Hoofdstuk 11


Vers 2

Mozes spreekt tot de volwassenen.

Toen de uittocht was, waren zij nog onder 18 jaar.

Zij hebben de plagen en de tocht door de zee en de wonderen in de woestijn bewust meegemaakt.



Vers 13

Mezoezàh.

De tekst van vers 13 t/m 21 staat op een stukje perkament in de mezoezàh.

Zie Deuteronomium 6:4-9.



Vers 16

Afgoden dienen.

Kanaän is Gods land.

De afgodendienaars, de Kanaänieten, werden uit Gods land verdreven.

Als Israël ook de afgoden gaat dienen, zal hun hetzelfde lot treffen.

En...dat is gebeurd.



Vers 24

Grootte van het land.

Het gaat over de Eufraat in het noorden, dus over de bovenloop.

Vgl. Ezechiel 47:13-23. Zo zal het zijn in het vrederijk.


Gaza-oorlog.

Satan steelt deze tekst.

Tijdens pro-Palestijnse betogingen schreeuwt men: from river to the sea, Palestine will be free.



Vers 29

Zegen en vloek.

Hoe dat ging staat in

Gerizim.

Een begroeide berg.


Ebal.

Een kale, steenachtige berg.


Deze bergen liggen vlak bij Sichem.



Vers 30

Gilgal.

Gilgal = kring van stenen. Het is een " heilige" plaats vd heidenen.

De naam Gilgal komt vaker voor. Bv. Jozua 5:2.



<