Hoofdstuk 11


Vers 1

Dwaasheid.

Dwaasheid, want nu gaat Paulus toch roemen. Daarover bestrafte hij juist de partijen in Korinthe.



Vers 2

Paulus vecht om de gemeente voor Christus te behouden. Paulus was de bruidswerver.


Rein voor Christus.

Vanaf het moment van de verloving, het tekenen van de akten, was het Joodse stel juridisch al man en vrouw.

De vader hield de zorg voor zijn dochter tot de huwelijkssluiting.

Paulus voelt zich vader van de gemeente. Hij wil de gemeente rein voor Christus, de Bruidegom, stellen.


Taak voor de bruid.

Wees als een bruid die verwacht. Zij houdt zichzelf rein en ook haar bruidsjapon.

Reine levenswandel kenmerkt het leven van de gelovigen.

Jezus komt Zijn bruid ophalen.

Focus je op die toekomst, dan blijf je ook ver van de zonde.

Hoe omgaan met zonde?

Steeds moeten we rein zijn, zoals Jezus rein is.(= schoon van zonde) Wees heilig! Dat is Gods standaard.

Zonde maakt vies en brengt scheiding.

Van de zonde moeten we wegvluchten.

Wie in Hem is, zondigt niet.

Onze reine levenswandel is géén grond voor onze zaligheid, maar wel een kenmerk van ons die de zaligheid beërven.



Vers 3

Satan probeert de aandacht van de gemeente af te leiden, zodat die niet meer op Christus gericht is.



Vers 4

Een ander evangelie.

Paulus verwijt de gemeente, dat ze met een gerust hart een ander evangelie zouden aanvaarden. De valse predikers zeggen Jezus niet na: de meeste moet alleen dienaar zijn.



Vers 5

In niets minder.

Paulus vergelijkt zich hier met de valse apostelen.



Vers 7

Heb ik zonde gedaan?

Valse leraars verachten Paulus, omdat hij met zijn handen, als tentenmaker, de kost verdiende. Daarmee heb ik toch geen zonde gedaan, zegt hij.



Vers 8

Een vergoeding aangenomen.

De enige gemeente die ooit geld naar Paulus zond was Filippi.

Silas en Timotheus brachten deze gift naar Korinthe.



Vers 10

Achaje.

Achaje is de provincie waarin Korinthe ligt. Paulus wil "de roem", dat hij in eigen onderhoud voorzag, niet verliezen.



Vers 12

Paulus zal van Korinthe geen geld aannemen, opdat de valse leraren niet kunnen zeggen, dat ze hetzelfde doen als Paulus.



Vers 13

Valse apostelen.

Ook satan probeert steeds God te imiteren.

Dat zal ook de antichrist proberen.

Deze valse leraren loochenen misschien wel de opstanding.

Ze richten zich niet op de eenvoudigheid van Christus.



Vers 14

Satan doet zich voor...

Metaschamatizoo = uitwendig veranderen.

Engel van het licht.

Volgens wicca is de geestelijke wereld neutraal. Als je met wicca (=witte magie) bezig gaat, ontdek je niet zo snel, dat het ook hier om kwade geesten gaat. Er is wel een "godin". Die blijkt een demon te zijn als je wilt breken met wicca.



Vers 15

Zijn (=satans) dienaars, zo noemt Paulus de valse leraars.



Vers 19

Paulus spreekt spottend over hun wijsheid.



Vers 20

Voorbeelden van hun "wijsheid ".



Vers 22

Dwaalleraren zijn dus Joden.



Vers 23

Paulus noemt zich "waanzinnig ". Hij mag zich er helemaal niet op beroemen dat hij dienaar van Christus is.



Vers 24

Vooraf las men:

Deuteronomium 28:58

Deuteronomium 21:8

Psalm 78:38



Vers 25

Galaten 6:17

In handelingen lezen we maar over 1 schipbreuk.



Vers 29

Paulus lijdt mee met de zwakken.



Vers 31

Volgens Ef 6 heeft de gelovige de gordel vd waarheid.



Vers 32

Wie was Aretas?
Aretas IV Philopatris (ca. 9 v.Chr. – 40 n.Chr.) was de koning van de Nabateeërs, een Arabisch koninkrijk met als hoofdstad Petra (in het huidige Jordanië). Hij regeerde van ongeveer 9 v.Chr. tot 40 n.Chr. en was een machtige vorst in die regio.

Zijn betrokkenheid in Damascus suggereert dat hij enige controle of invloed had over de stad, mogelijk als een vazal van de Romeinen. Historisch gezien was Damascus rond deze tijd meestal onder Romeins bestuur, maar er zijn aanwijzingen dat Aretas tijdelijk de stad controleerde. Dit zou te maken kunnen hebben met een conflict tussen Aretas en Herodes Antipas, die met zijn dochter was getrouwd maar later van haar scheidde, wat tot spanningen leidde.



Vers 33

Hier zie je de zwakheid van Paulus. Zo kan hij Christus meer prijzen. Hij roemt in zwakheid.



<