Hoofdstuk 26


Vers 5

Mijn vader.



Vers 12

De tienden.



Vers 13

Ik heb geen van Uw geboden overtreden.

Hier is het geen gebed zoals de farizeeër bad in de gelijkenis.

Die farizeeër beroemde zich op wat hij zelf had bedacht.

Hier echter gaat het over het nakomen van Gods gebod.



Vers 15

Gebed.

Op deze dankdag bidt men, bij het geven van de gaven, om een zegen.



<