Hoofdstuk 27


Vers 2

Grote stenen.

Die stenen moesten staan op de berg Ebal. (Vers 4)

Dat is dichtbij de " eik van More" (Mamre) waar God de landbelofte aan Abraham deed.

Genesis 12.

Jozua 8:30-32.



Vers 5

Niet met ijzer bewerken.

Het gaat NIET om een mooi altaar, maar om de offergaven.


Deze plaats is dichtbij de plaats "eik van More = Mamre" waar God de landbelofte deed aan Abraham in Genesis 12.



Vers 12

Gerizim.

Dat is een begroeide berg, ten zuiden van Sichem.


Ebal .

Een steenachtige kale berg ten noorden van Sichem.



Vers 13

Ebal.

Dat is een kale berg, ten noorden van Sichem.

Vanaf deze kale berg werd later de vloek uitgesproken.



Vers 14

De Levieten.

Zij staan waarschijnlijk in het dal tussen Ebal en Gerizim.

De zegeningen, hier NIET genoemd, werden tot de Gerizim gesproken. De 6 stammen, die daar stonden, zeiden: amen.



Vers 20

Seksuele zonden.

Deze zonden komen hier sterk naar voren.

Verzen 20 - 23.



<