Hoofdstuk 9


Vers 8

Een machtige God

Paulus is niet bezig met geldklopperij. Hij laat zien wie God voor ons wil zijn.

Het begint met " elke genade". Daarmee begint het geven. Eerst de gezindheid van je hart, daarna de daad van je hand.

Let op: elk, alle, alles.

God wil veel geven, zodat we veel kunnen delen.



Vers 9

Psalm 112:9.



Vers 10

Wie geeft, leent God.

Hoe meer je zaait, hoe groter de oogst.

Zo is het ook met geven. God geeft het gegevene aan ons rijk terug.



Vers 11

Dankzegging.

De arme ontvangers danken God. De gevers danken God voor wat Hij hen gaf en voor wat ze met mede-gelovigen mogen delen.



Vers 15

Onuitsprekelijke gave.

Om de zondige wereld te laten delen in Zijn rijkdom, gaf God Zijn enige Zoon.

Johannes 3:16.

Jezus is het tarwegraan. Het valt in de aarde, het sterft, maar draagt veel vrucht.

Johannes 12:24.



<