Verwarring.
Over de geestelijke gaven bestond en bestaat verwarring.
3 soorten geestelijke gaven.
Lijsten met geestelijke gaven.
Voor wie zijn de geestesgaven?
Ze zijn voor elke gelovige.
U liet zich meevoeren.
Ze gaven geld en tijd.
Bij heidense feesten raakten ze in trance.
Ze gaven zich over aan zondige praktijken.
Jezus is Heere.
De nadruk ligt op Heere. Als we Jezus als onze Heere aanvaarden, dan is dat werk vd Geest. Jezus heeft het dan in ons leven voor het zeggen.
De naam van Jezus is hier de toetssteen.
Demonen willen de vloek brengen over die Naam. Dat kan als ze gelovigen verleiden tot een zondig leven.
De Heilige Geest is juist uit op de eer van Jezus.
Demonen spreken Jezus NOOIT aan met Heere. Ze zullen dat toch eens moeten doen.
Hoe weet je of het vd Geest is?
Eenheid en verscheidenheid.
De gemeente is één door genade, maar er is verscheidenheid door de genadegaven.
Alles door één Geest.
De ongelovigen in Korinthe kennen veel demonen. De ene maakt doof, de andere stom, de volgende maakt iemand krom. In Korinthe moeten ze vooral niet denken dat verschillende genadegaven ook van verschillende geesten komen. Ze komen van één Heilige Geest.
Verscheidenheid.
Letterlijk: uitdelingen.
We lezen 3 verschillende woorden:
Andere genadegaven.
Bovennatuurlijke gaven.
Geen enkele van de geestesgaven kan verklaard worden door de wetenschap.
Ze zijn voor de opbouw van de gemeente.
Bedieningen.
In 1 Corinthiërs 12:28 noemt Paulus zulke bedieningen:
Voorbeelden van bedieningen uit de Bijbel.
Mozes
Door God aangesteld om Israël te leiden.
Jozua.
Diende als opvolger van Mozes.
Samuël.
Diende als profeet en richter.
Petrus.
Bediening onder de Joden.
Paulus.
Apostel van de heidenen.
Diakenen
Een bediening van zorg voor de gemeente.
Dezelfde gave kan dus in verschillende bedieningen worden gebruikt.
Werkingen.
Dit woord betekent:
Het gaat om wat God daadwerkelijk tot stand brengt door iemand heen.
Daaronder vallen volgens 1 Corinthiërs 12:
Voorbeelden.
Elia
Hij bad en God sloot de hemel.
Elisa
Vele wonderen.
Petrus.
Genezing van de verlamde.
Schaduw die zieken genas.
Onderscheiding van geesten.
Paulus.
Buitengewone wonderen.
Opwekking van Eutychus.
Paulus noemt later ook expliciet:
"werkingen van krachten".
Dezelfde God die werkt.
Als jij je bediening op bijbelse wijze uitvoert, is het Jezus zelf die, door Zijn Geest, in en door jou dient.
We doen alles:
Genadegave, bediening, werking.
Een mooi voorbeeld is Mozes
Genadegave.
wijsheid en profetie.
Bediening:
leider en middelaar van Israël.
Werking.
God spleet door hem de Schelfzee, gaf water uit de rots en zond plagen over Egypte.
Aan ieder.
Elke gelovige krijgt een genadegave, zoals elk lichaamsdeel een eigen taak heeft.
Geen enkele gelovige heeft een geestesgave als een permanent vermogen. Elke gelovige kan voor één bepaald geval en voor één bepaald moment een geestesgave ontvangen. God geeft het om het aan een ander door te geven, tot eer van Zijn Naam.
Wel kunnen we constateren dat sommige gelovigen een bepaalde gave vaker ontvangen dan anderen.
Profeten krijgen vaker profetieën. Zo zijn er ook genezingsbedienaars.
Nuttig voor een ander.
Degene die profijt heeft van onze bediening is onze medemens.
Geestesgaven moeten we besteden
We hebben die gaven niet altijd tot onze beschikking, maar God geeft ze op het moment dat Hij dat nodig vindt.
Judas wil over A schrijven, maar de Geest dringt hem om over B te schrijven.
9 Genadegaven.
In de verzen 8-10 worden 9 gaven van de Geest genoemd. Samen maken ze de bediening van Jezus uit.
Het wórden als Jezus is ook zelf al een groot doel.
Het dienen als Jezus zal er weer toe bijdragen om meer te lijken op Hem.
Het belangrijkste is niet wat we voor Jezus dóén, maar wie we voor Hem zíjn.
Gave van wijsheid.
De spreker ontvangt deze gave om in die situatie nuttig te zijn voor een ander.
De verborgen wil van God wordt dan geopenbaard. Dat gebeurde soms bij Paulus.
Het vermogen om onderscheid te maken tussen goed en kwaad.
Salomo had de genadegave van wijsheid.
Iemand met deze gave kan de gemeente vertellen wat er moet gebeuren.
Apostelen hadden deze gave.
Wat is er veranderd?
Bij de eerste christengemeenten waren geestesgaven. Maar zijn ze er nu ook in de gemeente?
Wát is er veranderd?
