Hoofd.
Het grondwoord kent zéker NIET de figuurlijke betekenis van "baas". Wel de figuurlijke betekenis van "levensbron".
Rangorde.
Christus , als mens, vraagt aan de Vader wat Zijn wil is.
De man moet aan Christus vragen, hoe hij zich tegenover zijn vrouw moet gedragen. Hij is ook aan Christus verantwoording schuldig.
Christus was onderworpen aan God.
De man is onderworpen aan Christus.
De vrouw is onderworpen aan haar man.
Ieder moet letten op het eigen" hoofd."
Jezus kwam om te dienen.
Zo ook moet de man zijn vrouw dienen.
De man mag dan niet dwingend dirigeren, maar geeft zijn vrouw aanwijzingen op een manier die het haar makkelijk maakt daarnaar te luisteren.
Zoals het juk van Christus licht is, zo moet ook het " juk" van de man licht zijn voor zijn vrouw.
Nu Christus als mens niet meer op aarde is, moeten man en vrouw de scheppingsorde zichtbaar maken. Dat kan bij bidden of profeteren.
Bidden of profeteren.
Het gaat hier om hardop spreken in de tegenwoordigheid van anderen.
Profeteren heeft immers geen zin als er geen luisteraars zijn!
De man bidt ongedekt.
De man is het beeld en de heerlijkheid, de vertegenwoordiger, van God. De vrouw is niet het beeld en de heerlijkheid van God, maar de heerlijkheid van de man.
De vrouw is wel geschapen naar de gelijkenis van God.
In de bestaande schepping is er niets waaraan de man ondergeschikt is. De hoofdbedekking geeft de ondergeschiktheid aan een schepsel aan. De man heeft geen schepsel als geestelijk "hoofd", dus moet de man tijdens bidden of profeteren niets op het hoofd hebben. Zou hij dat wel doen, dan zou hij de indruk wekken, dat hij naast Christus nog een schepsel als tweede geestelijke "hoofd" heeft.
Beeld en gelijkenis.
Een beeld vertegenwoordigt iets. Adam kreeg een taak bij de gratie van God.
Bidden en profeteren.
Ook hier gaat het om hardop spreken in de tegenwoordigheid van anderen. Dat mogen vrouwen dus wel.
Hoofdbedekking.
Het gaat hier niet over persoonlijk gebed.
Het gaat over voorgaan in gebed.
Een vrouw moet haar sluier dragen als zij hardop bidt of profeteert in bijzijn van anderen. Ze geeft daarmee te kennen dat ze haar plaats ónder de man niet prijsgeeft, wanneer ze iets doet wat eigenlijk de man zou moeten doen.
Het gaat vooral om gevallen dat er geen mannen aanwezig zijn.
Maar...het is de vrouw zeker toegestaan om te profeteren.
Haar eigen hoofd.
= haar man.
De plaats van openbaar optreden in de gemeente is die van de man.
Dit hardop bidden of profeteren van de vrouw is niet in de samenkomst van de gemeente. Daar mag ze niet spreken.
N.B. In Handelingen 2:1-4 profeteerden de vrouwen ook en ook binnen de gemeente . Uw zonen en dochters zullen profeteren en bidden.
Kaalgeschoren.
Kaal zijn is, vooral voor een vrouw, heel ingrijpend.
Dat is echt niet fijn. Als het gedwongen gebeurt, is het echt een vernedering en schande.
Lang haar heeft te maken met toewijding en trouw. Dat lezen we als Nazireeërs een belofte afleggen. Als teken laten ze hun haar groeien.
Als de huwelijkstrouw in het geding is, dan komt ook het haar van de vrouw ter sprake.
Wat is de tijdloze boodschap?
Laat mannen hun taak getrouw waarnemen. Laat hen steeds in liefde leiding geven.
Als de man er niet is, moet de vrouw zijn taak overnemen. Als ze dat doet, laat ze dat bewust aan anderen zien door haar hoofd te bedekken. Zo maakt ze duidelijk dat ze nu wel de taak van de man waarneemt, maar niet zijn plaats wil innemen. Ze erkent zo de door God ingestelde orde.
Kaalgeknipt.
Kaalgeknipt worden is een schande. Geen vrouw wil zichzelf kaalknippen of kaalgeknipt worden.
Als ze bidt met ongedekt hoofd, dan laat ze zien dat ze de plaats van de man inneemt. Ze onteert haar "hoofd", haar man. Dat zou ze ook doen als ze zich kaal zou knippen.
Zo hoort "haar" bij eer en kaalheid bij oneer .
Beeld en heerlijkheid van God.
