Hoofdstuk 3


Vers 1

Verblijd u in de Heere.

In de Heere.

Jezus is álles voor ons. Wees daarom blij!

Waar onze Schat is, daar is ook ons hart.


Onze vreugde.

Laat de HEERE uw vreugde blijven.

God wil blijde christenen.

Johannes schrijft zijn eerste brief met hetzelfde doel: opdat uw blijdschap volkomen zal worden.

Dezelfde dingen... Paulus herhaalt dus.

Waar staat die herhaling? Dat staat in vers 2.

Het gaat over een waarschuwing. En het betreft:

Waar staat die eerdere waarschuwing?



Vers 2

Let op.

Het staat er 3x.

"Let op" zeg je als de problemen eraan komen.


Honden.

Dat zijn valse leraars. Waarschijnlijk Joden die leren dat lichamelijke besnijdenis nodig is voor ons behoud.

In de brief aan de Galaten lezen we over hetzelfde gevaar.

Deze mensen vinden besnijdenis nodig naast het verzoeningswerk van Jezus.


Versnijdenis.

= besnijdenis.



Vers 3

Wij zijn de besnijdenis.

"Wij" = gelovigen.

Ons hart is besneden.

Dat is wat God wil.

In de Thora staat al dat de uitwendige besnijdenis niet redt.

Op vlees vertrouwen.

Wij vertrouwen niet meer op het "vlees", de lichamelijke besnijdenis of dode werken of afkomst. Het "op vlees vertrouwen" wordt beschreven in de verzen 5 en 6.


God in de Geest dienen.

Een geestelijke christen:



Vers 4

Op het vlees vertrouwen.

Paulus heeft argumenten genoeg om op het vlees te vertrouwen.



Vers 5

Besneden.

Paulus beroemt zich niet op zijn lichamelijke besnijdenis. Die draagt immers niets bij aan de zaligheid.


Hebreeër uit de Hebreeën.

Waarschijnlijk bedoelt Paulus dat hij onder de Hebreeën een Hebreeuws sprekende Jood was. Er waren immers ook veel Joden die andere talen spraken.



Vers 6

Waaruit ken jij jouw ellende?

Volgens de Heidelbergse catechismus: uit de wet van God.

Dat is ten dele waar.

Paulus was een farizeeër. Hij keek vóór zijn bekering vaak in de spiegel van de wet. En wat zag hij: een onberispelijk man.

Hij leerde zijn ellende pas, nadat hij door Jezus was aangesproken toen hij naar Damascus reisde.



Vers 7

Winst.

Winst was voor Paulus alles wat in Filippenzen 3:5-6 staat, alles wat uit het vlees is.

In zijn oude leven hechtte Paulus daar veel waarde aan.


Schade.

Schade is alles wat uit het vlees is, dus alles wat we zelf tot stand hebben gebracht. Dat alles acht Paulus nadelig om Christus. Het gaat hem nú, na zijn bekering, om de Persoon Jezus en niet om uiterlijkheden van dit leven.

De geloofsweg van Paulus begon met het zien van Jezus bij Damaskus.



Vers 8

Opdat.

Paulus hecht geen waarde meer aan "het vlees" , aan eigen werk. Eigen werk is nooit volmaakt. Na "opdat" volgt de reden.

De reden is:

Wie Christus heeft, heeft alles. Die heeft een schat in de hemel. Een schat die nooit vergaat.

Schade.

Alles wat uit het vlees was, zette de jonge Paulus in tégen Jezus en tégen Zijn gemeente.

Paulus meende dat Hij God een dienst bewees door de gemeente te vervolgen, maar hij ontdekte dat hij Jezus vervolgde.

Jezus, mijn Heere.

Hier spreekt het geloof. Het geloof zegt "mijn".


Vuiligheid.

Alle afval.

Uitwerpselen (van dieren.)

Urine.



Vers 9

Rechtvaardigheid.

Paulus heeft geleerd dat de "rechtvaardigheid die uit de wet is" NIET kan redden. Hij ontdekte dat die gerechtigheid uit de wet, eigengerechtigheid, tot zijn schade was. Daarom zoekt hij zijn heil bij Jezus. Jezus is opgestaan om onze rechtvaardigmaking.

Door geloof in Jezus krijgen we daar deel aan. Déze rechtvaardigheid redt ons voor eeuwig. Dat is winst!


Geloof.

