Geschilderd.
Paulus had de gekruisigde Christus zo duidelijk gepredikt, dat ze Hem als een schilderij voor zich hadden gezien.
Hoe kunnen ze dat vergeten zijn?
Jezus werd verhoogd als de koperen slang.
Zie op Hem en word behouden.
De waarheid niet gehoorzamen.
Als je weigert om dit evangelie te gehoorzamen, dan doe je Gods genade te niet.
Dan ben je dwaas.
Wie heeft u betoverd?
De satan is de veroorzaker. Via dwaalleraars verleidt hij de gemeente van Galatië.
Geest en geloof.
Geest en geloof horen samen. Dat hoort bij evangelie. Wie gelooft wordt gedoopt in de Geest.
De Geest verzegelt ons.
Geest en wet horen NIET bij elkaar.
Prediking van het geloof.
Dat is de prediking van het evangelie. Dat evangelie moeten we geloven.
Zo dwaas!
Ze zijn met de Heilige Geest de geloofsweg begonnen, hoe kunnen ze dan nu denken, dat het houden vd wet nodig is om die geloofsweg af te maken?
Het werk van de Geest.
2. We worden in de Heilige Geest gedoopt.
Markus 1:8.
Handelingen 1:5.
3. We worden door de Heilige Geest verzegeld.
Ef 1:13.
Gods geboden doen uit liefde.
"De wet" kan zijn:
Niets uit de Thora kan aanvulling zijn op de genade.
De besnijdenis is beschreven in de Thora en kan dus niets bijdragen tot zaligheid.
De 10 geboden dragen niets bij tot zaligheid.
Maar als we de geboden van Jezus houden, tonen we daarmee onze liefde voor Hem.
Vlees.
Als je denkt dat je eerst aan de wet moet voldoen, voordat je het evangelie kunt aannemen. Dat is vlees.
Als we met de Heilige Geest begonnen zijn, dan hoeven we dat werk niet zelf af te maken. Ook de heiliging is werk van God.
Geleden.
Lijden om de naam van Christus hadden ze meegemaakt. Ze waren vrienden kwijt, familie kwijt, uit hun gilden gestoten.
Ze zijn ook vervolgd door de Judaïsten. Toen dat alles gebeurde hielden ze stand.
Zullen ze nu door verleiders aan het wankelen worden gebracht?
Krachten van de Geest.
Paulus weet van de werkingen van de Geest bij de Galaten.
Geeft God die Geest omdat jullie Zijn wet houden, of omdat jullie het evangelie geloven?
De Geest werkt krachten.
"Krachten" zijn immers geestesgaven.
Onder de prediking...
Het geloof is uit het gehoor van Gods woord.
Tegenstanders.
De tegenstanders van Paulus beroepen zich op
Zo proberen ze de noodzaak van de besnijdenis voor gelovigen uit de heidenen aannemelijk te maken.
Abraham als bewijs.
Abraham had al gerechtigheid ontvangen door het geloof lang voordat hij besneden was.
Abrahams geloof was gegrond op datgene wat God hem had beloofd.
Dus: op beloften van God en niet op de wet. Die wet kwam pas 430 jaar later t.t.v. Mozes.
Lees goed!
Er staat niet dat Abrahams vertrouwen een daad van gerechtigheid wás, maar zijn vertrouwen werd hem toegerekend, door God, als een daad van gerechtigheid.
God behandelt Abraham als iemand die rechtvaardig is en die vrijspraak verdient.
Een gelovige is tegelijk rechtvaardig en zondig.
Tweeërlei kinderen van Abraham.
Alleen door geloof.
Wij Christenen moeten niet steunen op ons lidmaatschap van een kerk of op onze doop of andere uiterlijke regels.
Dat draagt niets bij tot ons behoud.
Alléén wie gelooft in het verlossingswerk van Christus heeft eeuwig leven.
Evangelie.
Het evangelie voor Abraham bestond uit Gods beloften.
Beloften over Het Zaad, zíjn grote Nakomeling, Jezus.
Ook voor ons bestaat de kern van het evangelie uit Gods genadige beloften.
En de Schrift verkondigde..
De Schrift en God zijn hier hetzelfde.
Er bestond nog niets van de Schrift in Abrahams tijd. De boeken van Mozes kwamen pas 400 jaar later.
Gezegend of vervloekt.
