Hoofdstuk 5


Vers 1

Tent.

Dat is ons aardse lichaam.


Huis in de hemel.

Er staat 2x "huis" in deze tekst. Het 1e "huis" gaat over ons tijdelijke lichaam. Dan is het logisch dat het 2e woord "huis" ook op ons lichaam slaat, het

opstandingslichaam.


Eeuwig in de hemel.

Deze tekst vertelt ons niet dat we eeuwig in de hemel een woonplaats hebben. De volgende vertaling is ook mogelijk:

Adam was bestemd voor de aarde en wij zullen met ons nieuwe lichaam de nieuwe aarde beërven.

Adam + Eva moesten heersen over de aarde.

Door de zonde is dat mislukt. Gods doel blijft. De Laatste Adam zal over deze aarde regeren en Zijn bruid regeert met Hem.

Ontkleed of overkleed.

Wie sterft wordt ontkleed en is zijn / haar tent kwijt. Hij / zij zal bij de opstanding bekleed worden. Dan ontvangen we een verheerlijkt lichaam.

Wie bij de opstanding en de opname nog leeft, wordt overkleed met het opstandingslichaam. Vs 2 en vs 4.



Vers 3

Dit is alleen voor gelovigen.

Als we tenminste (met Christus) bekleed zijn, en niet naakt zijn, dus zonder Christus.

Wie naakt is (= zonder Christus), wordt niet overkleed met een opstandingslichaam.


Of:

Als we inderdaad in een ondeelbaar ogenblik op de opstandingsdag het "kleed" van de opstanding hebben aangedaan, dan zal de komende Jezus, ons niet naakt, zonder lichaam, ontmoeten.



Vers 4

Niet ontkleed.

We willen niet sterven en ons aardse lichaam (deze tent) verliezen.


Overkleed.

De gelovige, die bij de opname nog in leven is, wordt in een ogenblik vernieuwd en overkleed met een opstandingslichaam.



Vers 5

Onderpand

Verlovingsring: zo zeker als je nú de ring krijgt, zo zeker krijg je straks mij.

Zo geeft Christus ons de Heilige Geest als onderpand.

NIV: guaranteeing what is to come.



Vers 8

Bij de Heere.

Als een gelovige sterft, verlaat de geest het lichaam en gaat naar het paradijs in de hemel om zo bij de Heere te zijn.



Vers 10

Rechterstoel.

Sporter wordt niet GEoordeeld, maar BEoordeeld en beloond.

Iedere gelovige krijgt een kroon. Niet iedere gelovige ontvangt loon. Daar zullen we zien hoe God tegen ons aankijkt. De één is een eierdop, de ander is een emmer, maar beide zijn volmaakt vol van Christus.

We kunnen als kind van God:

Wanneer staan gelovigen voor de rechterstoel?

Direct ná de opstanding en de opname van de gelovigen.

Drie rechtszittingen.

  1. Voor de rechterstoel. Dat betreft de gelovigen bij de opname vd gemeente.
  2. Voor de troon van ZIJN heerlijkheid. Dat is ná de grote verdrukking. Mattheus 25:31-35. Dat betreft de volken. Hoe is hun houding geweest t.o. "Zijn broeders", de predikers in de grote verdrukking?
  3. Voor de grote witte troon, ná het vrederijk. Openbaring 20:11. Dat betreft de goddelozen, allen die in ongeloof geleefd hebben. Hebreeen 10:31.



Vers 11

Deze vrees...

Ieder moet voor de rechterstoel verschijnen.



Vers 13

Buiten zichzelf.

Paulus kan soms vol verrukking spreken over de liefde van Jezus. Hij spreekt dan in tongen, hij spreekt dan tot God. Hij is dan buiten zichzelf. Hij is in geestvervoering, in extase.

Maar naar de gemeente toe, spreekt hij ook weer heel nuchter en met verstand.


Ook andere apostelen kennen dat.



Vers 14

Die tot dit oordeel...

Dat oordeel staat achter de :

Toen Christus stierf, zijn ook wij mét Hem gestorven. Onze oude mens is dood. In het doopwater is die dode oude mens begraven.

Romeinen 6:6.



Vers 15

Het leven.

Bij de wedergeboorte zijn we van de geestelijke dood overgegaan in het geestelijke leven.

Het ontvangen leven is eeuwig leven. We leven niet meer voor onszelf, want dat was de dood, de geestelijke dood.

We leven nu voor Jezus, die voor ons stierf en voor ons opstond. Dat is de consequentie van ons geloof.

We leven en we sterven voor de Heere.



Vers 16

Kennen niemand naar het vlees.

Alle mensen bekijk je nu vanuit een andere positie, niet meer op de aardse manier, niet meer " naar het vlees".

Wel op aarde, maar niet vd aarde.

Wie "in het vlees" is, is NIET in Christus.



Vers 17

Nieuwe schepping.

Onze levenswandel is nu in de hemel, gericht op Jezus. We zijn ín Christus.

We leven!



Vers 18

Verzoend.

God verzoent ons met Zichzelf, omdat we bij Zijn Zoon Jezus horen. Die voldeed alles voor ons bij God. Nu zijn we (schoon)kinderen van God. Ook erfgenamen van God, zoals Christus dat Zelf ook is.

Wat een liefde!


Bediening vd verzoening.

In woord en daad uitdragen dat mensen om ons heen ook nog verzoend kunnen worden. We zijn gezanten, ambassadeurs van Christus.



Vers 19

God verzoende de wereld met Zichzelf.

De toekomstige verzoening van de wereld staat in

De verzoening geldt nu al voor de gelovigen



Vers 21

Tot zonde gemaakt.

Dat gebeurde in de 3-urige duisternis, toen Jezus aan het kruis hing. Hij werd tot zonde. Daarom verliet de Vader Hem.

Toen brandde de toorn van God en werd de zonde uitgedelgd. Alles was voldaan. Van dit werk van Christus kunnen we niet groot genoeg denken.

Waar Gods vuur geweest is, komt het niet meer.



<