Geloof is vertrouwen op het verzoeningswerk van Jezus.

Het is "zien" op Jezus, zoals een Israëliet, die door een gifslang was gebeten, keek naar de koperen slang. Wie keek werd door God genezen.

Het kijken is geloof, dat doen wij.

De genezing is gave van God op het geloof.



Vers 10

Hem kennen.

Kracht van Zijn opstanding.

Christus stond op om onze rechtvaardigmaking.

Als Hij niet was opgestaan, zou er géén redding voor ons zijn. Dan waren ook die OT-gelovigen verloren, die in Christus waren ontslapen.

Bij Zijn opstanding kreeg Christus al de verdiende weldaden. Die deelt Hij nu uit. Paulus verlangt naar die vruchten b.v.

Gemeenschap met lijden.

Wij moeten steeds meer sterven aan onszelf.

We worden zalig gesproken als we lijden om Christus' wil.

Opstanding en lijden.

Onze oude mens is met Christus gekruisigd.

Die dode oude mens wordt begraven als we gedoopt worden. Dat is een definitief afscheid.

Zoals Jezus opstond uit Zijn graf, zo staan wij op uit het watergraf, uit het doopwater en beginnen aan een leven met Christus.

Het oude leggen we af en het nieuwe doen we aan. Wie gedoopt wordt, bekleedt zich met Christus.



Vers 11

Opstanding van de doden.

Deze uitdrukking wordt ook steeds gebruikt als het over de opstanding van Jezus gaat. Jezus stond ook op "tussen de doden uit". Het staat nooit voor de opstanding van de goddelozen.

Het staat 3x van Johannes de Doper en 3x van Lazarus.


Tweeërlei opstanding.

In Openbaring 20:4-6 gaat het over een eerste en een tweede opstanding.


Als er maar 1 opstanding was, dan hoefde Paulus zich er niet zo voor in te spannen. Iedereen staat immers eens op. Paulus spant zich wél in, hij wil bij de eerste opstanding zijn, de opstanding van de gelovigen, de zalige opstanding. Dat is de opstanding ten leven.

Op deze eerste opstanding volgt de bruiloft van het Lam met Zijn gemeente. Vóór die bruiloft haalt Jezus de bruid, de gelovigen, op.

Jezus zegt ook zelf hoe het precies zal gaan. We keren niet met Jezus naar de aarde, maar gaan met Hem naar het Vaderhuis. Daar wordt de bruiloft van het Lam gevierd. Dat zegt Jezus zelf.



Vers 12

Wat is "het" dat Paulus nog niet kreeg?

In vers 10 + 11 noemt Paulus zijn doel.

Hij wil die zalige opstanding, die eerste opstanding meemaken. Liefst terwijl hij nog leeft.

Volmaakt .

Het betekent hier NIET dat Paulus geen geestelijk volwassen christen zou zijn.

Dat was hij zeker!

Paulus heeft het hier wel over de volmaaktheid als we bij Christus mogen zijn. Die volmaaktheid bereiken we niet op aarde.

Bij die volmaaktheid hoort ons nieuwe lichaam en het opstandingsleven en het leven als de vrouw van Jezus.


Volharding is nodig.

Paulus laat uit zijn eigen leven zien dat het geloofsleven een voortdurende strijd is. Dat vraagt volharding.



Vers 13

Ik denk niet...

NBV: Ik denk niet, dat ik het al heb bereikt.


Ook Paulus is nog steeds niet volmaakt. Bij de eerste opstanding ontvangt de gelovige het verheerlijkte lichaam en begint de volmaaktheid.

Bij deze 1e opstanding wil Paulus zijn. Die mensen zijn zalig en heilig.

Ze delen in de heerlijkheid van Jezus.



Vers 14

Doel van Paulus.

Paulus heeft het beeld van een renbaan in gedachten.

Paulus gaat voor "goud", hoewel het niet om de overwinning gaat, maar om de volharding.

Christus is ons doel.

De bruid wil verenigd worden met de Bruidegom.


Ik jaag ernaar.

Dat is als een intensieve training. Ik heb een duidelijk doel voor ogen.

Steeds meer Jezus volgen en steeds meer zijn beeld laten zien.

Volhardend leven in geloof, zoals alle geloofsgetuigen uit

Wat is de prijs?

De volmaaktheid die ná de eerste opstanding er zal zijn. Dan hebben we een verheerlijkt lichaam.