Dat is ook zo gebleven na de zondeval. Als de man zich bedekt, lijkt hij niet meer op God. Na geloof en bekering wordt hij door de Heilige Geest dagelijks vernieuwd naar Gods beeld.
Heerlijkheid van de man.
Dat is de vrouw. Zij mag iets van haar man uitstralen. In haar handelen mag ze eigenschappen van hem laten zien.
Paulus geeft 3 redenen
De vrouw is uit de man.
Eva is uit Adam gemaakt.
Een macht, een teken van gezag.
Als de vrouw het gezag van haar man niet erkent, dan stelt ze zich open voor de macht van engelen = demonen.
Een vrouw die het gezag van haar man niet erkent, erkent ook Christus niet als Hoofd van de gemeente.
Een vrouw die geen gezag boven zich erkent, loopt het risico verleid te worden door de demonen.
Net zoals Eva en de vrouwen uit
God ziet het hart aan, maar geeft ook zichtbare tekenen. Dat zichtbare is hier de hoofdbedekking. De engelen letten op die tekenen en herkennen dan de scheppingsorde.
Engelen.
Engelen zien toe. Ze letten op de scheppingsorde.
We zien dat vaak in de bijbel.
Engelen letten op ons. Hoe gaan we om met wat God wil? Het gaat om de scheppingsorde. We moeten dat juist in onze tijd tegenover de wereld staande houden.
Beide in de Heere .
Bij de Heere is er geen onderscheid tussen man of vrouw. God schiep de mens, mannelijk en vrouwelijk. In onderlinge harmonie mogen ze God dienen.
Vrouw uit man.
Zo was het begin. Eva ontstond uit een rib van Adam.
Man door de vrouw.
Elke man heeft een moeder.
3 redenen.
Lang haar.
Teken van toewijding.
Nazireeërs deden een belofte aan God. Ze lieten hun haar lang groeien als teken van toewijding aan God.
Numeri 6:5.
Nazireeërs zagen ook af van bepaalde voorrechten.
De natuur leert dat het lange haar hoort bij de vrouw.
Ook bij de vrouw is het een teken van toewijding en afzien van bepaalde rechten.
Dat haar is een sieraad en is voor haar een eer.
Zo moet ook haar omgang met de man zijn tot sieraad en eer.
Wat leert de natuur?
Lang haar hoort bij vrouwen. Dat is een natuurlijk gegeven.
De natuur leert al, dat bedekking van nature bij de vrouw hoort en niet bij de man.
Het haar als bedekking.
peribolaion = bedekking.
In Hebreeen 1:12 is dit woord vertaald met "mantel".
Het woord staat maar 2x in de bijbel.
katakaluptō.
Voor de hoofdbedekking tijdens gebed of profetie gebruikt Paulus een ander woord: katakaluptō.
Het is dus de vraag of het lange haar de hoofdbedekking is die Paulus bedoelt tijdens bidden of profeteren. Waarschijnlijk niet.
Op twist uit.
Paulus wil daar niet over ruziën en de gemeenten ook niet.
Voor hem is de zaak duidelijk.
Samenkomen
De gemeenteleden komen samen als leden van Christus ' lichaam. Ieder heeft een eigen taak en bekwaamheid. We hebben in de gemeente geen bijzonder aanzien, omdat we rijk zijn, of een hoge maatschappelijke functie hebben.
Afwijkingen.
Verdeeldheid praat men goed. Men zoekt iets om eigen apart-zijn te motiveren. Dat kan leiden tot afwijkingen in de leer.
Beproefden.
Dat zijn zij die van die verdeeldheid verdriet hebben. Dat belijden. Zich er niet mee inlaten.
Misstanden.
Eerst hield men een maaltijd. Daarna vierde men het avondmaal.
Bij die maaltijd hielden de rijken alles voor zichzelf. De armen hadden honger. De rijken waren dronken.
Zo mag dat niet in de gemeente. Men had géén oog voor de gemeente als totaliteit. Met had dus geen oog voor het "lichaam van Christus".
Brood.
Hier staat in het Grieks: Artos.
Dat is het enige woord voor brood in het NT.
Op Pesach was dat natuurlijk ongezuurd brood. Zuurdeeg is beeld van de zonde. Zonde past niet bij Het Paaslam.
Zuurdeeg werd vóór Pesach grondig verwijderd.
De gemeente wist heel goed dat er ongezuurd brood bedoeld werd. Dat had Paulus hun overgeleverd.
Bovendien waren de eerste leden van de gemeente Joden volgens
Handelingen 18:1-4.
Priscilla en Aquilla en Justus en Crispus. 1½ jaar was Paulus in Korinthe. Veel keren zal hij daar het avondmaal gevierd hebben.