Gezegend.
We worden gezegend met de gelovige Abraham en niet met de besneden Abraham.
De nog ónbesneden Abraham geloofde Gods woord en werd gezegend.
Ook wij geloven Gods woord en Gods beloften. Daarom worden ook wij gezegend.
Verschil wet en evangelie.
De wet:
Het evangelie:
Onder de vloek.
Díe vloek is voor wetsovertreders.
Die vloek wordt gedetailleerd beschreven:
Er staat geschreven.
Hier zie je het gezag vd Bijbel. Jezus weerstond de satan met "er staat geschreven". Zo moeten ook wij buigen onder het gezag van de Bijbel. Dat moet steeds ons uitgangspunt in het leven zijn. Er mag geen belijdenisgeschrift of mensenwoord bóven de Schrift staan.
Dat is duidelijk.
De profeet Habakuk had dit reeds opgeschreven.
Deze dingen doen en leven.
Doe de wet, voor 100%, en je zult leven.
Jezus hield de wet voor 100% en verdiende daardoor het leven. Hij stond op en dat was hét bewijs, dat Hij geen enkele zonde deed.
Maar, ... wie 1 gebod 1 keer slechts overtreedt, is schuldig en is het leven kwijt.
Door geloof leven.
Onze schuld wordt door Jezus overgenomen als we in Hem geloven. Hij vervulde de wet voor 100%. Hij verdiende het leven. Hij stierf zelf zonder dat Hij zonde deed, maar stierf in onze plaats.
Zo wordt een zondaar door geloof in Jezus gerechtvaardigd.
Vloek van de wet.
Zie Deuteronomium 28.
Bij een verbondssluiting hoorden altijd zegeningen en vervloekingen.
De vloek van de wet zal ieder treffen, die de wet overtreedt.
Van die vloek verlost Jezus elke gelovige, want Jezus volbracht de wet voor 100% in onze plaats.
Hij stierf een vervloekte dood door de kruisiging en werd zo een vloek. Hij deed dat om ons te redden.
Vrijgekocht.
Jezus werd een vloek.
Er staat niet dat Jezus onze vloek op Zich nam, maar Hij werd een vloek.
Jezus werd als een zondaar behandeld.
En op dezelfde manier wordt de gelovige een rechtvaardige.
Dat is een zalige ruil, Hij wordt een vloek voor ons en geeft ons Zijn gerechtigheid.
Dank God voor dit heil!
Zegen ipv vloek.
Jezus werd plaatsvervangend onze vervloeking.
Hij droeg de doodstraf, die de wet eiste. Nu zijn wij, gelovigen, vrij van de wet en komt , door geloof in Jezus, de zegen over ons.
We ontvangen de Heilige Geest.
Geest en geloof horen samen.
Belofte van de Geest ook voor de heidenen.
Bekering en geloof zijn nodig om de belofte van de Geest om te zetten in gave van de Geest.
Ontvangen door het geloof.
Christus wordt door het geloof aangenomen. Het geloof neemt de wet niet aan, maar Jezus.
Dus het volgende is onjuist!!!!!!!:
Een verbond of testament.
Alléén de testamentmaker kan iets veranderen aan het testament. Alleen hij / zij kan een erfgenaam toevoegen of onterven.
Ook een verbond mag niet verbroken worden.
God sloot een verbond met Abraham en God komt daar nooit op terug. Ook Gods beloften aan Abraham blijven dus geldig.
In uw Zaad (=Jezus) zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden.
Wet tegenover belofte.
Niemand en niets verandert iets aan een testament dan alléén de testamentmaker.
Zo ook verandert niemand iets aan het verbond met Abraham. Ook het verbond vd Sinaï kan niets veranderen aan dat verbond met Abraham. De onvoorwaardelijke beloften aan Abraham gedaan, blijven.
De wet die gerechtigheid uit werken invoert (Sinaï) kan de belofte, gebaseerd op gerechtigheid uit geloof (Genesis 17) niet te niet doen.
Nageslacht.
Het woord voor "zaad" komt hier voor in meervoud en enkelvoud.
Rechtsgeldig.
Het verbond of testament heeft een juridische status. Niets kan daar verandering in brengen.
Het verbond van eertijds.
Dat is het verbond met Abraham.
Dat was op basis van beloften van God, die door Abraham geloofd werden.