Dan ontvangen we de erfenis die in de hemel wordt bewaard.



Vers 15

Geestelijk volwassen.

  1. Dat is nooit volmaakt in de betekenis van Filippenzen 3:12-13.
  2. Dat heeft genoeg aan Christus, maar nooit genoeg van Christus.
  3. Dat is vast besloten om 1 ding te doen. Filippenzen 3:14.
  4. Dat sluit aan bij goede voorbeelden. Filippenzen 3:17. 1 Corinthiërs 11:1.
  5. Dat zoekt de dingen die boven zijn. Kolossenzen 3:1.
  6. Jezus roept ons op tot geestelijke volwassenheid. Mattheus 5:48.

Deze gezindheid moeten we hebben.

We moeten, net als Paulus, intensief jagen naar het einddoel.

Hoe is dat bij jou?


Als u iets anders gezind bent.

Letterlijk:

We moeten steeds bedenken de dingen die "boven" zijn.

De Filippenzen bedenken misschien wel dat er een periode van rust komt in het geloofsleven. Dan zal God wel duidelijk maken dat geloofsleven een strijd blijft.





Vers 16

Wees eensgezind.

Eensgezind strijden door het geloof.

Eensgezind in de liefde, één van ziel en één van gevoelen.

Eensgezind in spreken, denken en gevoelen. Er moeten geen scheuringen zijn.



Vers 17

Mijn navolgers.

Paulus was een navolger van Christus.

Die zo wandelen.

Ze leven een leven dat gericht is op Jezus.

Ze willen allemaal horen bij die 1e opstanding. Die mensen zijn zalig en heilig.



Vers 18

Vijanden van het kruis.

Paulus heeft 2 groepen op het oog.

  1. De ongelovige Joden. Paulus heeft er veel verdriet van dat volksgenoten ongelovig blijven. Romeinen 9:2.
  2. Ongelovige heidenen. Filippenzen 1:28.

Ze zijn vijanden van het plaatsvervangend lijden van Jezus voor zondaren.

Als we dit volmaakte offer verwerpen, blijft er géén offer meer over dat ons met God kan verzoenen.



Vers 19

Hun schande.



Vers 20

Ons burgerschap...

We kunnen in Canada wonen en toch de Nederlandse nationaliteit hebben. Zo hebben gelovigen de "hemelse nationaliteit", maar we zijn nog op aarde. We reizen naar huis.

De Zaligmaker verwachten.

We verwachten Jezus als Bruidegom. Hij komt bij de eerste opstanding.

Dan haalt Hij Zijn bruid op.

Deze eerste opstanding en opname van de gelovigen gebeurt 7 jaar voordat Jezus wederkomt op de Olijfberg.

Bij de opname gaan alle gelovigen Hem tegemoet in de lucht en gaan met Hem naar het vaderhuis voor de bruiloft van het Lam.

Wij zullen dan altijd bij de Heere zijn. Vertroost elkaar hiermee.


Verwachten.

Verwachten is niet passief, maar je actief voorbereiden.

De werken van de duisternis moeten we afleggen.

Wie Jezus volgt, komt niet in de duisternis.

Wees als een bruid die haar bruidegom verwacht. Zij houdt zichzelf rein en ook haar bruidsjapon.

Reine levenswandel kenmerkt het leven van de gelovigen.

Jezus komt om Zijn bruid op te halen.

Focus je op die toekomst, verwacht Hem, dan blijf je ook ver van de zonde.

Hoe omgaan met zonde?

Steeds moeten we rein zijn, zoals Jezus rein is.(= schoon van zonde) Wees heilig. Dat is Gods standaard.

Zonde maakt vies en brengt scheiding.

Van de zonde moeten we wegvluchten.

Wie in Hem is, zondigt niet.

Onze reine levenswandel is géén grond voor onze zaligheid, maar wel een kenmerk van ons die de zaligheid beërven.



Vers 21

Een vernieuwd lichaam.

We krijgen, als Jezus komt, een nieuw lichaam, een lichaam zoals Jezus heeft Zijn opstanding.

Volkomen zaligheid.

In de HC antwoord 58 staat dat we na dit leven de volkomen zaligheid zullen bezitten.

Dat is nog niet zo als we overlijden. Dan hebben we nog geen verheerlijkt lichaam. Dat is wel zo na de zalige opstanding. Dan is ook ons lichaam nieuw.



<