Hoofdstuk 12


Vers 1

Paulus roemt.

Paulus roemt niet zichzelf, maar het gaat over zijn bediening. Hij verdedigt de zaak van Christus.

Paulus gaat over in de hijvorm. Er is iets bijzonders gebeurd. Hoe het gebeurde weet hij niet.



Vers 2

3e hemel, het paradijs.

De Koran heeft het over 7 hemelen. Ook oude rabbi's spraken het liefst over 7 hemelen. Ook bij kerkvaders komen we deze gedachten tegen. De bijbel heeft het over 3 hemelen. In de derde hemel woont God. In die 3e hemel is waarschijnlijk het paradijs. Het woord paradijs komt uit de Septuaginta. De intimiteit met God staat er centraal.

Zie aantekeningen bij Handelingen 14:19.


Hoe kunnen we tellen?

  1. Wolkenhemel.
  2. Sterrenhemel.
  3. Hemel der hemelen.

Of:

  1. wolken-en sterrenhemel.
  2. Tweede hemel, of de hemelse gewesten waar ook satan kwam. Ef 1:3. Ef 1:20. Ef 3:10
  3. Derde hemel, de hemel der hemelen. Deuteronomium 10:14



Vers 4

Het paradijs.

In paradijs zijn de gestorven gelovigen. Er zijn geen woorden voor om de toestand daar te beschrijven. Het kan en mag ook niet verteld worden. Niemand maakte dit eerder mee. Later misschien de apostel Johannes.

Gelovigen zijn daar met Christus.

Paulus was daar even bij de verheerlijkte Christus. Dat noemt hij later verreweg het beste.

Woorden gehoord.

Van wie waren de woorden?



Vers 5

Roemen in zwakheden.

Zwakheden zijn geen zonden. Daar roemen we niet in. Het gaat over aarden vaten, onze zwakke lichamen. Lichamelijke beperkingen.



Vers 7

Een doorn in zijn vlees.

Dit laat zien dat hij niet trots is op deze openbaringen.

Er staat niet dat die doorn een ziekte is. Het is een kwelling. De Kanaäniet werd ook een doorn voor Israël. Bij Paulus is die doorn mogelijk een demon. Die houdt Paulus klein.

Typisch christelijk lijden is vervolging en bestrijding en verdrukking. Ziekte heeft iedereen.



Vers 10

Het kan zijn dat hier de doorn beschreven wordt.



Vers 12

Een apostel heeft Jezus gezien.

Hier nog meer tekenen van een apostel.



Vers 13

Niet tot last.

Hij maakte tenten. Hij vroeg aan de gemeente niets voor levensonderhoud. Dat zou trouwens wel normaal zijn. Hij was ook vrij om daar vanaf te zien. Critici zeggen dat hij dus geen apostel is.



Vers 14

Paulus is een vader voor de gemeente. Dus de gemeente hoeft de vader niet te onderhouden.



Vers 15

Paulus blijft de liefhebbende vader. Het gaat Paulus altijd om de zaak, om de Heere.



Vers 16

De laatste zin is waarschijnlijk een opmerking uit de gemeente. Hij was sluw, zeggen ze .



Vers 19

Het is geen zelfverdediging, maar hij verdedigt zijn bediening.



Vers 21

Paulus zal zich beschaamd voelen. Dan wordt hij vernederd. Hij hoopt het niet mee te maken als hij komt.



<