Hoofdstuk 6


Vers 1

Genade.

Corinthiërs moeten leven uit Gods genade. Ook in conflicten uit genade van God leven.

Paulus heeft zo wel geleefd.

Hij geeft daar voorbeelden van.


Vermaning.

2 Corinthiërs 5:20 heeft een vermaning voor ongelovigen. In 2 Corinthiërs 6:1 staat een vermaning voor gelovigen.

Gelovigen worden gewaarschuwd, dat ze de genade niet tevergeefs ontvangen hebben. De genade moet wel iets uitwerken.

Het is onze verantwoordelijkheid dat anderen in ons leven de Heere Jezus herkennen.



Vers 3

Geen aanstoot geven

Zo leefde Paulus, zo moeten ook wij leven.

Dit is echter de negatieve kant. Er is niets op ons aan te merken

In de volgende verzen geeft hij de positieve kant. Je laat zien een echte dienaar van Christus te zijn. Paulus noemt liefst 28 dingen.



Vers 4

Volharding.

Volharding blijkt vooral als er tegenstand is. Paulus geeft daar veel voorbeelden van.

God heet zelfs de God van de volharding.

Hij wil steeds helpen, ondanks alle beproevingen, om vol te houden.

Bemoedigingen:

Verdrukking.



Vers 5

In gevangenis

Handelingen 16


Oproer

Handelingen 19

Handelingen 21



Vers 6

Reinheid

Eerlijkheid


Geduld

Als je geen geduld meer hebt, zeg je de relatie op. "Weg wezen". Zo was het bij Paulus NIET.


Vriendelijkheid

Vriendelijkheid volhouden, zelfs als het moeilijk is.


In liefde

Als je van Gods genade leeft, dan leef je in liefde. Als je zo leeft, kun je geduldig zijn, vriendelijk zijn.


Niet stoïcijns

We moeten de dingen maar niet over ons heen laten komen, maar uit genade leven.

God is ook geduldig.

Exodus 34:6


Karakter of keus

Geduld en vriendelijk heeft zeker iets met karakter te maken. Maar... Paulus vraagt een keus, inzet. Zet je hart open. Dat vraagt Paulus.

2 Corinthiërs 6:13



Vers 8

Eerst en oneer

Wee, als alle mensen goed over u spreken.


Kwaad en goed gerucht

De een spreekt goed over je, de ander verguist je.


Misleidend of waarachtig

De een spiegelt de dienaar van God af als misleider. De ander noemt hem waarachtig.



Vers 14

Deuteronomium 22:10

God laat zien dat rein (os) en onrein (ezel) niet samen mogen ploegen.

Zo moge ook gelovige en ongelovige niet samen een span vormen.

Een Christen is gestorven aan de wereld.


Hoe denkt God over zo'n ongelijk span?



Vers 15

Belial

=satan

=opperste boosaardigheid, verwoesting



Vers 16

Tempel van God

In de gelovige woont de Heilige Geest.



Vers 17

Daarom

"Daarom" is hier veelzeggend. Er volgt een logische conclusie.

Er is groot onderscheid tussen goddeloos en godvrezend. Laat dat in de praktijk ook zien.


Uit hun midden weg

We moeten dus niet de goddelozen tot onze vriendenkring kiezen. Wij, gelovigen, zijn heel anders.

Als je met het onreine omgaat word je ook onrein.

In 2 Kronieken 19:2 lees je een voorbeeld, hoe God denkt over een "juk met een ongelovige".

Ook 2 Kronieken 20:35-37. Daar zijn de gevolgen nog ernstiger.



Vers 18

Gods belofte als wij gehoorzaam zijn.

  1. Hij neemt je aan.
  2. Hij zal je als kind erkennen. Hij laat je dat ook ervaren.

Ze zijn een aanmoediging om je te reinigen. Weg met de vlekken.

Heere.

Als Hij jouw Heer is dan wil Hij ook gehoorzaamd worden.


Heere de Almachtige.

Zo maakte God zich bekend aan Abraham. Juist Abraham deed wat in vers 17 staat.



<