Hoofdstuk 1


Vers 1

Niet door een mens.

Paulus heeft de opdracht en de inhoud van de evangelie-verkondiging niet van de apostelen. Christus zelf gaf hem de opdracht en leerde hem de inhoud.

Twijfel aan Zijn apostelschap.

Apostel = gezondene door God.

Er werd in de gemeenten twijfel gezaaid of Paulus wel een echte apostel was.

Paulus zet zijn roeping duidelijk uiteen.


Opening.

In de openingszinnen is geen dankzegging.

De Galaten hebben zich gekeerd naar "een ander evangelie ".


Jezus werd opgewekt.

In Romeinen 4:25 staat dat Jezus opgewekt werd om onze rechtvaardigmaking.

Het geloof in Jezus is de enige en volkomen grond van onze redding.

Dus zeker NIET door rechtvaardigheid die uit de wet is.



Vers 2

Aan meerdere gemeenten.

Waarschijnlijk gemeenten in Zuid-Galatië, dus Zuid-Turkije:

Handelingen 16:1-6.



Vers 3

Groet.

De Heilige Geest wordt in de groet niet genoemd. Dat hoeft ook niet, want we ontvangen altijd de groet van iemand die niet bij ons is. De Heilige Geest woont in de gelovigen.



Vers 4

Ontrukken.

Dit is de geweldige inhoud van het evangelie. Jezus bevrijdt wie in Hem gelooft.

Jezus redt mensen die verloren zijn. Zijn dood is betaling voor onze zonden.

Hij offerde daarvoor Zichzelf. Hij is Het Lam van God.

God vraagt dan van ons géén betaling meer. Redding is pure genade.

Daarom komt God alle eer toe. (vs 5)



Vers 5

Hem zij de heerlijkheid.

God komt alle eer toe.



Vers 6

Ik verwonder mij.

De Galaten waren geen jonggelovigen meer. Ze waren zeker al geestelijk gegroeid. Toch gedragen ze zich als onvolwassenen en laten zich gemakkelijk van Jezus afvoeren. Dat verwondert Paulus.

Kind of volwassen?

Kinderen zijn tevreden met melk. Volwassenen willen vaste spijs. Kinderen zijn onstandvastig. Volwassenen hebben onderscheidings-vermogen.

Naar een ander evangelie.

Paulus ziet 2 evangeliën.

Galaten 4:8-10.



Vers 7

Wat is onze opdracht?

Het woord dat ons gegeven is zuiver te bewaren. Geen compromissen.

Het evangelie verdraaien.

Het ándere evangelie is een vals evangelie. Er zou nog iets bij moeten, naast het offer dat Jezus bracht. "Nee", zegt Paulus.

"Vervloekt is wie dat leert".

Het is of-of.



Vers 8

Maar zelfs als wij..

Paulus zegt: "Zelfs als ik zou zeggen dat ik van mening ben dat het evangelie toch anders is dan dat ik jullie heb verteld, geloof me dan niet."


Het evangelie.

Paulus is door God gezonden met een specifieke goddelijke boodschap. Dat evangelie is de norm om te beoordelen wat rechtzinnig is of niet.

Niemand kan en mag iets aan dit evangelie veranderen.


Die is vervloekt.

Paulus roept deze vervloeking uit over zichzelf als hij een ander evangelie zou gaan verkondigen.



Vers 9

Vervloekt.

Nu richt Paulus zijn vervloeking tot andere predikers. Zij propageren de besnijdenis, de wet.

Het gaat dus om een belangrijke zaak.


Wat betekent een vloek?



Vers 10

Geen mensen behagen.

Paulus vertelt over zichzelf.

Paulus gaat over zichzelf vertellen, niet om eigen eer, maar om allerlei beweringen over hem te ontkrachten.

  1. Het evangelie kwam niet bij Paulus op. Hij wilde de gemeente juist uitroeien.
  2. Zijn evangelie is ook niet afgeleid van wat anderen vertelden. Dan zou Paulus mogelijk nog iets zijn vergeten wat in Jeruzalem wel geldig was, bv besnijdenis.
  3. Zijn evangelie was gelijk aan wat de andere apostelen verkondigden. (vs 18+19)



Vers 11

Broeders.

Paulus weet dat de Galaten broeders en zusters zijn. Hij maakt een duidelijke scheiding met de verleiders.


Niet naar de mens.

Het evangelie leert ons om niet op onszelf te vertrouwen, maar op Jezus.

We moeten van onze "troon" af en Jezus moet onze Heere worden.

Wij worden dienstknechten.

De mens moet zijn leven verliezen om het te behouden.



Vers 12

Door openbaring van Jezus.

Galaten 1:15-18.



Vers 13

Vervolger.

Paulus was vroeger een farizeeër. Hij was wettisch en vijand van ware gelovigen.

Nu dreigen de Galaten ook wettisch te worden en daarmee vijand van het echte geloof.



Vers 14

Meer vorderingen.

Hij was opgeleid door Gamaliël.

Groter ijveraar.

Al vóór zijn bekering wist Paulus dat wet en genade niet bij elkaar passen.

Toen zag hij het van de Joodse kant, nu ziet hij het vanuit de kant van de genade.


Overleveringen van de vaderen.

Paulus wist alles van de Thora. Hij wist uit ervaring dat dit de weg tot behoud niet was.



Vers 16

In mij.

God openbaarde Zijn Zoon in Paulus.

Wat Paulus leerde, leerde hij van God en niet van mensen.

Het eerste wat Paulus preekt is "een Persoon" en niet een leer.



Vers 18

3 jaar.

Paulus kreeg onderwijs van God.

Hij was daarvoor in de stilte van de woestijn. Hoelang hij daar was staat hier niet.

Zo moeten ook wij de stilte zoeken en ons bezig houden met Gods woord. Dan krijgen we onderwijs van God zelf.

3 Jaar na zijn roeping komt hij in Jeruzalem.



Vers 19

Broer van Jezus.

Jezus had 4 broers.

Lange tijd geloofden ze niet in Jezus.

Na de opstanding van Jezus voegen ze zich bij de discipelen en worden vervuld met de Heilige Geest.

Jacobus, bijgenaamd de rechtvaardige had al snel een leidinggevende taak in de gemeente te Jeruzalem.

De geschiedschrijver Hegesippus vertelt dat de knieën van Jacobus vereelt waren omdat hij zoveel in de tempel bad.



Vers 20

Ik getuig voor God.

Paulus doet ahw een eed. De Galaten moeten overtuigd zijn van de waarheid die Paulus spreekt.

Paulus leerde het evangelie NIET in 15 dagen van Petrus en Jacobus.

Hij leerde het van Jezus zelf, gedurende 3 jaren.



Vers 21

Cilicië.

Hier lag Tarsus, de geboorteplaats van Paulus.

Barnabas haalt Paulus vanuit Cilicië naar Jeruzalem.



<