De beloften van God aan Abraham waren onvoorwaardelijk. De wet van Mozes echter stelt voorwaarden.
De wet van Mozes kan de beloften van het verbond (testament) met Abraham niet veranderen, maar ook niet aanvullen.
Dus besnijdenis kan geen aanvulling op ons geloof zijn, zoals men bij de Galaten beweerde.
Beloften horen bij het verbond / testament.
Beloften en wet passen niet bij elkaar.
430 jaar.
De erfenis.
Een erfenis is het gevolg van een testament. De erflater deed in het testament een belofte aan de erfgenaam
Dus: de erfenis is uit de belofte, zegt Paulus.
Het is niet helemaal duidelijk wat die erfenis hier is.
2 mogelijkheden:
Romeinen 4:14.
Foute gedachte!
God belooft de gelovige te zegenen.
De foute gedachte is dat je Gods zegen ontvangt of behoudt als je de wet van God houdt.
We hoeven ons niet aanvaardbaar te maken voor God.
Niéts uit ons, alles uit God.
De wet van Mozes... totdat
De wet van Mozes is onze "leermeester" totdat Het Nageslacht (=Jezus) op aarde komt, dus totdat het NT begint.
Omwille van de overtredingen.
Als kinderen door het lokaal gaan schreeuwen, maakt de leerkracht een "wet", een regel: Eerst vinger opsteken en wachten tot ik je een beurt geef.
Die regel is er niet om de leerlingen te straffen, maar om alles in goede banen te leiden. Maar...wie toch door het lokaal schreeuwt, weet dat hij in overtreding is.
God geeft Zijn wet niet om ons te laten zondigen want God haat de zonden.
God geeft de wet, opdat we volgens Zijn regels zullen leven en als we Zijn regels overtreden weten we dat we overtreders, zondaren, zijn. De wet is als een spiegel. We zien daarin dat we "vuil" zijn, zondig.
Maar de spiegel kan het vuil niet verwijderen. Zo kan de wet ook de zonden niet wegnemen. Daarvoor is het bloed van Jezus nodig.
Dien het beloofd was.
Zij is door engelen gegeven.
Zij = de wet, de 10 woorden in steen geschreven.
De belofte sprak God direct tegen Abraham. De wet gaf God indirect, via een middelaar, nl Mozes. En Mozes kreeg die wet ook via engelen.
Zo is de belofte ook méér dan de wet.
God is één.
Een middelaar bemiddelt altijd tussen twee partijen.
God is één van de partijen. Hij is de partij die onvoorwaardelijk belooft en ook Zelf voor de vervulling zorgt.
Bij de wet is God de wetgever en moet de mens die wet houden.
Mozes was de (be)middelaar tussen God en Israël.
Jezus is de Middelaar van het Nieuwe verbond.
Dus de Middelaar Jezus staat tussen 2 partijen. God is de ene partij. De mens is de andere. Onze Middelaar Jezus is God en Mens tegelijk.
Wet en belofte.
Ze strijden niet met elkaar.
Beide zijn van God.
Ook de wet is rechtvaardig, heilig en goed.
Gerechtigheid uit de wet?
Alléén als de wet voor 100% wordt gehouden krijgt men gerechtigheid. Alléén Jezus kon dat.
Alles onder de zonde besloten.
Niemand, behalve Jezus, hield de wet volkomen, voor 100%. Daarom zegt de Schrift dat ieder een overtreders is en onder de zonde besloten is.
De belofte wordt gegeven.
God geeft in Jezus de oplossing van het zondenprobleem.
Zijn bloed reinigt van elke zonde.
Wie in Jezus gelooft, wordt zalig en heeft eeuwig leven.
God biedt dit heil aan iedereen aan. Hij wil niet dat iemand verloren gaat.
Zovelen Jezus in geloof aannemen, mogen kinderen van God zijn.
2 metaforen.
Paulus gebruikt 2 beelden voor de wet.
Bij beide voorbeelden
2 tijdperken.
Onze leermeester tot Christus.
Het Griekse "eis" (voordat) is tijdsbepaald, in 23a : voordat het geloof kwam. Er staat dus niet "naar Christus toe", maar wel "totdat Christus komt".
Het principe van geloof is niet nieuw, maar wel geloof op grond van Christus' werk is nieuw.
Leermeester.
