Hoofdstuk 8


Vers 2

Los van ons geld.

Paulus maakt ons geld niet los van ons, hij probeert niet om ons geld los te krijgen. Hij probeert ons los van ons geld te maken.

In NT gaat het om het waaròm van het geven, om het motief, de gezindheid.



Vers 3

Uit eigen beweging.

Het was vd Macedoniërs dus een vrijwillige gift.



Vers 4

Macedoniërs smeekten.

Het geven voor de collecte was geen gebod van Paulus. De Macedoniërs smeekten Paulus om de gift aan te nemen.

Ze gaven het voor zusters en broeders. Gelovigen zijn "familie".

Geven is een voorrecht, géén plicht.

Handelingen 20:35.



Vers 5

Geheim vd vrijgevigheid.

Ze gaven zich eerst aan God.

Wie God lief heeft, heeft ook de naaste lief.



Vers 6

De collecte.

1 Corinthiërs 16:2 ze hadden al wat weggelegd op elke 1e dag.


Eerste dag.

Het woordje "dag" is cursief, dus tussengevoegd, in 1 Corinthiërs 16:2.

Week = sabbaton.

Daar staat letterlijk: op de eerste sabbat. Dat is niet de eerste dag, maar de zevende dag.

De Romeinen betaalden loon aan het eind van de werkweek. Logisch dat Paulus vroeg om direct iets apart te leggen voor de collecte.



Vers 7

Geloof, woord, kennis


Geloof: hun vertrouwen op God.

Woord: hun spreken over God.

Kennis: wat ze van God wisten.


Nu mochten ze aan dit alles iets toevoegen. Ze mochten geven voor arme broeders en zusters.

Het is "genade".

1 Johannes 3:17.

Onze broederliefde wordt het best getest door een beroep op onze portemonnee.



Vers 8

Anderen.

=Macedoniërs.



Vers 9

Jezus als groot voorbeeld

Jezus gaf al Zijn rijkdom op. Hij werd arm om ons rijk te maken.

Psalm 50:12



Vers 14

Geen communisme.

In de gemeente rekenen we naar de ander toe. Alles wat van mij is, is ook voor jou. Zo is het ook met de rijkdom van Christus. Wij delen daarin.

Communisme zegt: al het jouwe is ook van mij.



Vers 15

Gelijkheid.

Paulus neemt het verzamelen van het manna als voorbeeld.

Wie te veel had, deelde dat met wie te weinig had.

Exodus 16:18.



Vers 16

Door God gestuurd

Titus was niet de boodschappenjongen van Paulus, maar God stuurde het zo, dat Titus zelf graag wilde gaan naar Korinthe.

Paulus had Titus wel aangespoord. 2 Corinthiërs 8:6



Vers 18

Een broeder die men lof geeft

We lezen over kwaliteiten die diakenen moeten bezitten.



Vers 20

Transparant zijn

Paulus wil niet dat men Hem kan verdenken van fraude.

Meerdere personen houden toezicht op het geld.



Vers 22

Derde broeder

Dit is geen nieuweling. Hij heeft zijn diensten en betrouwbaarheid bewezen.

Hij krijgt, met de andere broeder, de eervolle titel: heerlijkheid van Christus.



Vers 23

Gezanten.

In het Grieks:apostolos.

Dus apostelen of boodschappers.

Ze reizen naar gemeenten om dwalingen recht te zetten.



<