Voorbeelden.
Gave van kennis.
Weten hoe Gods gedachten zijn.
Het is ook inzicht dat doordringt in de onzichtbare gebieden van de menselijke persoon. Het legt de identiteit bloot van de boze machten die daar verblijven.
Derek Prince die 30 jaar in de bevrijdingsbediening werkte zegt : "De namen van de demonen kunnen zijn: darmontsteking, kanker, astma enz."
Studie van de Bijbel is zeker nodig.
Leraars hebben deze gave vaker dan anderen.
Voorbeelden.
Gave van geloof.
Voorbeeld.
Genezing.
Deze gave bevestigt het gepredikte woord.
Genezingsbedienaars zijn géén genezers. Ze hebben deze gave alleen als de Geest dat wil. God geeft de gave als Hij dat wil en Hij wil dan dat we dat aan anderen doorgeven, tot eer van Zijn Naam. God geneest de zieke.
De gave van krachten.
Mensen die wonderen verrichten hebben de "werkingen van krachten".
Voorbeelden.
De gave van profetie.
Dat is de gave om Gods gedachten voor de gemeente mbt heden en toekomst door te geven.
Het zijn spontane, verstaanbare, opbouwende, vermanende of vertroostende uitspraken van de Heilige Geest. Het kan nooit in strijd zijn met de Bijbel. Daaraan is het te toetsen.
Het doel van deze gave is:
Elke gelovige kan deze gave ontvangen voor één bepaald moment.
Profetieën zijn voorwaardelijk. Ze gaan niet in vervulling als degene over wie de profetie is uitgesproken niet bij de Heere blijft, niet in geloof afwacht.⁰
voorbeeld.
Voorbeeld uit onze tijd.
Jan Sjoerd Pasterkamp bad samen met zijn vrouw of Gods weg naar het eiland Daru leidde. Geen mens wist van hun worsteling. Ze kregen geen licht, totdat een gemeentelid profeteerde dat God wilde dat ze moesten gaan naar het eiland waarvoor ze al zo lang baden.
Onderscheiden van geesten.
Dit is een bovennatuurlijke geestenkennis. We zijn geen hartenkenners, maar wie deze gave ontvangt kan peilen wat er in de mens omgaat en kan onderscheiden of er achter de uitingen een goede of kwade Geest schuil gaat.
Ongetwijfeld had Jezus deze gave. Ook Paulus.
Deze gave is belangrijk als er beslist moet worden of iemand alléén genezing of ook bevrijding nodig heeft.
De gave van talen.
Dat is spreken in een taal die men niet geleerd heeft. Dat is géén gebrabbel, maar het is spreken in echt bestaande talen. Precies zoals het gebeurde bij de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag.
Wel is het zo dat op de Pinksterdag de hoorders uit verschillende landen hun eigen taal direct konden verstaan. Zij hadden geen uitleg nodig. Er waren immers wel 120 discipelen en discipelinnen die allemaal in tongen spraken. Elke feestganger hoorde wel iemand in zijn eigen taal. Dat is in Korinthe anders. Daar verstond men alléén Grieks, dus elke andere taal moet uitgelegd worden.
Demonische naäperij.
Ook komt tongentaal voor bij heidenen.
Mensen met de gave van het onderscheiden van geesten doorzien deze naäperij direct.
Wie spraken in tongen?
Uitleg van talen.
Om de tongentaal nuttig te maken voor andere gemeenteleden is uitleg van het gesprokene nodig.
Aan ieder uitdeelt.
Elke gelovige heeft een geestesgave. De gaven zijn nuttig voor het geheel van de gemeente. De Heilige Geest bepaalt welke plaats iemand heeft in de gemeente. De één is als een oog, de ander als een voet. We kunnen elkaar niet missen en vullen elkaar aan.
Zoals Hij wil.
Datzelfde staat in 1 Corinthiërs 12:18 over God.
Dus... de Heilige Geest is God.
Zo is het ook met Christus.
Je zou verwachten dat er stond: zo is het ook met de gemeente. Dat staat er niet. Dit laat wel zien dat Christus en de gemeente één zijn.
Paulus vervolgde de gemeente, maar Jezus zei dat Paulus Hém vervolgde.
Dóór één Geest of ín één Geest?
Derek Prince.
Deze docent Grieks aan de universiteit van Cambridge stelt een betere vertaling voor:
Het voorzetsel dat hier bij "baptizo" (=dopen) staat, moet met "in" vertaald worden. In het héle NT worden bij "baptizo" slechts 2 voorzetsels genoemd, "ɛv" dat "in" betekent, of "ɛıç" = in iets naar binnen.
Dus niet vertalen: dóór één Geest. De Geest is de Dóper niet.
Uitleg.
We werden gelovig. Elke gelovige ontvangt de Heilige Geest. (=gedoopt in de Geest)
We werden zo, samen met alle andere gelovigen, één lichaam, een éénheid.
In die toestand van "één lichaam" werden we gedoopt in de Heilige Geest. Dat is een bovennatuurlijk zegel dat Jezus alleen aan de gelovigen geeft, maar nergens in de bijbel is die gave gekoppeld aan emoties.