Paulus kende ook het Griekse woord ἄζυμος, maar dat is géén ander woord voor brood, maar het betekent: ongezuurd. ἄζυμος is géén zelfstandig naamwoord, tenzij we lezen "het ongezuurde".
Het komt 9x voor in het NT en 8x wordt dan het woord "brood" toegevoegd in onze vertaling.
Wij zijn ἄζυμος, staat in
Ook uit deze tekst blijkt dat de Corinthiërs goed wisten dat óngezuurd en Het Paaslam bij elkaar hoorden.
Het brood nam.
Brood (artos) staat 91X in het NT. Dit is het enige woord voor brood in het NT. Het is het woord voor:
dagelijks brood.
toonbrood.
ongezuurd brood.
Jezus zelf.
Een vergelijk.
Voor rein vlees en onrein vlees gebruikt het Hebreeuws hetzelfde woord.
Als Jezus tijdens de instelling van het avondmaal i.p.v. brood een stukje vlees had genomen en gezegd: "Dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt" dan nam Hij toch zeker lamsvlees.
Hij gebruikt het gewone woord voor vlees.
Zou het dan ook goed zijn als wij bij het avondmaal willekeurig vlees zouden gebruiken, bv. varkensvlees?
Waarom doen we dat wel bij het avondmaalsbrood? Daar nemen we gerust gedesemd brood. Zuurdeeg is beeld van zonde, verderf.
Dit is Mijn lichaam.
Zie aantekeningen Psalm 22:7.
Het brood is "paasbrood", dus zonder zuurdeeg. Zuurdeeg is beeld van de zonde en zo past dus gedesemd brood zeker niet bij het beeld van het lichaam van Jezus. Jezus had géén zonde. Zuurdeeg was absoluut verboden bij het paaslam.
Waardevol beeld.
Net zoals een foto waarop een geliefde staat. De foto blijft papier, maar het beeld op de foto is voor ons waardevol. Zo blijft het ongezuurde brood gewoon brood, maar dat het de dood van Christus afbeeldt, is waardevol voor ons.
Tot Mijn gedachtenis.
Het doel van het avondmaal is niet mijn zonden overdenken, maar steeds denken aan wat Jezus deed om ons van de zonden te verlossen.
Niet iets halen, maar iets doen.
De dood van de Levensvorst was nodig om ons te redden.
De viering van het avondmaal is tot Zijn gedachtenis. Er staat nergens dat het is tot versterking van ons geloof.
We komen niet iets halen, maar we komen iets doen.
Voor u.
Testament.
Testament wijst meer op 2 ongelijke partijen, een erflater en een erfgenaam.
Jezus spreekt over het nieuwe verbond. Een verbond werd met bloed bezegeld. Joden spraken van " een verbond snijden". Een huwelijksverbond werd bezegeld door wijn als beeld vh bloed.
Gedachtenis.
We denken aan
Verkondig de dood.
Dit is geen gebod. Er staat geen gebiedende wijs, maar een aantonende wijs. Het brood breken en het wijn gieten zelf zijn dus de verkondiging vd dood vd Heere. Door de viering verkondigen we Zijn dood.
Het gedrag vd Corinthiërs was niet in overeenstemming met deze verkondiging. Zij waren op zichzelf gericht en NIET op het lichaam van Christus:
Onwaardige wijze.
God vindt het heel erg als we aan het avondmaal op een oppervlakkige manier deelnemen. Nog erger vindt Hij het als we daarbij ook een zondig leven hebben.
De avondmaalganger die niet goed omgaat met andere gelovigen, dus met leden van het lichaam van Christus, die eet op onwaardige wijze.
Die is dus schuldig aan het lichaam en bloed (= de gemeente) van Jezus.
Ieder mens
Eigenlijk staat er "men".
Beproeven
Niet beproeven om deel te nemen of af te blijven, maar op de juiste deelname. Gemeenschap met elkaar, liefde, eenheid, gemeenschap met Christus.
Beproeving heeft altijd resultaat:
Mattheus 5:23-24
Onwaardig.
Onwaardig is een bijwoord bij "eet". Het gaat om onwaardig eten.
Het gaat NIET om een onwaardige persoon.
Ongenoegen van God.
Het moet in de gemeente zijn opgevallen dat er veel ziekte- en sterfgevallen waren.
Hier is dus sprake van straf op zonde.
Beoordeeld, geoordeeld.
Als we onszelf juist beoordelen en daarnaar handelen, hoeft God ons NIET te oordelen.
Het Hebreeuwse werkwoord voor " bidden" betekent: zichzelf oordelen.
God roept ons dus op tot inkeer.