Ook bij de opvoeder, de wet, zijn we niet vrij. Die houdt ons onder de duim en leert ons om onze begeerten te beteugelen.
De wet herinnert steeds aan de wanhopige situatie van onvolmaaktheid. De opvoeder, de wet, wijst vooruit naar het leven dat boven de wet uitstijgt.
Als we de les geleerd hebben dat we voor ons behoud tot Jezus moeten gaan, dan heeft de opvoeder zijn doel bereikt.
Door geloof in Hem zullen we vrije en volwassen christenen worden.
Er zijn dus 2 tijdperken: tijdperk van de wet en tijdperk van het geloof.
Jezus spreekt daarover.
Niet meer onder de leermeester.
De leermeester = wet.
Sinds het volbrachte werk van Jezus handelt God niet meer met gelovigen op grond van de wet, maar juist op grond van het geloof.
De wet en de christen.
De christen is opgevoed door de wet. Hij leerde gehoorzaamheid. Nu hij de vrijheid in Christus heeft door het geloof, gooit hij niet alle geleerde normen en waarden overboord.
De christen wil zijn zoals Christus en leeft naar Gods geboden zoals Jezus dat deed.
We houden de wet uit liefde, omdat we gered zijn en niet om gered te worden.
Wat doet de Heilige Geest?
De Heilige Geest overtuigt van zonde. Maar... dan wijst de Geest niet naar de wet die we overtraden, maar naar de zonde van ongeloof.
Kinderen van God.
Letterlijk: zonen van God.
Een zoon kon erfgenaam zijn. Vandaar dit woord hier.
Paulus gebruikt een fantastisch woord.
Zoon en géén slaaf.
Door het geloof zijn we kind van de Vader geworden. Jezus kocht ons vrij. We zijn de bruid van Gods Zoon, en daardoor schoondochter van God.
We moeten ons dus niet opnieuw als een slaaf gaan gedragen door de wet invloed in ons leven te geven. Dan brengen we ons weer onder het juk.
"In Christus gedoopt".
Als we tot geloof komen sterft de oude mens.
Deze dode oude mens wordt begraven in het doopwater.
Deze mensen zijn reeds gelovig en worden daarna gedoopt als bevestiging dat ze in Christus zijn.
Doop brengt ons NIET onder een leer, maar onder een Persoon.
Innerlijk gebeurt dat door geloof. We worden dan een "nieuwe schepping ". Door de doop gebeurt het uiterlijk en wordt het "in Christus zijn" bevestigd. De gekruisigde en gestorven oude mens gaat onder in het doopwater en wordt met Christus begraven. Begraven is definitief afscheid nemen. Dat oude leven laten we achter.
Christus stond op. Ook wij staan op uit het doopwater. We beginnen een nieuw leven, een navolging van Christus. We gaan Zijn beeld vertonen.
Met Christus bekleed.
Paulus roept ook de Romeinen en ons ertoe op om ons met Christus te bekleden.
Paulus omschrijft elders in details wat dit betekent.
Het oude leven leggen we definitief af.
De nieuwe mens doen we aan.
Babydopers zeggen.
Volwassendopers.
Ze zijn het eens met wat de babydopers hierboven zeggen.
Maar... volwassendopers worden discipel vanaf het moment van de doop. Op dat moment doe je Christus aan. Wie jou ziet, ziet Christus als het goed is.
Zie aantekeningen bij
Mattheus 3:9 !!!!!
Ieder gelijk.
De identiteit van elke gelovige ligt in de eerste plaats in de relatie met Jezus.
In het geloof is er geen onderscheid.
Zo relativeert Paulus wel de belangrijkste sociale en religieuze tegenstellingen van zijn tijd.
Allen één in Christus.
Abrahams nageslacht.
Gelovigen zijn echte kinderen van de gelovige Abraham.
Door geloof alléén.
Dus we worden geen kinderen van Abraham door de doop, maar door geloof.
2-erlei kinderen van het verbond, gelovig en ongelovig, klopt dus niet. Een heiden is alléén in het verbond als hij/ zij gelovig is.
Erfgenamen.
De erfenis is hier de "zegen van Abraham", rechtvaardiging uit geloof.
Deze erfenis is onvoorwaardelijk beloofd.
We zijn daardoor erfgenamen van God en mede-erfgenaam van Christus.