Hoofdstuk 6


Vers 1

Onrechtvaardigen.

De rechters zijn wel rechtvaardig, maar Paulus bedoelt ongelovigen.

We moeten de problemen in de gemeente niet de wereld inbrengen.



Vers 2

Oordelen.

Oordelen is hier eigenlijk: regeren.

Christus wordt koning en rechter. Gelovigen mogen meeregeren en zullen mede-rechters zijn.



Vers 4

Niet in aanzien.

Anderen vertalen dit als een vraag: zet u daarover die in de gemeente het minst geacht zijn? Dus de ongelovige rechters die om hun ongeloof bij de gemeente niet in hoog aanzien staan.



Vers 7

Probleem oplossen

  1. Laat een mede-gelovige rechtspreken.
  2. Wees de minste. Wees dus als Jezus.



Vers 8

Onrecht doen.

Dan lijk je op onrechtvaardigen. Die komen niet in Gods koninkrijk.

Hij is net zo als die hele rij zondaren die genoemd worden.



Vers 9

Mattheus 25:34

Ef 5:5

1 Petrus 1:4



Vers 10

Schandknapen.

Malakos: zacht, verwijfd.

Malakoi: mannen die in de homoseksuele relatie de vrl rol vervullen.



Vers 11

Gewassen, geheiligd, gerechtvaardigd.

In wedergeboorte worden we geheiligd in Christus. Al het Zijne wordt van ons. Dit is onze positie, onze staat. Geheiligd betekent apart gezet. God wil jou voor zichzelf hebben. Deze heiliging wordt steeds meer door dagelijkse geloofsgehoorzaamheid in ons verwerkelijkt.

Door reiniging word je toegewijd aan God, geheiligd. Daarna rechtvaardig verklaard. De volgorde van Paulus is logisch en chronologisch.

We worden, om Jezus wil, ook rechtvaardig verklaard. Jezus heet: De Rechtvaardige.

Als bruid mogen wij Zijn Naam dragen. Wij zijn rechtvaardigen.



Vers 12

Alles geoorloofd.

We staan in de Christelijke vrijheid. Ga daar wel op de juiste manier mee om.

  1. Niet alles is nuttig.
  2. Laat je door niets overheersen. Op zich goede dingen kunnen een verslavende werking hebben. Word niet opnieuw een slaaf.



Vers 13

Voedsel.

Voedsel is goed. Het is een gave van God. Je mag ervan genieten.

Izak en Ezau gingen er verkeerd mee om.


Te niet doen.

In het verheerlijkte lichaam hebben voedsel en buik niet meer de functie van nu.


Jouw lichaam.

Het is van Jezus. Hij kocht ook ons lichaam. Het is ook van Hem. Het is een lid van Christus ' lichaam.



Vers 14

Ons opwekken.

Dat is onze zalige hoop.

Dan breekt een nieuwe fase aan: Eerst de bruiloft van Het Lam, daarna het vrederijk.



Vers 17

Geestelijke gemeenschap.

In onze aanbidding hebben we gemeenschap met God, zijn we één geest met Hem.

Die gemeenschap levert vrucht van de Geest op.



Vers 18

Vlucht weg.

Voor zonden moet je wegvluchten. Satan moet je weerstaan.

Speel nooit met je seksuele gevoelens. Breng jezelf niet in verleiding. Je lichaam is er direct bij betrokken. Maar de Heilige Geest woont in dat lichaam van een gelovige.



Vers 19

Waar woont de Geest?

  1. In de gemeente. 1 Corinthiërs 3:16.
  2. In de individuele gelovige. 1 Corinthiërs 6:19.

Als Persoon is de Heilige Geest dus altijd bij de gelovige en Hij doortrekt ons bestaan.

Maar...ben je ook vol van de Geest?



Vers 20

Duur gekocht.

Aan wie de prijs betaald is, is niet echt duidelijk. Het gaat vooral om het feit dat onze rechtvaardiging op verzoening is gefundeerd.



<