Paulus' verdediging.
Paulus verdedigt niet zijn persoon, maar zijn dienst.
Mattheus 11:29
Paulus stelt zich op, zoals Jezus zou doen.
Valse apostelen hebben Paulus beschuldigd en proberen de gemeente, met enig succes helaas, los te maken van Paulus. Ook los van de eenvoudigheid van Christus.
2 Corinthiërs 11:3.
Naar het vlees wandelen.
Dat wil zeggen: handelen en spreken vanuit vleselijke motieven.
In het vlees, naar het vlees
Dat hij “in [het] vlees” wandelt, is niets bijzonders. ‘Vlees’ heeft in dit geval de betekenis van ‘lichaam’. Ieder mens wandelt in het vlees.
"Naar" het vlees leven is zondig. Van dat laatste wordt Paulus beschuldigd .
De strijd niet voeren naar het vlees= reactie moet geen zelfverdediging zijn, niet op een zondige manier.
Geen vleselijke, zondige strijd.
Strijd = de verdediging tegen kritiek. Verdediging van het zuivere evangelie.
Deze invloeden, deze geest van denken en spreken, die onder de Korinthiërs ingang hebben gevonden, kunnen alleen door de kracht van God overwonnen worden.
In de kracht van de Heere en zonder op eigen middelen te vertrouwen, kun jij overwinningen behalen op mensen die onoverwinnelijk lijken. Vgl Jericho, Gideon.
De duivel moet je weerstaan:
De zonde moet je ontvluchten, zoals Jozef deed.
Bolwerken afbreken.
In de volgende teksten noemt Paulus wat hij wil afbreken.
Valse redenering.
Redenering heeft met verstand te maken en niet met het hart.
Valse redenering probeert het evangelie van kracht te beroven. Twijfel aan Gods liefde voor zondaren is zo'n bolwerk. De farizeeërs wilden ook steeds redetwisten, maar niet geloven. Paulus keert zich daar tegen.
De hoogte die zich verheft = menselijke wijsheid die tegen het evangelie is.
Ze zijn handlangers van satan.
Vijanden neem je gevangen, dus elke gedachte = vijandige gedachte tegen het evangelie. Paulus probeert die steeds te weerleggen en de mensen tot gehoorzaamheid aan Christus te brengen.
Ongehoorzaamheid is een basiszonde in het leven van de gelovige die op geen enkele manier getolereerd mag worden
Hoe bestraft men in de gemeente? Vermanen, tucht, ban.
Heel gemakkelijk vallen wij in dezelfde fout waarin de Korinthiërs zijn gevallen: kijken naar wat voor ogen is, ofwel: letten op het uiterlijk
Ook daarin volgt hij zijn Meester. De Heer Jezus heeft Zijn gezag nooit gebruikt om Zichzelf te verdedigen. Hij gebruikte het altijd om op te komen voor de eer van Zijn Vader.
Als Paulus zijn gezag gebruikt om af te breken, dan is dat uit liefde voor de Korinthiërs. Hij breekt bij hen dingen en gedachten af die niet naar Gods gedachten zijn. Zo zijn ze weer in staat om de opbouwende aanwijzingen van de apostel te ontvangen. Over het gebruik van zijn gezag hoeft hij zich niet te schamen. Hij misbruikt het niet, zoals vandaag wel gebeurt door geestelijk leiders.
2 Corinthiërs 12:1-5
Men=valse leraren
1 Corinthiërs 2:1-4
Wie uit zijn ootmoedige optreden de conclusie trekt dat hij geen moed heeft om wantoestanden bij de Korinthiërs aan de kaak te stellen, zit er naast.
In 2 Corinthiërs 1:23 geeft hij aan waarom hij nog niet naar Korinthe was gekomen: dat was om hen te sparen. Dat is wat anders dan dat hij niet durfde.
Hieruit kun je leren dat het belangrijk is dat men weet wat men aan je heeft en dat je niet bij verschillende gelegenheden je verschillend opstelt.
Ironie.
Wat Paulus niet durft is zich vergelijken met de valse apostelen. Dat wil hij natuurlijk ook niet.
De valse apostelen bevelen zichzelf aan, zijn op zichzelf gericht en niet op Christus.
God zelf heeft Paulus een arbeidsterrein gegeven. Dat geeft Hij ook aan ons. Ga niet werken op het terrein waar een ander al bezig is.
Gaan de Corinthiërs nu luisteren naar mensen die binnen gedrongen zijn in het werkterrein van Paulus?
Als je je oor leent aan negatieve influisteringen over echte dienaars van God, is dat een grote hindernis voor geestelijke groei.
Paulus hoopt dat ze weer in geloof zullen groeien.
De weg zal ook vrij zijn om naar andere streken te reizen, waar Christus nog niet gepredikt is. Zolang de Korinthiërs echter zijn ‘zorgenkinderen’ zijn, wordt hij daarin verhinderd en moet hij zich met hen bezighouden.
Het gaat hem trouwens helemaal niet om roem voor zichzelf. Nog eens zegt hij wat hij ook in zijn eerste brief aan hen heeft geschreven (
1 Corinthiërs 1:31), dat er alleen te roemen valt in de Heer, want Hij is het Die de resultaten bewerkt.