Hoofdstuk 7


Vers 1

Deze beloften.

Die staan in 2 Corinthiërs 6:18.

Jezus wil een bruid in bruidskleding zonder vlekken.

Bezoedeling vh vlees.

Laten we ons in het dagelijks leven leiden door God?

In gedrag, in spreken, in kleding? Of leven we door motieven die ook voor ongelovigen gelden?


Bezoedeling vd geest.

Onze gedachten beïnvloeden ons handelen. Handelen kan een gewoonte worden.


Wat kan ons bezoedelen?

Heiliging volbrengen.

Lees je bijbel, bid elke dag.

De Bijbel is als water en reinigt ons. Ef 5:25.



Vers 3

Sterven of leven.

Vreemde volgorde?

Ithaï zegt het ook zo in 2 Samuel 15:21.

Paulus en de gemeente zijn zo nauw verbonden. Hij heeft hen lief en rekent op hun liefde. In die liefde verbonden zouden ze samen kunnen sterven voor hun Heere. En als dat nog niet nodig was, konden ze samen voor Hem leven.



Vers 4

Veel te roemen.

Vooral na hun reactie op de eerste brief. Titus had de reactie overgebracht. Paulus was vertroost.



Vers 8

Wel berouw van gehad.

Niet over de inhoud van de brief, maar hij zat meer in over het resultaat op de brief. Daarvan was Paulus niet zeker.



Vers 9

Bedroefd geweest.

Bedroefd zijn over de zonde is nooit erg. Daarover kan Paulus zich verblijden.

Dit is droefheid overeenkomstig de wil van God.


Tot bekering.

Bekering is dus ook nodig voor gelovigen. Dagelijkse bekering van dagelijkse zonden.

In Openbaring 2 en ook in Openbaring 3 lezen we steeds dat de gemeenten, gelovigen, worden opgeroepen tot bekering.

Zonden belijden is géén zaak van vreugde, maar ná de belijdenis is er wél vreugde. God hééft vergeven.



Vers 11

Bekering

De gemeente was laks geweest. Na de brief van Paulus zagen ze hun fouten in en deden er met voortvarendheid al het mogelijke aan.


Vrees

Ze hadden zichzelf leren kennen. Ze gingen niet boven de zondaar staan.

Galaten 6:1


IJver

IJver voor de zaak van God.



Vers 12

Maar opdat onze inzet..

De brief was vooral een soort test voor de gemeente. Willen ze in de weg van de HEERE gaan? Zien ze Paulus nog steeds als Gods dienstknecht? Dat was gelukkig gebeurd.



Vers 14

Over u geroemd.

Paulus had tegen Titus een beetje opgeschept over de gemeente. De Korinthiërs hadden Paulus tegenover Titus gelukkig niet beschaamd. Tegen Titus had hij de waarheid gesproken en de positieve dingen gezegd.

Titus had veel liefde vd gemeente ervaren.



Vers 15

Vrees en beven.

Kenmerk van de gelovigen die geleerd hebben om hun eigenmachtig handelen en hun eigen inzichten te veroordelen. Daar komt nooit iets goeds uit.



<