Na 14 jaren.
14 jaren ná het eerste bezoek.
In die 14 jaren was de eerste zendingsreis van Paulus en Barnabas en Markus.
Naar Jeruzalem.
Volgens Handelingen 15:1 speelde in Antiochië dezelfde vraag als nu bij de Galaten.
Is besnijdenis nodig om zalig te worden?
Barnabas.
Titus.
Een openbaring.
In Handelingen 15:2 lezen we niet over een openbaring van God. We lezen daar dat de gemeente hen naar Jeruzalem zond.
Toch kan dit de andere kant van dezelfde medaille zijn. Er is een menselijke kant, nl de gemeente die zendt en er is een goddelijke kant.
Tevergeefs gelopen.
Het gaat Paulus er zeker niet om te willen weten of zijn evangelieverkondiging wel juist was.
Dat wist hij zeker, die verkondiging goed was.
Het gaat hier vooral om de effectiviteit van zijn werk. Het zou moeilijk worden als de andere apostelen de dwaalleraars niet zouden afwijzen.
De eenheid van de gemeente staat op het spel en de zuiverheid van het evangelie.
Titus, een Griek.
Titus, een Griek, een onbesneden gelovige, is de "test".
Hij hoeft NIET besneden te worden.
Het gaat alléén om het geloof. Dat is de kern van het echte evangelie.
In Handelingen 16:1-4 wordt Timotheüs wel besneden. Hij was zoon van een Joodse moeder. Paulus deed dat om betere ingang bij de Joden te hebben.
Handelingen 15:10 noemt dat een zwaar juk.
Paulus beschrijft de vrijheid in
Wij zijn getrouwd met onze oude mens. De oude mens sterft als wij gaan geloven.
Als onze "echtgenoot", de oude mens, gestorven is, dan zijn we niet meer aan de wet gebonden, maar vrij om een nieuw huwelijk met Christus aan te gaan.
In die vrijheid moeten we leven.
Wie wet met evangelie verbindt, raakt de vrijheid in Christus kwijt.
Vrijheid, waarvan?
Waar kwamen die valse broeders vandaan?
Broeders uit Jeruzalem kwamen met deze verkeerde leer in Antiochië.
Daarna deed het apostelconvent een duidelijke uitspraak.
Toch had deze verkeerde leer ook de gemeenten in Galatië al bereikt. Daartegen keert Paulus zich in deze brief.
We leven, sinds de komst van Jezus, in een nieuwe orde, een betere orde.
Jezus heeft de wet vervuld. We worden nu rein door Hem.
Verder niets opgelegd.
De apostelen in Jeruzalem waren tevreden met de prediking van Paulus. Hij hoefde niets aan te vullen en zeker niet de besnijdenis voor de gelovigen uit de heidenen.
Gemeenschap.
5 mannen zijn het roerend met elkaar eens over de evengelieprediking.
Aan de armen denken.
Het denken aan de armen ging over de grenzen heen. Dit wijst ook op de eenheid van de gemeenten.
Vrees.
Vrees kan een valstrik worden, zelfs voor Petrus die het visioen van het laken had gezien.
In Handelingen 15:9 erkende Petrus dat er géén enkel onderscheid was tussen Jood en heiden. Dat heeft hij, door vrees, even losgelaten.
Meeslepen.
De weg van God af, ga je nooit alleen.
De eenheid van de gemeente was in het geding. Opnieuw gaat het hier niet om de kern van het evangelie.
Petrus wordt bestraft.
Wij.
Petrus en Paulus en Barnabas. Joden van geboorte.
Geloven en gerechtvaardigd zijn.
Waar geloof is nooit een onbewuste daad. Geloof vertrouwt het zaligmaken toe aan Jezus, de Zaligmaker.
We geloven opdat.. we gerechtvaardigd worden. Ons geloof heeft dus een doel dat Jezus gaat verwezenlijken.
Gerechtvaardigd.
Doe de wet.
Wij kunnen de wet niet voor 100% doen. Dus kunnen we het beloofde leven nooit verdienen.
Jezus hield de wet volkomen. Geen zonde was in Hem. Hij voldeed aan Gods gerechtigheid. Hij deed dat plaatsvervangend voor ons, gelovigen.
Nu wil God ons barmhartigheid bewijzen.
Gerechtvaardigd.
Dat betekent:
We zijn NIET vrijgesproken door gebrek aan bewijs.
Christus droeg onze straf en betaalde voor alles wat wij misdeden.
Waar betaald is, is voldoening geschied. God is rechtvaardig en straft de zonden NIET 2 keer.
Rechtvaardigen is een rechterlijke daad van God.
Christus, dienaar van de zonde?
Wie de wet als aanvulling op het evangelie ziet en het doen van de wet ook noodzakelijk vindt om zalig te worden, die ziet Jezus als leugenaar, als zondaar.
Jezus zegt nl. dat de wet niet bijdraagt tot zaligheid. Jezus wil juist dat we de gerechtigheid van de wet opgeven en op Zijn gerechtigheid steunen.
Jezus Christus, de Rechtvaardige. Zo heet de Bruidegom van de gelovigen.
Wij verlangen naar Zijn gerechtigheid en we mogen Zijn naam dragen. Wij dragen Zijn achternaam: Rechtvaardige. Onze "meisjesnaam" blijft: Zondaar.
Als wij nu leven als zondaren, en steeds zeggen dat we zondaren zijn, dan is dat hetzelfde als dat de bruid van Christus zich steeds voorstelt als:"Ik heet Zondaar". Maar is dat de achternaam van Jezus?
"Volstrekt niet", zegt Paulus.
Wat bewijs ik dan?
Eerst breek ik iets af, omdat ik het niet goed vind.
Later bouw ik het foute weer op.
Dan ben ik toch niet geloofwaardig.
De wet.
De wet is wel goed. Die komt van God.
Wat niet goed is, is als we door de wet gerechtvaardigd willen worden.
Door de wet en voor de wet gestorven.
Voor Paulus is de wet dus absoluut géén middel tot behoud.
Christus is onze enige Redder.
De oude zondige mens van de gelovige is met Christus gestorven.
De wet kan tegen een dode niet meer zeggen: "U zult".
Ik ben met Christus gekruisigd.
Onze oude mens is met Christus gekruisigd.
Die dode oude mens begraven we als we als gelovige gedoopt worden. We nemen dan definitief afscheid van de gestorven oude mens.
We staan met Christus op uit dat watergraf van de doop. We beginnen een nieuw leven met Jezus.
Wie in Christus gedoopt is, heeft zich met Christus bekleed.
Niet meer ik leef.
De oude mens is gekruisigd en gestorven, zelfs begraven in het watergraf van de doop. Begraven is definitief afscheid nemen.
Ons zondige lichaam leeft nog en dat strijdt tegen de Geest.
Christus leeft in mij.
Christus is het nieuwe levensbeginsel in mij.
Door Zijn Geest leeft Christus in mij.
Voor mij overgegeven.
Jezus stierf in mijn plaats.
Jezus heeft daarmee wel één of meer doelen.
Hij wil in onze plaats aan de wil van de Vader voldoen.
Hij wil ons ontrukken aan de slechte wereld.
Hij wil ons vrijkopen van alle wetteloosheid.
Hij wil een eigen volk, een eigen bruid, die ijverig is in goede werken.
Ik doe de genade niet teniet.
Paulus zet zich voor 100% in voor de genade en de gerechtigheid die door het geloof in Christus zijn.
Héél ons behoud ligt in Zijn verzoenend werk.