordt genoemd in
Buigen.
"Onder de aarde" dwz
1. de ongelovigen in het dodenrijk. (sheool/ hades)
2. demonen in dodenrijk.
In het vrederijk buigt ieder.
Vertegenwoordigers van de volken trekken op naar Jeruzalem om Koning Jezus te aanbidden.
Men doet dan op aarde Zijn wil, overal. Precies zoals nu in de hemel gebeurt.
Daar bidden we om in het "Onze Vader".
Belijden.
Het Grieks wijst op vrijwilligheid.
Tot heerlijkheid van God.
We bidden in het "onze Vader" of Zijn koninkrijk spoedig mag komen.
Dan doet ieder op aarde Gods wil voor 100%, zoals die nú in de hemel gebeurt. Jezus regeert. Zijn wet gaat in het vrederijk vanuit Jeruzalem over de hele aarde.
We sluiten het gebed af met
Gods doel bereikt.
Gods doel was dat Adam en Eva over de schepping zouden heersen.
Door de zondeval is dat doel niet bereikt. Satan wordt de bezitter van de koninkrijken op aarde.
Jezus, de Laatste Adam,
zal over de hele aarde heersen. Hij doet dat samen met Zijn vrouw, de gemeente.
Zo bereikt God Zijn doel.
Gehoorzaam.
Door aan God gehoorzaam te zijn, laten we onze liefde voor Hem zien.
Werk aan uw zaligheid.
Paulus schrijft aan heiligen, gelovigen.
Deze gelovigen zijn al zeker van hun zaligheid. Ze moeten dagelijks laten zien, dat ze behouden zijn en zo een licht in de wereld zijn.
We moeten zó nauwgezet aan onze zaligheid werken, dat we bang zijn dat we er niet genoeg aan doen. Het moet ernst zijn.
We moeten NIET als onvolwassen christenen zeggen:" Het goede dat ik wil, dat doe ik niet".
God zorgt ervoor dat we willen groeien en Hij geeft ook de kracht om onze behoudenis uit te werken.
Willen.
Geloven is geen werk van mij, maar vertrouwen op het verzoeningswerk van Jezus.
Wie in Mij gelooft, zal leven.
We stellen ons vertrouwen op Jezus' werk. Dat is geloven. We maken een begin met zoeken, bidden, aanroepen, kloppen. We maken als we geloven een begin om Christus in ons leven toe te laten. God zorgt dat de wil van de mens gaat willen. God wil ook door ons gaan werken. Wat zichtbaar wordt in ons leven is vrucht van de Geest.
Zijn welbehagen.
Niemand kan zich beroemen op eigen verdienste. Geloof is geen "werk" van ons, maar een rusten op het werk van Jezus. Het geloof is een "daad" van ons; ik geloof!
De Geest maakt ons levend. De Geest zorgt voor de vrucht.
God alléén de eer.
Zonder mopperen.
Alles wat God vraagt, vraagt veel van een gelovige. Het vraagt offers. Gemakkelijk kan weerstand en gemopper optreden. Daarvoor waarschuwt Paulus.
Omdat, zodat, opdat.
Remonstranten zeggen: God heeft ons uitverkoren, omdat Hij wist dat wij heilig voor Hem zouden zijn (=oorzaak van de verkiezing).
Contra-remonstranten zeggen: God heeft ons uitverkoren, zodat wij heilig voor Hem zouden zijn (=gevolg van de verkiezing).
In de Bijbel staat: opdat (=doel van de verkiezing)
God plaatst ons door verkiezing in een bevoorrechte positie, opdat we God zullen leren kennen en liefhebben en onze roeping in deze wereld zullen vervullen.
Paulus legt de lat hoog.
Lichten.
Gelovigen weerkaatsen Het Licht. God is liefde en licht en zo moeten wij ook zijn.
Als je de maan ziet schijnen, weet je dat de zon er is.
Zo moet het ook bij ons zijn. Als men naar ons kijkt, moeten ze Jezus in ons herkennen.
Hoe kun je schijnen als een licht?
Door vast te houden aan het woord van het leven, volgens vers 16.
Door op Jezus te lijken.
Vasthouden aan het Woord van het leven.
Dag van Christus.
"Dag" is hier niet een etmaal, maar een periode.
Het is de periode van het Messiaanse rijk, de "wereldsabbat".
Verademing: als de Koning komt, moet de bezetter (=satan) wijken.
Wat gebeurt er in die dag?
Plengoffer.
Paulus noemt zich plengoffer of drankoffer. Dat wordt uitgegoten over het offer van hun geloof. Misschien moet Paulus wel als martelaar sterven, omdat hij hen tot geloof bracht. Daarover zou hij zich verblijden.
Ook de gemeente van Filippi moet daarover dan niet verdrietig zijn, maar zich, met Paulus, verblijden.
Ik heb niemand...
Maar Epafroditus dan?
Hij kwam uit Filippi en had alles voor de gemeente over.
Paulus is heel positief over hem.
Timotheüs.
Timotheüs heeft oprechte toewijding aan Jezus. Hij zoekt géén eigenbelang.
Hij is trouw en eerlijk.
Ze zoeken hun eigenbelang.
Wie zijn dat precies?
Epafroditus in elk geval niet.
Waarschijnlijk heeft Paulus het over "andere Joden", Joden die Paulus tegenwerken. Paulus en Timotheüs waren Joden en Epafroditus niet.
Medewerkers van Paulus zijn het niet, want hij brengt hun groeten aan de gemeente over.
U kent zijn beproefdheid.
De gemeente kent Timotheüs uit een vorige ontmoeting.
Ze weten uit ervaring hoe hij is. Hij is een beproefde dienstknecht van God.
Ik vertrouw in de Heere .
Er is hoop op vrijlating.
Epafroditus.
Hij kwam uit Filippi. Hij bracht de gift van de gemeente van Filippi naar Paulus en gaat met deze brief terug. Timotheüs zal hem spoedig volgen.
Niet droefheid op droefheid.
Paulus had veel verdriet, maar kende ook blijdschap.
Paulus had de gave van de gezondmaking, maar die gave is niet altijd actief en beschikbaar. We lezen niet dat Paulus Epafroditus beter maakte. Ook Trofimus werd niet door Paulus genezen.
Maar...de gave van de gezondmaking bestaat nog steeds.
Dereck Prince geeft daarvan veel voorbeelden.
Ook Jan-Sjoerd Pasterkamp in zijn boek: je moet je buik omdraaien.
Zijn leven gewaagd.
Epafroditus heeft de gift van Filippi overgebracht naar Paulus, maar deed dat met gevaar van eigen leven. Hij werd erg ziek.