Dit is net als bij Johannes de Doper. Hij doopte de doop "in bekering". Dus hij doopte alléén mensen waarvan hij vruchten van bekering zag.
Hij weigerde de farizeeërs te dopen op grond van het verbond met Abraham.
(Vgl. onze kinderdoop)
Werden of zijn?
In de HSV staat "wij zíjn gedoopt". In het Grieks staat VVT, dus "we werden gedoopt". Het slaat op een bepaalde gebeurtenis die op een bepaald moment in het verleden plaatsvond.
De persoon die "in de Geest" gedoopt wordt, is reeds "in" datgene, waarin hij gedoopt wordt.
Voorbeeld 1.
Johannes doopt met water in bekering.
De dopelingen hadden zich reeds bekeerd en lieten daarvan ook vruchten zien. De doop door Johannes was een openlijke erkenning van hun bekering.
Voorbeeld 2.
Op de Pinksterdag zegt Petrus: " Bekeer u en laat u dopen....tot (letterlijk: in) vergeving van zonden en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.
Dus, er was reeds vergeving voordat men gedoopt werd. Ze waren dus al in datgene waarin ze gedoopt werden.
Van één Geest doordrenkt.
Derek Prince vertaalt:
Als we "drinken" ontvangen we de Geest in ons binnenste.
Dat klopt met de woorden van Jezus.
En...als het vat vol is, gaat het overlopen.
Dan gaan we God loven en danken en Hem bij anderen aanprijzen.
2 gevaren.
Veel organen, veel functies.
In onze gemeenten is het tijdens de kerkdiensten één mond en honderden oren. Klopt dat wel met hoe een lichaam functioneert?
Twee hoofden van het lichaam.
We onderscheiden 2 hoofden.
Hoofd.
Minder eervolle leden.
In onze ogen zijn er grotere en kleinere gaven. God geeft aan de kleinere meer eer. Wij mensen concentreren tegenwoordig de gaven in 1 persoon:
Maar God wil dat iedere gelovige een taak uitoefent.
Leden moeten voor elkaar gelijke zorg dragen.
Een feit.
We lijden mee als één lid lijdt. Dat is géén opdracht, maar een feit. Als we ons scheenbeen hard stoten, heeft het hele lichaam daar last van.
Lichaam van Christus.
God schiep 1 mens, mannelijk en vrouwelijk.
Eva was vlees van Adam.
Zo is de vrouw ook het lichaam van de man. Hij voedt en koestert "zijn" lichaam. Zo is de gemeente het lichaam van Christus. Christus is haar Hoofd, zoals de man het hoofd is van de vrouw.
Twee hoofden.
De gemeente als lichaam heeft dus 2 hoofden:
Gaven.
Apostelen.
Ze spreken woorden van wijsheid.
Profeten.
Leraars.
Ze spreken woorden van kennis.
Krachten.
Zij kunnen wonderen verrichten.
Derek Prince had deze gave. Door deze gave groeide bv. een te kort been tot de juiste lengte. Dat gebeurde meerdere keren.
Ook Jan Sjoerd Pasterkamp vertelt over Jacob Sagigi waarbij zo'n wonder gebeurde.
Ook vertelt hij over Johnny Fell die op krukken voortbewoog, maar na gebed kon voetballen. Zijn oma genas op het gebed van kanker.
Maar...ook als God niet door een wonder geneest, maar wel langs psychologische, fysieke of chirurgische weg, dan is het ook genezing die God bewerkt.
Hulpbetoning.
Praktische hulp. Hulpvaardigheid.
Bestuurlijke gaven.
Het gaat over het leiding geven aan een groep mensen.
Om goed te besturen is onderscheiden van geesten nodig.
Niet ieder heeft elke gave.
We kunnen ook de klemtoon leggen op b.v. talen.
Spreken allen soms in talen? Nee, want naast tongentaal komen als het goed is ook de overige geestesgaven voor.
Er is grote verscheidenheid in het lichaam van Christus.
Ieder kan op een bepaald moment een gave van de Geest ontvangen, maar dat betekent dan nog niet dat ieder een bediening heeft, b.v. genezingsbediening.
Gave van de talen.
Niet elke gelovige heeft die gave.
Streef naar de beste gaven.
Letterlijk:
We moeten volgens Paulus naar de liefde én naar de hoogste gave streven.
Wat is de beste gave?
De gave die de gemeente het meest opbouwt, is de beste genadegave.
Naar deze maatstaf zijn de onderwijzende gaven het meest waardevol, want niets bouwt de christenen zo op als Gods waarheid.
Eén weg die alles overtreft.
Dat is de liefde.
We moeten volgens Paulus naar de liefde én naar de hoogste gaven streven.
Wil je met jouw gave op de juiste manier werken, dan moet dat met liefde. De liefde gaat boven elke gave uit. Zonder liefde is elke genadegave, hoe spectaculair ook, waardeloos.
Echte liefde is nodig.
Volkomen onbaatzuchtig. Gevende liefde.
Beste gave.
Dat is de gave die het meest tot opbouw van de gemeente is. Volgens hoofdstuk 14 is dat de gave van de profetie.